Hoogproductieve landbouw (‘plankgas boeren’) heeft de neiging de indrukwekkende voedselproductie per hectare of per dier voorop te stellen en de ogen een beetje te sluiten voor de negatieve effecten voor de leefomgeving, als zou het onbedoelde nevenschade zijn voor bodem, water, lucht, gezondheid en natuur.

 

Niet dat de nevenschade ontkend wordt maar het wordt beschouwd als een noodzakelijk kwaad en grotendeels onontkoombaar. Lang is gedacht dat innovatie schadelijke effecten zal voorkomen of compenseren. Helaas blijkt dat meer wensdenken dan realiteit en voor zover het lukt is het kostprijsverhogend, zonder dat de boer de meerkosten kan doorberekenen.

 

Zoek de verschillen

Om een voorbeeld te gebruiken: boeren die koeien melken kunnen niets doorberekenen, bij ‘boeren’ die huizen melken is dat de gewoonste zaak van de wereld. Neem het persbericht, begin september, van het ministerie van Volkshuisvesting:

 

‘De gemiddelde huurstijging afgelopen jaar was "fors" maar niet onverwacht, laat minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting) via een woordvoerder weten. "Het is gebruikelijk en ook nodig dat verhuurders de huren kunnen verhogen", aldus de bewindsvrouw. Hun kosten stijgen immers ook. “Huurverhogingen zijn nodig om ruimte te houden voor onderhoud, investeringen en verduurzaming", zegt Keijzer. Wel is een bovengrens vastgelegd in de wet. De maximale huurstijging is gekoppeld aan de loonontwikkeling en de inflatie. Die waren allebei fors in het afgelopen jaar. "Mensen hebben dus eerst hun loon zien stijgen.” Keijzer wijst er daarnaast op dat al "veel maatregelen" zijn genomen om de betaalbaarheid van de huren voor mensen met een laag inkomen te verbeteren. Zo mochten de huren vorig jaar eenmalig nauwelijks omhoog. Ook wijst zij op de huurtoeslag waarmee de laagste inkomens geholpen worden hun huur te betalen.”

 

Dit persbericht lijkt redelijk tot je wonen gaat vervangen door voedsel. Dan zou het persbericht zo kunnen luiden:

‘De gemiddelde stijging van de voedselprijzen afgelopen jaar was "fors" maar niet onverwacht, laat minister Femke Wiersma (Landbouw) via een woordvoerder weten. "Het is gebruikelijk en ook nodig dat boeren de prijzen kunnen verhogen", aldus de bewindsvrouw. Hun kosten stijgen immers ook. “Hogere landbouwprijzen zijn nodig om ruimte te houden voor onderhoud, investeringen en verduurzaming", zegt Wiersma. Wel is een bovengrens vastgelegd in de wet. De maximale stijging van de voedselprijzen is gekoppeld aan de loonontwikkeling en de inflatie. Die waren allebei fors in het afgelopen jaar. "Mensen hebben dus eerst hun loon zien stijgen.” Wiersma wijst er daarnaast op dat al "veel maatregelen" zijn genomen om de betaalbaarheid van het voedsel voor mensen met een laag inkomen te verbeteren. Zo mochten de winkelprijzen vorig jaar eenmalig nauwelijks omhoog. Ook wijst zij op de voedseltoeslag waarmee de laagste inkomens geholpen worden hun dagelijkse boodschappen te betalen.’

Vervuiler

Intensieve landbouw heeft nadelen voor de leefomgeving. Daarin staat de landbouw niet alleen. Veel industrie en het vervoer over de weg, over zee en door de lucht veroorzaakt nevenschade voor de leefomgeving. Denk aan bedrijven die de laatste tijd in het nieuws waren wegens de negatieve effecten op de leefomgeving: Chemours in Dordrecht, Tata Steel in Velsen, Schiphol, malafide laboratoria die drugsafval dumpen in natuurgebieden.

De gewone burger kan er ook wat van: geluidsoverlast van bladblazers, afsteken van vuurwerk, zwerfafval veroorzaken, chemisch afval door de gootsteen. Bijna alles wat gemaakt en verkocht wordt heeft negatieve effecten voor de bodem, het water en de atmosfeer. Dat gaat schadelijk zijn voor planten, dieren en mensen.

