Het is geen kleinigheidje om in het drukke centrum van Hilversum achter een kleindochtertje aan de rennen dat net heeft leren fietsen. De familie woont vlak achter de mooie Sint Vituskerk. Een indrukwekkend mooi bouwwerk uit het eind van de negentiende eeuw. Helaas bevindt zich voor en achter de kerk een drukke verkeersweg. Matige plaats dus voor een beginnend fietser.

Voor de kerk is er langs de straat een klein plantsoentje. Twee meisjes zijn er aan het spelen. Een jonge moeder kijkt toe. Hanna loopt er wat verlegen heen. ‘Wil je meespelen?,’ vraagt de moeder. Hanna knikt. Even later zijn ze aan het verstoppertje spelen.  Daar ben ik niet echt gelukkig mee, want zo kan ik haar moeilijk in de gaten houden. Maar gelukkig let ook de moeder op. Het grasveldje is ommuurd. Een muurtje van zo’n halve meter hoog. Er zit een jonge man een sjekkie te roken. Ik begin een praatje. Kinderen zijn altijd een mooi onderwerp. Ik informeer ook naar zijn beroep.

 

Doopvont

Overbodig, want de sporen op zijn trui en zijn broek wijzen duidelijk naar het schildersvak. Hij zit daar op het muurtje om zijn werk even van een afstandje te kunnen bekijken. ‘Zie je dat bakje daar?’ Ik tuur naar boven. Op ruim zeventig meter hoogte hangt zijn bakje. Daar is hij een van de middeleeuws uitziende dakkapellen aan het schilderen. Zijn hoogtevreesangst heeft hij overwonnen. We praten over het kerkgebouw. Het is een van de kerken van de beroemde architect Pierre Cuijpers. ‘Ben je zelf katholiek?’ vraag ik hem. ‘Nee niet echt. Ik ben wel katholiek gedoopt. Mijn ouders gingen alleen met Kerst en Pasen naar de kerk. Na mijn huwelijk ben ik er mee gestopt. Maar mijn dochtertje is wel katholiek.’ Dat roept vragen op. Hoe kan dat? Hij vertelt dat hij zijn dochtertje toen ze vijf jaar oud was een rondleiding heeft gegeven door de kerk waar hij een groot deel van zijn tijd werkt. Ze kwamen ook bij het grote bronzen doopvont. ‘Wat is dat papa?’ Hij doet zijn best om de betekenis van de doop uit te leggen. ‘Ik wil ook gedoopt worden,’ is haar spontane reactie. Haar ouders namen het niet al te serieus. Maar nadat ze twee jaar lang stug had volgehouden, lieten ze haar dopen. Ze was toen zeven jaar. Sinds die dag gaat ze elke zondag naar de kerk, samen met haar vader.

 

Verwondering

Nog vol verwondering loop ik met onze kleindochter naar huis. Onderweg bedenk ik wat ik nog meer had willen vragen. Thuisgekomen zoek ik snel naar pen en papier en haast me terug naar de kerk. De schilder zit er nog. ‘Mag ik je nog wat vragen?’ Hij vindt het prima. Ik begin met een praktisch vraagje. ‘Hoe ga je elke keer naar boven?’ ‘Gewoon met de trap.’ ‘Hoeveel treden zijn dat wel niet?’ ‘Het zijn 226 treden. Ik onderbreek twee keer per dag mijn werk, voor de lunch en voor een sigaretje. Je moet zo af en toe even weg. Je kunt daar niet de hele dag zitten.’

Ik vertel hem dat ik nog steeds onder de indruk ben van zijn dochtertje. Hij vertelt weer over haar doop. Na haar doop verkeerde het hele gezin dagenlang in een soort lichte extase. ‘Nu heeft ze zich opgegeven voor de eerste communie.’ Ik breng het gesprek even op bijbellezen. ‘Lees je wel eens in de Bijbel?’ vraag ik. ‘Nee, daar ben ik nog niet aan toe gekomen.’ Ik moedig hem aan om de Bijbel te pakken en raad hem aan in het Evangelie van Johannes te beginnen. ‘En de Psalmen zijn ook prachtig, ze verwoorden ons hele leven. Hoogtepunten en dieptepunten.’

 

Mariakapel

Het kerkgebouw is helaas dicht, maar de Mariakapel, die tegen de kerk aangeplakt is, is wel open. Hij wordt op doordeweekse dagen gebruikt als een soort alledag-kerk. Je kunt er knielen en bidden en rust zoeken.. Een glazen wand biedt zicht op het interieur van de kerk. Ik zie prachtig metselwerk. Allerlei vormen en motieven in verschillende kleuren baksteen. En  ik zie schilderijen en prachtige gebrandschilderde ramen. Op een tafeltje in de kapel ligt een stapeltje kerkbladen. Daar ben ik altijd in geïnteresseerd. Het gebouw heb ik gezien. Misschien zie ik in het kerkblad iets van de gemeente.

Tot mijn verbazing kom ik in het kerkblad weer een prachtig verhaal tegen van een jong meisje. Ook een doopverhaal. Ze stelt zich voor: ‘Hallo, mijn naam is Merel, ik ben dertien jaar oud en woon sinds 2006 in Hilversum … Vorig jaar zomer ben ik me in het geloof gaan verdiepen. Ik heb er veel over opgezocht, bijvoorbeeld wat het eigenlijk allemaal inhoudt. Het sprak me toen eigenlijk heel erg aan, maar ik wist het toen nog niet zeker dus heb ik het gewoon even laten rusten.’ Maar ze kon het niet meer uit haar hoofd krijgen. ‘Mijn ouders waren wel verbaasd maar ze vonden het wel heel mooi voor mij. Toen heb ik mijn eerste Bijbel geleend uit de bieb. Later heeft mijn moeder er een voor me gekocht, daar ben ik nog mee bezig. Toen kreeg ik heel erg de gedachte hoe ik dichter bij God zou kunnen komen, daar heb ik toen wel even mee gezeten. Ongeveer een week later kwam ik op het idee om gedoopt te worden...’

 

Ontroerende verhalen. Enige tijd geleden verschenen er in verschillende kranten artikelen over stagnerende gemeentegroei. Zijn we wel goed bezig? Heeft het wel nut, al die aanpassingen en al die  activiteiten. Het lijkt vooral uitgebluste mensen op te leveren. De vraag kwam op: moeten we niet meer op God wachten? Bidden en verwachten. Hier dacht ik aan toen ik deze twee ontroerende verhalen tegenkwam. God werkt en Hij werkt vaak ongedacht. Hier laat Hij de kinderen tot zich komen. Hij omarmt ze, zodat ze zich dichter bij Hem voelen.

 

Krijn de Jong, Urk