Ds. Paul Visser van de Noorderkerk in Amsterdam schreef in een column in De Nieuwe Koers over  het omgaan met de moeilijke kanten van het leven. Hij vindt dat christenen daar soms meer moeite mee hebben dan niet-christenen. Dat maakte me opmerkzaam.

Hij noemt als voorbeeld een High Tea met ongeveer tachtig dames uit de Jordaan. Voor bijna niks doen zij zich daar tegoed aan allerlei lekkers. En daarbij komen allerlei levensverhalen los. In plat Amsterdams uiteraard. Over een echtgenoot, die zo hulpbehoevend is geworden dat die bijna niet alleen gelaten kan worden. Over de zorg om een kind. Over pijnlijke gewrichten en een hoop andere lichamelijke klachten. Maar hij hoort ook wat anders. Ook nuchtere opmerkingen als: ‘Ach wat! Ik heb mijn tijd gehad.’ ‘Niet seure. Er wordt al genoeg geklaagd.’ ‘Wat wil je dan? Dat het pakkie alleen bij de buren wordt bezorgd en jouw deur voorbij gaat?’ ‘Je mot dankbaar zijn voor wat je hebt gehad.’ ‘Het ken niet altijd zo blijfe.’ ‘Dit hoort bij het leven. Mijn moeder zaliger zei altijd: niet klagen, maar dragen en vragen om kracht.’

Tjonge, dat waren echt twee elkaar tegensprekende stukken in het Nederlands Dagblad van zaterdag 13 mei. Op pagina 5 lezen we een verslag van een toespraak van Gert-Jan Roest. Roest was tot voor kort voorganger bij Via Nova, een nieuwe kerkplanting in Amsterdam. Hij sprak op de Theologische Universiteit van Apeldoorn. ‘Hoe verkondigen we het Evangelie in een cultuur die totaal veranderd is?’, dat is zijn zorg. Oplossing? De vertrouwde geloofsinhouden moeten overboord. Over het bloed van Jezus spreken lukt hem niet meer. Bloed als reinigingsmetafoor wordt gezien als weerzinwekkend. Schuld en vergeving zijn niet de kern van het geloof. En hemel en hel ook niet. Als leek voel ik toch dat hier de zaken niet alleen wat anders, frisser, benoemd worden, maar dat er iets anders wordt gezegd.

Elk jaar houden de leerlingen van groep 7 van de beide basisscholen in ons dorp een herdenking bij het oorlogsmonument, waarop de namen staan vermeld van vijf oorlogsslachtoffers. De herdenking vindt altijd rond 14 april plaats, omdat op 14 april 1945 ons dorp werd bevrijd.

Na afloop van de plechtigheid vertelde Fred van Vliet (1942) zijn verhaal. Zijn ouders, het joodse echtpaar Salomon en Rachel Schachner, waren al in 1939 uit Oostenrijk naar Nederland gevlucht. Toen zijn vader in 1943 werd opgepakt, besloot zijn moeder haar zoontje Alfred te laten onderduiken. Een paar dagen later werd ook zijn moeder opgepakt. Alfred werd ondergebracht bij een echtpaar in Den Helder. Maar na verraad werd Alfred naar de crèche bij de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam gebracht, een verzamelplaats voor joodse kinderen. In augustus 1943 werd de kleine jongen uit de crèche gesmokkeld, en naar een onderduikadres in Friesland gebracht. In Sneek werd hij liefdevol opgevangen bij de familie Van Vliet. Hij heette vanaf dat moment Freddie. Na de oorlog kwamen zijn ouders niet terug: vermoord in Auschwitz.

Stel er is een kerkverband. En stel dat er binnen dat kerkverband een belangrijk verschil van mening heerst. En stel dat men binnen dat verband stappen zet teneinde dat meningsverschil op te lossen. Stel dat dit meningsverschil (het is overigens geen leergeschil) uiteindelijk aan de orde komt op de synode en dat een meerderheid daar van mening is dat één van twee van meningen de juiste is (een minderheid onthoudt zich bij de stemming en een andere minderheid stemt voor het andere standpunt). En stel nu dat die synode in haar wijsheid besluit een taakgroep in het leven te roepen om met de minderheid in gesprek te gaan. En stel nu dat één van de leden van de taakgroep in een interview in een blad van dat kerkverband zou zeggen dat de taakgroep er is om het genomen besluit verder toe te lichten (opmerking: nadat er al twee lijvige rapporten over geschreven zijn!) en het draagvlak voor dat besluit te verstevigen.

 

‘Hoe kunnen jullie geloven, eer bij elkaar in ontvangst nemende en de eer bij de enige God niet zoeken?’ Aan deze woorden van Jezus (Joh.5,44) moest ik denken bij het hele gedoe rond Tim Keller. Over de intrekking van de Kuyper Price is op deze plaats al een en ander geschreven.

We kunnen over die intrekking verontwaardigd zijn, maar is dat geen verspilling van energie? Dat het allemaal wat onverkwikkelijk is verlopen staat buiten kijf. Over ‘prijzen’ gesproken, dat verdiende niet de schoonheidsprijs. Maar er gaat wellicht een vraag aan vooraf. Moet je in de wereld van de theologie willen werken met prijzen en eer?

Commentaar

  • Bijbelquiz 2017-11-17 18:20:07

    Op vrijdag 3 november jl. zond de EO de Nationale Bijbelquiz uit. Een van de vragen luidde: Wat...

  • Asiel vinden aan tafel 2017-11-10 19:11:24

    De muziek had wat aarzelend en voorzichtig geklonken. Tijdens een avondmaalsviering enige tijd...

  • Mijn laatste! 2017-11-03 19:03:04

    Het is bijna zo ver. Mijn periode als redactielid zit er bijna op. Met heel veel plezier heb ik...

  • Wintertijd 2017-10-27 14:50:16

    Het is weer bijna zover, dat moment dat we de klok een uur terugzetten en definitief richting de...