Dit themanummer bevat drie artikelen over verbinding. Het eerste artikel gaat over de verbondenheid met God in Christus. Deze verbondenheid is een werk van de Geest. Er wordt aangegeven hoe de Geest werkt in de gelovige en geloofsgroei geeft. Daar begint dit artikel dan ook mee.
Geestelijke groei is paradoxaal. Hoe meer je groeit, hoe kleiner je wordt. Groei in de genade betekent dat je méér genade nodig hebt en dat je je meer afhankelijk weet van God. Dit paradoxale karakter vloeit voort uit het werk van de Heilige en heiligende Geest. De Geest verheerlijkt de Vader en de Zoon, en verbindt zo de gelovige steeds dieper en sterker met de drie-enige God. Het geheim van de geestelijke groei is de versterking van die verbinding.
Het is niet gemakkelijk om uit te leggen hoe de Heilige Geest die verbinding met de drie-enige God tot stand brengt en versterkt. Toch is het belangrijk om hierover na te denken. In het licht van het nieuwtestamentische getuigenis zitten er aan het verbindende werk van de Geest verschillende aspecten.
Verborgen
De Heere Jezus vergelijkt de Geest met de wind: je hoort het geluid, maar je ziet de wind niet (Joh. 3:8). Je merkt alleen het effect - bewegende bomen, ruisende bladeren. Zo is het ook wanneer de Heilige Geest werkt. Je kunt er nooit de vinger op leggen. De Geest verbreekt ons hart door ons te laten zien hoe heilig God is en hoe onheilig wij zijn. De Geest werkt door het evangelie geloof en liefde ons hart en verbindt ons zo met de Heiland. De Geest geeft ons het vertrouwen in het volbrachte werk van Christus die onze dood is ingegaan en uit ons graf is opgestaan. De Geest overbrugt de eeuwen en verbindt ons met de heilsgeschiedenis, alsof we er zelf bij geweest zijn: met Christus gekruisigd en met Hem opgestaan. De Heilige Geest verbindt de gelovige ook met de levende Zaligmaker die is opgevaren naar de hemel. De Geest is de grote Bruggenbouwer. Hij overbrugt de historische afstand en laat Jezus’ woorden resoneren in ons hart: het is volbracht. Hij overbrugt ook de ruimtelijke afstand tussen de hemel en aarde.
De verbinding is verborgen en toch merk je dat je naar Christus wordt getrokken. Als jonge tiener in de Katwijkse duinen vond ik het prachtig om mijn vlieger op te laten. Mijn vlieger was klein vergeleken met die van de volwassen vliegeraars, maar ik had wel een heel lang vliegertouw. Ik zag mijn vlieger als een klein stipje tegen de wolken. Het touw zag ik niet, maar voelde de vlieger trekken. Zo trekt de Heilige Geest ons naar boven, door de verborgen verbinding met Christus.
Als het werk van de Geest verborgen is, dan hoeven we ook niet te veel te focussen op onze groei. We moeten niet telkens onder de geestelijke meetlat gaan staan. Natuurlijk leeft in het hart van de christen een verlangen naar heiligheid en een intieme omgang met God en Christus, maar dat verlangen moet gericht zijn op Christus zelf en op het evangelie. Denk aan de vliegeraar: die kijkt niet naar het touw, maar naar de vlieger.
Door het Woord
De Heilige Geest maakt gebruik van het Woord, van de prediking, van de christelijke opvoeding, van het lezen en overdenken van de Bijbel, van het zingen naar de Schriften. Door de inhoud van de bijbelse boodschap wordt ons hart aangeraakt en naar Christus toegetrokken.
Wat er dan precies gebeurt, is moeilijk te omschrijven. Als we denken aan de verschillende aspecten van de ziel, spreken we meestal over de verlichting van ons verstand, de vernieuwing van onze wil en de reiniging van ons gevoel. Je gaat anders denken, je krijgt andere verlangens, je emoties worden zuiver en puur. Er komt daardoor ook strijd: strijd tegen donkere gedachten, verkeerde begeerten, onzuivere gevoelens. Dat is het effect van het evangelie van de verborgen verbinding met Christus die de Heilige Geest in het hart bewerkt.
Die verbinding wordt versterkt door de sacramenten van doop en avondmaal. Het zijn tekenen en zegels van de betrouwbaarheid van Gods belofte. De doop betekent en verzegelt de inlijving in het lichaam - je zou bijna zeggen in het ‘lijf’ - van Christus. Het drinken van de wijn en het eten van het brood is een oefening in de gemeenschap met Christus. Het zijn geloofswerkelijkheden. Door het geloof verstaan we wat het betekent om in Christus ingelijfd te zijn, en door dat geloof heffen we onze harten op naar de hemel, waar Christus is.
Omdat de Heilige Geest werkt door het Woord, moeten we voor geestelijke groei het Woord centraal stellen: dagelijks de Bijbel lezen, er over nadenken, eruit leven en trouw naar de kerk gaan om de prediking te horen. Woord en Geest horen bij elkaar. Het kinderliedje zegt het treffend: Lees je Bijbel, bid elke dag, dat je groeien mag. Omdat de Heilige Geest woont in het Woord, moeten wij er ook in gaan wonen.
Wederkerig
Die verborgen verbinding heeft twee kanten. De Heilige Geest verbindt ons aan Christus en Christus aan ons. De Heiland kan Zich alleen maar aan ons verbinden door de Geest. Hij is niet meer bij ons naar zijn menselijke natuur, maar Hij heeft een Ander gezonden om zijn plaats in te nemen (Joh. 14:16). De Geest is de Plaatsvervanger van Christus op aarde, de Trooster, de Advocaat, de Pleitbezorger.
Omdat de verborgen verbinding wederkerig is, ligt er in geestelijke groei een wonderlijke ontspanning. Door het geloof bevinden wij ons in Christus en door de Geest bevindt Hij zich in ons. ‘Ik in Hem en Hij in mij.’ Beide vloeien voort uit de wonderlijke ruil, de plaatsbekleding van onze Sponsor: ‘Hij voor mij.’ Sponsor is het Latijnse woord voor Borg en zoals in de sport de sponsor betaalt en zijn naam aan de sporter verbindt, zo staat Christus garant voor alle deelnemers aan de hemelse wedstrijd. De verborgen verbinding door Woord en Geest rust in het volbrachte werk van Hem die door Zijn offerdood de levendmakende Geest voor ons heeft verworven, zoals het klassieke avondmaalsformulier dat zo mooi zegt.
De Heilige Geest is samen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God. Dat betekent dat Hij almachtig is en onweerstaanbaar werkt. Dat wil niet zeggen dat Hij nooit weerstaan of bedroefd kan worden, maar wel dat wij niet in staat zijn om zijn werk uiteindelijk te keren. En dat is een rijke troost - want als wij zijn werk konden verhinderen, zouden wij verloren gaan. Geestelijke groei is volharding tot het einde. Die volharding is een opdracht, een roeping, maar ook een belofte. Wie in Christus gelooft, mag weten dat alles voor eeuwig vastligt in Hem en dat Hij zijn werk in ons zal voleindigen. Wie dat beseft en daaruit leeft, is geestelijk volwassen.
Henk van den Belt, Woudenberg
Prof. dr. H. van den Belt is hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn en aan de Vrije Universiteit te Amsterdam