Wat is de positie van het volk Israël na Christus? Hoe is de relatie tussen Israël en de kerk? Deze twee vragen hangen samen. Ze worden verschillend beantwoord, samen te vatten met de woorden: vervanging of vervulling.
Sommige theologen zeggen dat God Israël heeft vervangen door de kerk. Maar de meeste uitleggers verklaren dat Gods beloften in vervulling gaan door Christus. Betekent deze vervulling heil voor Israël en voor de andere volken? Of is deze verklaring ook een vorm van vervangingstheologie? Ja, zeggen verklaarders die van mening zijn dat dit blijkt uit Gods belofte aan Abraham. Daarom zullen door Israël alle volken op aarde gezegend worden. Eerdaags zal dat gebeuren. De stichting van de staat Israël in 1948 is hiervan een hoopvol teken. Het volk Israël zal dan in vrede wonen in het land van de belofte, met Jeruzalem als hoofdstad, en met een koning uit het huis van David op de troon. Die vredestijd zal duren tot Christus’ wederkomst.
In het zoeken naar het antwoord op deze vragen krijgt het bijbelboek Hebreeën weinig aandacht. Daarom schreef ik een studie over de vraag wat Hebreeën hierover zegt. In twee artikelen geef ik enkele hoofdzaken weer.
Middelaar
In Hebreeën 1:1 staat dat God voorheen tot de vaderen sprak door de offerdienst en de profeten en in deze laatste dagen tot ons door de Zoon. Bedoelt de apostel hiermee dat het Oude Testament vervangen is door het Nieuwe Testament? Zegt hij in die lijn dat Israël plaats heeft moeten maken voor de kerk? Ten onrechte is deze tekst vanouds vaak zo gelezen. Gods spreken door zijn Zoon vervangt niet zijn eerdere spreken, maar is daarvan de vervulling. Dat zegt Jezus zelf tegen de Emmaüsgangers (Luc. 24:27 en 44-45).
Ook Hebreeën 8:8-13 doet op het eerste gezicht aan vervanging denken. Door Gods spreken over een nieuw verbond is het eerste verbond voor verouderd verklaard. Dit klinkt alsof het nieuwe verbond het oude verbond heeft vervangen. Dan zou Israël, het volk van het oude verbond, vervangen zijn door de kerk, het volk van het nieuwe verbond.
Maar toch is hier geen sprake van vervanging. De apostel die de brief aan de Hebreeën heeft geschreven, citeert Jeremia 31:31-34. De belofte dat God met heel Israël een nieuw verbond zal sluiten, past hij toe op de Hebreeën, Joden die Jezus als de Messias zijn gaan belijden. Hun geloof is echter verslapt en hun toekomstperspectief is verdwenen. Daarom is dit pastorale schrijven een ernstige waarschuwing tegen ongeloof en afval.
Bovendien prijst de auteur de volmaaktheid van Christus’ werk aan. Ter onderstreping van zijn waarschuwing en bemoediging citeert hij Jeremia, waarbij het hem gaat om de innerlijke verandering en de volkomen vergeving.
In dezelfde samenhang noemt hij het aardse heiligdom een voorafbeelding van het hemelse heiligdom. Hij vergelijkt de dienst van de hogepriesters met het volmaakte dienstwerk van de unieke Hogepriester, Jezus. In Hebreeën 10:15-18 herhaalt hij de kern van het citaat en rondt het af met de slotsom dat er door de volmaakte vergeving dankzij Jezus geen offer voor de zonde meer nodig is.
Hiermee wordt dus niet gezegd dat Israël vervangen is door de kerk. Maar evenmin wordt gezegd dat het volk Israël in de toekomst zal worden hersteld in nieuwe glorie. Daarentegen richt de apostel alle aandacht op Jezus, de Hogepriester van het nieuwe verbond. Hij is de Zoon van God die in de wereld gekomen is als de Middelaar van het betere, vernieuwde verbond tot volkomen redding (Hebr. 8:6).
Zoon van God
Al Gods beloften gaan volkomen in vervulling door Jezus, de unieke Hogepriester. Maar eerst vestigt de apostel alle aandacht op het feit dat Jezus de Zoon van God en de Mensenzoon is.
In Hebreeën 1:1-4 noemt de apostel Jezus de Zoon van God. Hij straalt Gods luister uit en is zijn evenbeeld. Door Hem heeft God de wereld geschapen. Hij draagt alles door zijn machtig woord. Maar eerst vermeldt hij dat de Zoon de Erfgenaam is van alles. Als Christus voor de tweede keer zal verschijnen, ontvangen alle gelovigen samen als erfenis de redding, oftewel het leven in Gods Koninkrijk.
Hier gaat het dus niet over een vredestijd voor het volk Israël in het land van de belofte voor Christus’ definitieve komst.
Christus heeft ook ‘de reiniging van de zonden’ tot stand gebracht. Deze uitdrukking doet denken aan het jaarlijkse offerritueel op de Grote Verzoendag. Dan bracht de hogepriester een offer voor de zondenvergeving. Maar Jezus, dé Hogepriester, voltrok met het ene offer van zijn leven de volmaakte zondenreiniging. Hierop zinspeelt de auteur in vers 3 slechts, om vervolgens alle aandacht te vestigen op Jezus’ koningschap. Hij zit nu aan de rechterhand van God. De heerschappij is aan Hem, is de bemoedigende boodschap voor zijn gemeente.
Mensenzoon
De apostel richt echter niet alleen de aandacht op Jezus als de Zoon van God, maar ook op Jezus als de Mensenzoon. Daartoe onderstreept hij dat Jezus een Jood is. Hij vermeldt in 7:14 dat Jezus afstamt van Juda. Maar de (hoge)priesters komen uit de stam van Levi. Jezus is dus geen hogepriester zoals Aäron, maar van een andere orde. Hij lijkt op de hogepriester Melchisedek. Die was geen Jood, en zegende bovendien Abraham. Hij was dus meer dan de aartsvader. Zo ook is Jezus meer dan de levitische hogepriesters. Hij is de unieke, volmaakte Hogepriester.
In Hebreeën 2:7 noemt de auteur Jezus de mensenzoon, die God voor korte tijd minder gemaakt heeft dan de engelen. In Psalm 8 staat: De HERE heeft het mensenkind weinig minder gemaakt dan God (8:6). De apostel citeert de Griekse vertaling van deze psalm, waarin ‘God’ is vervangen door de engelen: Jezus is minder gemaakt dan de engelen. En hij vervangt ‘weinig’ door ‘voor korte tijd’: Jezus is een korte tijd minder gemaakt dan de engelen. Zo interpreteert hij Gods heilsboodschap uit de tijd voor Christus. Hieruit blijkt waartoe de Vader zijn Zoon in deze wereld heeft gezonden. Hij is de grondlegger van de redding van allen die geloven in Hem, van Abraham en zijn nageslacht, alle gelovige Joden en niet-Joden. Jezus bewerkstelligt de verzoening van hun zonden.
Kortom, de vervulling van Gods beloften voor Israël en de volken geschiedt door Jezus, die de Zoon van God en de Mensenzoon is. Het heil is door Jezus.
Dirk Visser, Amersfoort
Dr. D Visser is emeritus predikant van Broeksterwâld-Petrusgemeente. In 2024 verscheen bij uitgeverij Brevier zijn boek: Het heil is door Jezus. Israël in Hebreeën.