Onze samenleving wordt steeds meer bepaald door techniek. Hoe moet je je daartoe verhouden? Dat is een vraag die veel mensen bezighoudt. Vaak gaat het dan over heel concrete vormen van techniek zoals hoe je omgaat met internet of een smartphone. Of hoe je als christen staat tegenover technische ontwikkelingen in de zorg. Dat zijn aspecten van techniek waar je concreet keuzes in kan maken. Tegelijk is het goed om te beseffen dat onze hele samenleving beïnvloed wordt door de techniek en technisch denken.
In deze serie van drie artikelen staat de vraag centraal hoe je als christen moet staan in een samenleving waarop techniek een groot stempel drukt. In dit eerste artikel zal ik twee benaderingen bespreken van de filosofie van de techniek. Dat doe ik aan de hand twee christelijke denkers, Egbert Schuurman en Jacques Ellul. In het tweede artikel zal het gaan over techniek als een macht of afgod. Het derde artikel gaat over de christelijke vrijheid in verhouding tot de techniek.
Egbert Schuurman
Voor veel mensen zal Egbert Schuurman (1937) een bekende naam zijn, misschien meer vanwege zijn werk in de politiek dan vanwege zijn boeken. Hij is senator geweest voor de Reformatorische Politieke Federatie (RPF) en de ChristenUnie. Zou je zijn volledige titel noemen, dan zie je gelijk zijn technische achtergrond: prof. dr. ir. Egbert Schuurman. Zijn eerste studie was civiele techniek aan de Technische Universiteit Delft. Na die studie is hij filosofie gaan studeren aan de Vrije Universiteit en daar is hij uiteindelijk gepromoveerd bij prof. dr. H. van Riessen. In zijn proefschrift Techniek en Toekomst beschrijft hij verschillende benaderingen van de techniek, waaronder die van Jacques Ellul.
Schuurman staat in de traditie van de Reformatorische Wijsbegeerte. Deze wijsbegeerte legt sterke nadruk op wetmatigheden in de schepping. De werkelijkheid is onder te verdelen in verschillende gebieden met hun eigen wetten of aspecten. Dat bepaalt ook de definitie die Schuurman geeft van techniek, namelijk: Techniek is het menselijk vormen van de natuur met behulp van gereedschappen en voor menselijke doeleinden.’
In zijn werk geeft hij veel aandacht aan het analyseren van de techniek: wat doet de techniek en hoe gaan mensen daarmee om? Tegelijk laat Schuurman kritische geluiden horen richting de techniek en wat hij noemt het technicisme. Schuurman benadrukt de verantwoordelijkheid van de mens in zijn omgang met techniek.
Jacques Ellul
In tegenstelling tot Schuurman heeft Jacques Ellul (1912-1994) geen technische achtergrond. Hij is van oorsprong rechtsgeleerde, gepromoveerd op een studie van het Romeinse recht. Hij is geboren en getogen in Bordeaux en daar gaf hij les aan de universiteit. Zijn vakgebied was de geschiedenis van het recht, oftewel de geschiedenis van de instituten. Zijn visie op techniek is daarmee meer sociologisch. Hij kijkt vooral naar wat techniek doet met de samenleving en het handelen van mensen. In zijn boek The technological society geeft Ellul de volgende definitie: techniek is het geheel van methodes waarop we gekomen zijn door middel van de rede en die gericht zijn op volledige efficiëntie.
Ellul heeft vooral aandacht voor de gerichtheid van de techniek. Daardoor is er een eindeloos streven ontstaan naar efficiëntie. En daarmee doortrekt de techniek de hele samenleving, de politiek, economie en zelfs de kerk. Voor alles is er wel een methode te vinden om dingen beter, dat is efficiënter, te maken.
Jacques Ellul was protestants, maar de protestanten waren toen al een kleine minderheid in Frankrijk. Ook dat bepaalt zijn ethiek waarin minder nadruk ligt op verantwoordelijk nemen en meer op een profetisch tegengeluid laten horen. Zijn eigen ervaringen met de Franse politiek hebben dat versterkt. Ellul was in de oorlog lid van het verzet. Na de oorlog was er de hoop dat de samenwerking voortgezet werd die er in het verzet was tussen ideologisch verschillende groepen. De politiek verdeelde zich echter direct weer langs dezelfde politieke en ideologische lijnen als daarvoor, met vooral oog voor het politieke systeem en minder voor de individuele burger.
Technicisme
De verschillende benaderingen van techniek bij Schuurman en Ellul zie je ook terug bij andere denkers. De benadering van Schuurman, Van Riessen en anderen is analytisch, waarbij veel aandacht is voor de techniek zelf en technische voorwerpen om die te analyseren en te doorgronden. De benadering van Ellul, en met hem filosofen als Martin Heidegger en Lewis Mumford, is daarentegen cultuurfilosofisch. Deze benadering heeft vooral aandacht voor het effect van techniek op de samenleving. De analytische benadering is eind vorige eeuw meer opgekomen aan de (technische) universiteiten, omdat die dichter op de techniek zelf staat en minder kritisch is op de techniek.
Schuurman heeft meer dan anderen ook een cultuurfilosofische component in zijn denken. Zo waarschuwt hij voor technicisme: ‘De grondhouding van de mens om heel de werkelijkheid naar zijn hand te zetten en om alle problemen door middel van wetenschappelijk-technische beheersing op te lossen met het oog op de vergroting van de materiële welvaart.’ Deze definitie gaat uit van een actieve rol van de mens, zij het in een grondhouding, maar in technicisme is er een te grote verwachting van de techniek. Dat de techniek onbedoeld en ongewild een te grote plaats in kan gaan nemen, past minder goed bij het technicisme. Techniek is bij Schuurman in eerste instantie neutraal, zolang het geen technicisme wordt.
Stuwdam
Ellul stelt dat techniek een systeem is geworden dat meer is dan de som van de delen. Hij gebruikt het voorbeeld van een stuwdam. Daar zijn verschillende partijen elk op hun eigen manier verantwoordelijk voor, maar uiteindelijk is er niemand eindverantwoordelijk als er iets misgaat. Hetzelfde zou je kunnen zeggen over bijvoorbeeld het gebruik van aardgas. Puur vanuit een analytische benadering kan je een gaskachel of cv vergelijken met het stoken van kolen of olie of verwarming met behulp van elektriciteit. Er zit echter nog een hele technische wereld achter dat gas: een infrastructuur, economische belangen, politieke belangen. Op dat punt was Ellul zijn tijd ver vooruit als hij techniek niet slechts ziet als de omgang met gereedschappen, maar als een geheel van methodes.
Juist in die methodes zie je dat onze samenleving en ons eigen denken bepaald is door de techniek. Als er een probleem is dan zoeken we naar een methode, een techniek. We willen problemen zo snel mogelijk oplossen. Zelfs in de kerk, als het gaat om onderwerpen als gemeenteopbouw, evangelisatie en secularisatie, merk je dat men zoekt naar een methode of een techniek om het op te lossen. Wij worden dieper beïnvloed door techniek dan we zelf zouden willen, omdat we deel uitmaken van deze technische samenleving.
Pieter Boom, Delfzijl
Drs. P.A.C. Boom heeft zich tijdens zijn studie aan de TUA verdiept in het denken van Jacques Ellul. In 2024 heeft hij over dit onderwerp drie cursusavonden gegeven voor de Theologische Vorming van Gemeenteleden, in Onstwedde.