Velen hebben geen geduld met God. Sommigen nemen genoegen met stellige waarheden en gaan kritische vragen uit de weg. Zij menen alles al te weten. Anderen trekken te haastig de conclusie dat God niet bestaat. Maar zij beseffen niet dat Hij de ‘gans Andere’ is. Ons past geduldig te staan op de drempel van het mysterie. Dat is althans de boodschap van de Tsjechische rooms-katholieke priester Tomáš Halík (1948).
Toen Tsjechië nog zuchtte onder het communistische juk, werd Halík tot priester gewijd. Hij was na de Fluwelen Revolutie (1989) een vertrouweling van president Václav Havel (1936-2011). Jarenlang heeft hij filosofie en sociologie gedoceerd aan de Karelsuniversiteit in Praag. Zijn boek Geduld met God, dat in 2007 verscheen, ontving van de Europese raad voor Katholieke Theologie de prijs voor het beste Europese theologische boek van 2010. Van dit boek, dat in vele talen is vertaald, kwam in 2014 een Nederlandse vertaling uit. In 2024 verscheen daarvan de dertiende druk, een jubileumeditie.
Zwaargewond
In Geduld met God wijdt Halík een hoofdstuk aan een lange brief die hij ontving van een man wiens kleindochtertje was overleden aan kanker. Deze man was door dit drama zwaargewond geraakt in zijn hart. Zijn brief bestond voor een groot deel uit harde kritiek op God. In het slot vervloekte hij God zelfs. Halík vertelt dat hij de briefschrijver zou kunnen antwoorden dat God geen koude regisseur van ons lot is, die achter de coulissen van de geschiedenis staat. Het evangelie luidt immers dat Hij de geschiedenis in binnengetreden en de kelk van onze pijn heeft leeggedronken. Maar uiteindelijk wist Halík niet wat hij zou moeten antwoorden. Een antwoord zou misschien alleen maar olie op het vuur en zout in de wond zijn. Als hij niet zo ver weg woonde zou hij naar die man zijn toegegaan en zijn hand hebben vastgehouden. Dit is wat hij dan zou zeggen: ‘Waar God was toen uw kleindochter stierf? Ik weet het niet. Maar op dit moment zou ik willen dat u Hem voelt in mijn hand die de uwe omvat.’
Ondertussen acht Halík de kritiek van de briefschrijver op God niet terecht: het is een kritiek op een menselijke voorstelling van God en geen kritiek op de God van de Bijbel. De God van de Bijbel heeft ons nooit een leven zonder lijden beloofd. De enige verzekering die Hij geeft is dat Hij in de diepste nachten bij ons is, zodat we niet alleen kracht krijgen de duisternis en de last daarvan te dragen, maar dat we ook anderen kunnen helpen hun duisternis en last te dragen.
Godsbeeld
Velen hebben een kinderlijke voorstelling van God. Deze voorstelling is dat God alles goedmaakt en de wensen van de zijnen vervult op de manier zoals zij graag zouden willen. Als dat echter niet gebeurt en zij in (hun voorstelling van) God zijn teleurgesteld, nemen zij afscheid van deze God zoals zij zich hebben voorgesteld.
Halík heeft begrip voor diegenen die zich dan atheïst noemen: zij hebben afscheid genomen van een kinderlijk godsbeeld. In zo’n god willen zij niet geloven. Zij hebben dan ook afscheid genomen van de kerk en ‘het geloof’, in elk geval van het geloof zoals zij tot dusver hadden geloofd. Halík stemt daarmee in. Met zelfgemaakte goden en eigen voorstellingen van God moet je afrekenen. In die zin kan het ware geloof alleen maar ontstaan via atheïsme.
Halík heeft sympathie voor mensen die op die manier het gevecht met God aangaan. Hoewel zij Hem bekritiseren en misschien zelfs vervloeken, spreken Hem toch aan. Zeker is dat Hij daarnaar luistert. Heel de Bijbel getuigt ervan dat God een zwak heeft voor mensen die met Hem vechten en niet alles maar over zich heen laten gaan. Wie Hem aanspreekt, is niet zonder Hem.
Sommigen horen op de bodem van het lijden voor het eerst de stem van God. Anderen maken te midden van het lijden een eigen god, die zij dan kunnen bekritiseren. Als je iemand de schuld kunt geven en kunt berechten en veroordelen, verzacht dat misschien de pijn van het onbegrijpelijke ongeluk en de zinloosheid van het sterven van een kleindochter aan kanker. Weer anderen staan in het lijden zonder God. Maar dat is helemáál verschrikkelijk. Dan is er niets anders dan de diepe afgrond van het noodlot, de absurditeit van het leven en de zinloosheid van het bestaan. Zou je dan maar niet – om woorden van Iwan Karamazov te gebruiken – het entreekaartje voor het leven teruggeven aan God? En als je dat niet wilt maar verder wilt leven, rest er niets anders dan alle dingen die gebeuren maar lijdelijk te ondergaan.
Zacheüs
Tomáš Halík heeft de briefschrijver niet geantwoord dat God hem liefheeft. Voor zo’n antwoord vond hij het te vroeg. Maar het is wel een waar antwoord. God heeft juist mensen lief die zoeken naar een antwoord. Zulke mensen lijken op iemand als Zacheüs, die in een boom klom om vandaaruit Jezus te kunnen zien. Zacheüs was een zoeker.
Het boek Geduld met God begint met het bijbelverhaal over deze ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs, een ontmoeting die niet past in een ‘georganiseerde structuur’ (van bijvoorbeeld een kerk). Zo zijn er velen die aan de rand staan, ook aan de rand van de kerk. Wij moeten hun echter de ruimte geven voor hun aarzelingen, hun vragen, hun twijfels en (misschien) hun boosheid, aldus Halík. Zij zijn op een of andere manier met God verbonden.
Velen stellen dat God niet in onze wereld aanwezig is. Zo ervaren zij dat. Zij worden geconfronteerd met Gods afwezigheid. En inderdaad, meer dan eens zwijgt Hij. Soms doet Hij dat voor lange tijd. Maar aan die ervaring moeten we aandacht schenken. Deze mogen we niet negeren. Gods zwijgen kan immers een spreken inhouden.
In elk geval vraagt onze confrontatie met Gods afwezigheid ons geduld. Halík wijst op drie vormen van geduld: geloof, hoop en liefde. Zowel in geloof als in hoop en liefde is geduld aanwezig. Wat geloof betreft: dat is er juist voor de momenten van schemering en van meerduidigheid van het leven en de wereld, en ook voor de nacht en winter van Gods zwijgen. Halík wil bij de ‘zoekers’ staan en hen – in dialoog – op een respectvolle wijze begeleiden, op zoek naar wederzijds begrip en wederzijdse verrijking.
Geduld met God is niet altijd een gemakkelijk boek. Ook bevat het soms opmerkingen die schuren, bijvoorbeeld over de verzoeningsleer van Anselmus. Toch is het een boek dat de moeite van het lezen waard is. Het dient het gesprek met ‘zoekers’, verdiept het geloof en geeft veel om over na te denken.
Douwe Steensma, Feanwâlden
N.a.v. Tomáš Halík, Geduld met God. Twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven, KokBoekencentrum: Utrecht, jubileumeditie (dertiende druk), 2024, hardback, 239 p., € 24,99, ISBN 978 90 435 4181 7.