Generatielang houden kerken de biddag voor gewas en arbeid in ere. Daarmee tonen ze hun gezamenlijke afhankelijkheid van de Heere. En we zijn in alles totaal afhankelijk van Hem. Geloof je dat ook? Dat is een existentiële vraag!
De Heere Jezus leert ons met het Onze Vader dagelijks om brood te bidden. Daarmee bedoelt Hij niet enkel een broodje jam, maar dat wij dagelijks mogen en hebben te bidden voor alles wat we nodig hebben. Hoe nodig is een goede voedselvoorziening met goede oogsten en visvangsten. Hoe nodig zijn onze bedrijven en banen, onze bedrijfsresultaten en inkomens. Dit en meer is nodig om te leven en om van te delen met hen, dichtbij of verder weg, die het minder hebben. En God is de Gever van alle goeds. Al het nodige goede komt uit Zijn hand. Dan kunnen we aan heel veel denken zoals zonneschijn, regen, arbeidskracht en slim denken.
Genade
Bovendien is alles wat God geeft enkel genade. Zijn genade is Zijn onverdiende gunst. Want wie zijn we van onszelf? Zondaren! God heeft volkomen gelijk en staat totaal in Zijn recht als Hij ons aan ons zondige zelf overlaat. Maar Hij gaf uit onmetelijke zondaarsliefde Zijn Zoon voor ons over aan een vloekhout, wat wij verdiend hadden. En schuilend achter Jezus’ kruisofferbloed mogen wij als Zijn kinderen Hem als onze hemelse Vader vrij en volop bidden om brood.
Maar hoe is het met ons bidden? Ik hoor nogal eens christenen zeggen dat ze het lastig vinden om regelmatig te bidden, zodat ze over zichzelf niet kunnen zeggen: ik ben een bidder. Misschien zeg jij dat ook. Hoe komt dat? Wat houdt dan af om te bidden? Komt dat door te weinig geloof, zelfs ongeloof? Ja.
De dichter van Psalm 123 begreep dat je van geloven gaat bidden en biedt daarbij een praktische oplossing. De psalmdichter heeft het over bidden met open ogen: Ik sla mijn ogen op naar U, Die in de hemel troont (vers 1).
Met open ogen bidden hoeft niet oneerbiedig te zijn. Het is een bijbelse gebedshouding. Maar dan wel met je ogen open naar een plaats die hoger is dan de plaats waarover Psalm 121 spreekt: veel hoger dan de bergen. De psalmdichter kijkt zo hoog, dat hij niet hoger kan kijken. Hij kijkt de hemel in. De dichter houdt het niet bij zichzelf, niet bij zijn omstandigheden, bij zijn nood bijvoorbeeld, maar focust zich op Hem Die daar ver bovenuit troont in het hemels commandocentrum, op God, de HEERE.
Neiging
Wij, mensen hebben de neiging om op onze eigen problemen te blijven kijken. Dat is onze natuurlijke reactie. Dat is naar ons vlees. En op ons vlees heeft satan invloed. Die wil je juist laten focussen op je nood, je zelfs laten omkomen in je nood. Maar de dichter bidt en je mag meebidden: ‘Ik sla mijn ogen op naar U, Die in de hemel zit.’ Vanaf Zijn hemelse troon, in Zijn hemels commandocentrum heeft God alles in de hand. Niets gaat buiten Hem om. En naast Hem zit de Zoon, Die voortdurend voor jou pleit.
Een ‘druk’ gebedsleven komt op uit geloof dat voor God niets onmogelijk is, dat Hij in Jezus onvoorwaardelijk van je houdt en je Zijn intens geliefde zoon of dochter bent. Hij heeft verreweg het beste met je voor. En alle dingen, ook de moeilijke dingen laat Hij voor Zijn kinderen ten goede meewerken. Ook al begrijp en zie je dat zelf niet. Na het zure komt het zoete en altijd uitkomst.
Het bidden van het eerste vers is ook voor hen, die het op dit moment voor de wind gaat en eigenlijk een prinsen -en prinsessenleven leiden. Misschien ben jij er wel een van. Het oprecht dagelijks bidden van dit eerste vers helpt het geloofsbesef dat al jouw voorspoed alles te maken heeft met de Zoon, die daar Boven op de troon non-stop de Vader voor je bidt en pleit om je genadig te zijn. Al je voorspoed is onverdiend.
Concreet
De psalmdichter heeft zijn ogen vervolgens op de hand van de HEERE net zoals dienaren op hun heren hebben. Dat net zo lang totdat de HEERE genadig wil zijn: ‘Zie, zoals de ogen van dienaren gericht zijn op de hand van hun heren en zoals de ogen van een dienares gericht zijn op de hand van haar meesteres, zo zijn onze ogen gericht op de HEERE, onze God, totdat Hij ons genadig is’ (vers 2).
Uit Gods almachtige Vaderhand komt al het goede enkel vanwege de biddende en pleitende handen van de Zoon, Jezus, met de kruisgaten er nog in. Sla je ogen in geloof hoger omhoog, tot in de Hemel, tot op de handen van de Vader en de Zoon.
Hoe je dat kijken concreet maakt, is ten slotte een goede vraag. Want je kan letterlijk omhoogkijken, maar dan zie je hooguit oneindig blauw en geen almachtige hand. Om van Psalm 123 gelovig te gaan zien, is er één middel. Dat is het woord van God. In de Bijbel kijk je de hemel in, naar Hem, die daar troont, en zie je Zijn almachtige en genadige hand. Die belooft Hij. En bij de HEERE is wat Hij belooft vast en zeker. Lees de Bijbel of alles ervan afhangt. En dat is zo!
Lees de Bijbel met je gebed om de leiding van Gods Heilige Geest. Dan leer je God, de Vader en de Zoon steeds beter kennen, liefhebben, vertrouwen en gehoorzamen, je ‘alles’ laten zijn. Je groeit ervan in je geloof, en … je krijgt er een drukker gebedsleven van.
Hoe houdt de HEERE van je! Hoe genadig is Hij je! Hoe almachtig zorgt Hij voor je! Niemand overtreft Hem! Hij is veel meer dan je nood of jouw prinsenbestaan! Hij is ons alles! Sla jouw ogen maar op Hem, die in de hemel troont.
Wim-kees van Slooten, Groningen
Ik sla mijn ogen op naar U, Die in de Hemel troont.
Zie, zoals de ogen van dienaren gericht zijn op de hand van hun heren
en zoals de ogen van een dienares gericht zijn op de hand van haar meesteres, zo zijn onze ogen gericht op de HEERE, onze God,
totdat Hij ons genadig is (Psalm 123:1-2)