Een nobel streven is dat de vervuiler betaalt. Maar bovenstaande voorbeelden maken duidelijk dat dit maar ten dele het geval is. Veel kosten worden afgewenteld op de natuur, de maatschappij en de volgende generaties zodat uiteindelijk de overheid en de belastingbetaler ervoor opdraaien als het opgeruimd moet worden. Negatieve externe effecten noemen economen dat: het zijn maatschappelijke kosten die ontstaan bij productie en consumptie maar niet verhaald (kunnen) worden op de producent of de consument.

 

Voetafdruk

Er zijn allerlei initiatieven om de externe effecten door te berekenen in de prijs van een product. Dat heet True Cost Accounting (werkelijke kostprijsberekening). Met de True Price (werkelijke prijs) zijn ook de maatschappelijke kosten doorberekend in de prijs. De werkelijke prijs van het voedsel bijvoorbeeld is de optelsom van de winkelprijs plus de prijs van de externe effecten die de natuur en de maatschappij ‘betalen’ voor de productie en de distributie van het voedsel.

Volgens dit soort berekeningen zou het voedsel minstens twee keer zo duur worden als de maatschappelijke kosten worden doorberekend in de prijs. Een populaire manier om de maatschappelijke kosten te bepalen is de CO2-footprint van een organisatie of een activiteit. Dit zegt hoeveel uitstoot van broeikasgas (uitgedrukt in kg CO2) gepaard gaat met een bepaalde manier van eten, reizen, bouwen, produceren, consumeren. Verlaging van de CO2- voetafdruk is goed voor het klimaat.

Een andere manier om de externe effecten te bepalen is de ecologische voetafdruk. Daarmee wordt uitgedrukt hoeveel aardoppervlakte je gebruikt met een bepaalde manier van produceren en consumeren. Varkenshouderij en pluimveehouderij hebben een grote ecologische voetafdruk door het voer wat deze dieren eten. Hetzelfde geldt voor honden- en kattenvoer. Westerse mensen hebben een veel grotere ecologische voetafdruk dan mensen in arme landen. Het zal nog wel een tijdje duren voor van elk product wat te koop is de CO2–footprint of de ecologische voetafdruk bekend is.

Maar tot het zover is kan iedereen zelf wel nagaan of zijn manier van produceren en consumeren negatieve effecten heeft op de bodem, de natuur, het water, de lucht, het klimaat en de gezondheid. Het is goed om daar bij het doen van boodschappen, het aanschaffen van nieuwe spullen of weggooien van oude spullen rekening mee te houden. Voor christenen is het een concrete invulling van de oproep tot recht, barmhartigheid en trouw (Mi. 6:8; Mat. 23:23).

 

Maatschappelijke baten

Naast maatschappelijke kosten zijn er ook maatschappelijke baten. Dat zijn goederen of diensten of ervaringen die iedereen fijn vindt, die maatschappelijk gewenst zijn en gestimuleerd zouden moeten worden. Zoals externe maatschappelijke kosten niet betaald worden, betaalt bijna niemand voor het gebruiken van maatschappelijke baten. Deze baten zijn schone grond, schoon water, schone lucht, mooi landschap, veel biodiversiteit. Duurzame landbouw heeft grote voordelen voor de leefomgeving als het bijdraagt aan het gezond maken van de bodem, het vastleggen van CO2 in grond en gewassen, waterberging, verbeteren van biodiversiteit, onderhouden van streekeigen landschap, schoner water en schonere lucht. De inspanningen die boeren daarvoor leveren worden maar beperkt beloond. Boeren doen wel de investeringen en dragen risico’s maar kunnen die niet doorberekenen in hun verkoopprijs. Het probleem van duurzame landbouw is dat iedereen het wil, maar de boer er nauwelijks voor betaald wordt.

 

Dirk de Groot, Dronten

 

 

Dirk de Groot is docent economie/bedrijfskunde bij Aeres Hogeschool Dronten en lid van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Dronten