‘Er is iets heel ergs gebeurd’. Aan de andere kant van de lijn hoor ik de aangeslagen stem van Jacoline. ‘Beyn heeft een eind aan zijn leven gemaakt’.

Wat erg. Beyn is een Eritrese statushouder. Hij woont een maand of zeven op Urk, wachtend op zijn vrouw en zoontje. En nu was voor de tweede keer zijn verzoek voor gezinshereniging door de IND afgewezen. Hij heeft het kennelijk niet kunnen verwerken. Libië was erg, de Middellandse Zee was erg, maar dit was erger. Een paar uur later zitten we in het huis van Omar, de enige moslim Eritreeër op Urk. Omar had Beyn die dag gevonden. Nu bood hij zijn huis aan omdat het huis van Beyn nog niet vrijgegeven was. Verslagen en huilend zitten we bij elkaar. De volgende dagen komen we samen in het huis van Beyn. Warm ingericht en aan alle wanden hangen platen met bijbelse afbeeldingen. Telkens komen er nieuwe vrienden en verre familieleden luid huilend het huis binnen. Er zijn tussen de dertig en veertig mensen. De meesten blijven slapen. Gewoon op de grond. Vrijdag zijn we met een klein groepje in het rouwcentrum. Het lichaam van Beyn wordt door een gespecialiseerde uitvaartvereniging opgehaald om terug gebracht te worden naar Eritrea. Daar werd hij zondag begraven.

Dit jaar bestaan onze kerken 125 jaar. Eerder verscheen een artikel over dat eerste jaar (1892) en over ds. F.P.L.C van Lingen. Deze week opnieuw aandacht voor een van de mannen van het eerste uur: ds. Jac. Wisse (1843-1921).

 

Jacobus Wisse werd 9 oktober 1843 geboren op kasteel Westhove, tussen Domburg en Oostkapelle; zijn vader was daar tuinman. Als jongen las hij graag. Later vertelde hij: 'De noodzakelijkheid van wedergeboorte en bekering door een vrome moeder ingeprent, kreeg ik zeer vroeg in te zien.' Op een stil plaatsje bad hij tot God.

De vorige keer schreef ik over het bijgeloof wat hier veel te vinden is. Begin november was het feest ‘Todos Santos’, in Nederland welbekend als allerheiligen. Dit is een rooms-katholiek feest, maar heeft hier in Bolivia eveneens een inheemse variant.

Dinsdagavond 31 oktober heb ik een avond bijgewoond waarin de achtergronden van dit feest, en dan met name ‘De dag van de doden’ werd uitgelegd. Dit feest wordt op 1 en 2 november gevierd. De inheemse bevolking geloofd in drie werelden: de bovenwereld waar de goede goden leven, de middenwereld waar wij als mensen wonen, en de onderwereld waar de gevaarlijke goden leven. Ze geloven niet in de hel en kennen dat concept dan ook niet.

'Wat is heerlijker dan opgroeiende kinderen en jongeren te zien verlangen naar een leven met God?' Maar de weg die zij gaan in onze tijd is niet gemakkelijk. Dr. A. de Muynck schetst kort wat we zoal moeten bedenken bij hun ontwikkeling en vorming. Ze zijn personen, méér dan mensen die moeten presteren, of zich alleen maar zouden moeten voegen in het patroon van de samenleving. Ieder kind en elke jongere is een bijzonder, uniek persoon, gericht op de toekomst. Er schuilt verlangen in zijn hart. Maar dat verlangen moet rijpen. Daarvoor is tijd nodig: 'tijd voor verlangen'. Pas als je verlangt naar God, naar de realisering van zijn koninkrijk, niet alleen in de toekomst, maar ook in het hier en nu, kom je als persoon echt tot je recht. Belangrijk is dan dat je je weg zuiver houdt, en met wijsheid en onderscheid kunt maken tussen goed en kwaad. Ook is belangrijk dat je betrokken bent op de wereld. Daarvoor is kennis en inzicht nodig, en weten wat er in de wereld gebeurt.

Commentaar

  • Geloofsvrijheid 2017-12-08 16:04:05

    Nu en dan bezint de gemeente Amsterdam zich op de verhouding tussen kerk en staat. Vorige week...

  • Beste reizigers 2017-12-01 18:24:42

    Vanaf december gaat de NS op de gender neutrale toer en klinkt bij het naderen van een station...

  • Klein 2017-11-24 17:56:28

    Hoe groot ook alweer? Zo groot – beter nog: zo klein – als een mosterdzaadje. Daar begint het mee...

  • Bijbelquiz 2017-11-17 18:20:07

    Op vrijdag 3 november jl. zond de EO de Nationale Bijbelquiz uit. Een van de vragen luidde: Wat...