Mensen hebben mensen nodig. Over en weer brengen mensen offers van aandacht, tijd en andere zaken die nodig zijn voor samenzijn. Wim Dekker heeft hierover een mooi essay geschreven. Zijn essay is een pleidooi voor meer onderlinge verbinding in onze westerse geïndividualiseerde samenleving. Hij pleit voor het zien en liefhebben van de naaste.

Dekker vertelt over een onderzoek naar polarisatie in de Verenigde Staten. Dit onderzoek, dat gedaan werd door dat Arlie Hochschild, richtte zich op de opkomst van een nieuwe rechtse beweging.

 

Ontevredenheid

In de zuidelijke staten van de VS bezocht Hochschild mensen die bij de presidentsverkiezingen op Trump hebben gestemd. Zij trof bijzondere vriendelijkheid en gastvrijheid aan, maar ook veel ontevredenheid. Over het algemeen voelen deze aanhangers van Trump dat zij nooit rijk zullen worden. Zij vinden dat mensen in een achterstandspositie (zoals immigranten) worden bevoordeeld ten koste van hen. Zij hebben het gevoel dat politici niet naar hen omkijken; de samenleving acht hen overbodig. Ondertussen leven ze in een wereld waarin de gedachte overheerst dat je rijk kunt worden als je maar hard genoeg werkt en de kansen pakt die je gegeven worden, en waarin je waarde als persoon wordt afgemeten naar je prestaties. Presteer je niets, dan ben je een loser (verliezer). Ze leven bovendien in een land waar hun president hun gevoelens voedt.

Dekker trekt de lijn door naar de situatie in Nederland en de ontevredenheid onder vele boeren. Ook onder hen leeft het gevoel dat zij niet voldoende worden gewaardeerd. Zij zijn trots op hun werk en vinden dat de Nederlanders daar ook trots op zouden moeten zijn: leveren zij niet een groot aandeel aan de welvaart van Nederland?

In de Verenigde Staten belooft president Trump dat hij zijn kiezers hun trots zal teruggeven. Hij onderstreept dat de staat hen heeft misbruikt en dat ‘vreemden’ hun posities innemen. Daarmee wakkert hij gevoelens van ontevredenheid aan. Zo groeit haat, angst, polarisatie en onderlinge vervreemding in de samenleving.

 

Kaïn

Wim Dekker legt een link met Kaïn. We weten wat er met Kaïn gebeurde toen zijn offer niet werd aanvaard. Schaamte daarover bracht hem tot broedermoord. Velen menen ook in onze tijd dat zij een offer voor de samenleving hebben gebracht, maar dat hun offer niet is aanvaard. Zo dreigt ook in onze tijd het gevaar van ‘broedermoord’, revolutie en onrechtmatig geweld. Mensen willen graag gezien en gewaardeerd worden. Ze willen trots kunnen zijn op zichzelf, ook al zijn hun prestaties misschien niet zo groot als die van anderen.

Als zij echter het gevoel hebben dat zij met de nek worden aangekeken, dreigt er opstand. Om die opstand te bezweren wijzen sommige machthebbers en invloedrijke politici naar een zondebok: groepen mensen in de samenleving die schuldig zouden zijn aan de ellende in het land. Zij worden dan geofferd om opstand tegen te gaan en bestaande machten te beschermen.

Dit is de gewelddadige kant van de gedachte van offeren: er wordt een zondebok aangewezen. Deze kant van de offergedachte is vooral door René Girard naar voren gebracht: het offer is een uiting van onrechtmatig geweld, misbruik van macht en moord.

Maar over ‘offeren’ kan meer worden gezegd. Daartoe bespreekt Dekker de gedachten van enkele auteurs daarover. Deze auteurs zijn onder andere Jonathan Sacks (1948-2020) en Oepke Noordmans (1871-1971). In deze bespreking komt onder andere naar voren dat offeren als kerngegeven van ons menselijke bestaan een positieve betekenis heeft. Offeren geeft aan relaties tussen mensen een bijzonder karakter. Wie een offer brengt, erkent degene aan of voor wie dat offer wordt gebracht, en spreekt waardering uit. In offeren zit ook iets van eigen afhankelijkheid, van liefde en eerbied voor de ander, en van nederigheid. Dat geldt ook voor de offers die mensen brengen aan een godheid en voor de offers (van gebed en dienstbaarheid) die wij aan onze God, de Almachtige, mogen brengen.

Wat het offer van Christus betreft zien we dat God zichzelf offert voor mensen vanuit genade, ontferming en zijn oog voor de nood van de wereld. Vooral daarin zien we dat offers ook een verzoenende werking hebben. Ze zijn helend in een conflict tussen mensen. Het offer van Christus heeft de verhouding tussen hemel en aarde hersteld en vernieuwd.

 

Weerstand

Dekker, lector informele netwerken en laatmoderniteit aan de Christelijke Hogeschool Ede, maakt in zijn korte betoog duidelijk dat offeren hoort bij ons mens-zijn en onze onderlinge omgang. Offers zijn opbouwend voor de onderlinge gemeenschap. Dekker verduidelijkt de betekenis van offeren voor het intermenselijke verkeer aan de hand van de verhouding tussen ouders en kinderen. Juist in gezinnen worden dagelijks offers gebracht, van ouders ten opzichte van hun kinderen, en van kinderen ten opzichte van hun ouders. Deze offers zijn onontkoombaar, maar ook heel zinvol. Ze dragen bij aan de persoonsvorming van kinderen. In gezinnen blijkt al op microniveau dat mensen aan elkaar gegeven zijn. Offeren is niet iets vreemds, maar hoort bij het gewone leven, ook bij de brede kring van de samenleving als geheel. Wat deze kring betreft merkt Dekker op dat de overheid er goed aan doet te benadrukken dat wij aan elkaar gegeven zijn en dat daarvan een appel uitgaat op ons. Als we de samenleving zien als een ‘wij’ maakt dat ‘de weg tot het offer weer open’.

Daar ligt wel een probleem, want het woord ‘offeren’ roept in onze cultuur niet direct warme gevoelens op. De reden daarvan is dat een offer iets van ons vraagt: we geven dan iets kostbaars op en zien af van onszelf. We zijn dan dienstbaar aan iets of iemand. In onze modern-westerse wereld wekt dat weerstand op. Mensen willen liever opkomen voor zichzelf.

Bovendien kan offeren weerstand oproepen omdat daarbij gemakkelijk macht om de hoek komt kijken. Wie tijd en aandacht offert aan een behoeftige, kan daarmee druk op de ander uitoefenen iets terug te geven. Of diegene die zorg nodig heeft, oefent op zijn beurt macht uit: hij eist bewust of onbewust een en ander van zijn naaste. Toch staat offeren dichter bij ons dan wij denken. Het is een onontkoombare alledaagse bezigheid en een noodzakelijk bindmiddel voor onze onderlinge omgang.

 

Het essay van Dekker is verschenen ter gelegenheid van het vijfenzeventigjarig bestaan van het blad Wapenveld, een tijdschrift voor geloof en cultuur, en maakt deel uit van de reeks Verantwoord Essay, uitgegeven in samenwerking met Stichting voor Christelijke Filosofie.

 

Douwe Steensma, Feanwâlden

 

 

N.a.v. Wim H. Dekker, Offeren en liefhebben. Over de actualiteit van het offer voor het samenleven, Verantwoording Essay, Buijten & Schipperheijn Motief: Amsterdam, 2025, 106 p., € 16,90, ISBN 979 94 6369 331 8