In de discussie over de positie van het volk Israël na Christus en de relatie tussen Israël en de kerk spelen het land van de belofte en Jeruzalem een belangrijke rol. Wat zegt de brief aan de Hebreeën over dat land en die stad?
In Hebreeën 11:8-16 wordt aandacht gegeven aan: het land Ur, het land van de belofte en het betere, hemelse vaderland.
Het land Ur werd door Abraham verlaten omdat God het zei. Maar in het land van de belofte (Kanaän) woonde de aartsvader als in een vreemd land. Dit land typeert de auteur van de brief aan de Hebreeën in 3:7-4:11 als ‘de rust’. Maar Israël mocht dat land niet binnengaan vanwege zijn ongeloof. Evenwel bracht Jozua het volk daar wel.
Toen Israël dat land was binnengegaan, sprak God over een andere dag, die door de auteur van de brief in 4:9 wordt aangeduid met het unieke woord ‘sabbatsrust’. Daar wacht, aldus de brief, het volk van God nog steeds op. Wil hij hiermee zeggen dat de vervulling van de landbelofte voor Israël nog zal komen, waarna Gods volk tot zegen zal zijn voor alle volken op aarde?
Toekomst
De Statenvertaling noemt deze rust treffend de geestelijke, eeuwige rust die voor de ware gelovigen zowel uitgaat boven de rust van het land Kanaän als van de zevende dag. Bij de schepping riep God de mens op Hem te dienen met vreugde. Dat werd later de roeping van Israël. Dat volk kwam niet in de plaats van de mensheid, maar kreeg van de HERE de taak voor het menselijk geslacht tot zegen te zijn. Maar helaas!
Toen heeft God zijn Zoon als mens geboren laten worden tot redding van Israël en de volken. Jezus zal die taak volmaakt tot vervulling brengen. Allen die in Hem geloven zijn het volk van God, voor wie de sabbatsrust in volmaaktheid zal komen als Jezus komt.
Die rust is dus niet het land van de belofte, maar het land van de toekomst, waarvan Gods Zoon de Erfgenaam is (1:2).
Abraham, en allen die geloven zoals hij, zijn vreemdelingen in het beloofde land en op aarde. Zij verlangen naar het betere, hemelse vaderland (11:16). Volgens sommigen bedoelt de auteur hiermee dat het verlangen van de gelovigen om na hun sterven naar de hemel te gaan zal worden vervuld. Anderen denken dat hij doelt op het land dat God aan Abraham had beloofd. Die belofte gaat in vervulling als het duizendjarig vrederijk aanbreekt. Dan zal het volk Israël weer wonen in het beloofde land, God dienen in Jeruzalem, terwijl een Davidische koning op de troon zit. En tot zegen zijn voor de hele wereld. Dit is gegarandeerd in de vervulling van Gods beloften door Christus.
In werkelijkheid is het betere, hemelse vaderland een synoniem van het onwankelbare Koninkrijk (12:28). Het spreken over het hemelse vaderland staat in verband met het hemelse heiligdom. Dat heiligdom ging Jezus binnen als Hogepriester met het offer van zijn leven. De zijnen mogen Hem volgen in dat heiligdom. Deze geloofswerkelijkheid wordt volle werkelijkheid bij Christus’ komst. Dan zullen alle gelovigen de volmaaktheid bereiken in het betere vaderland dan het land van de belofte. Typerend voor hen moet zijn dat zij verlangend uitzien naar dat hemelse vaderland, oftewel naar de toekomstige stad (13:14). Dat is wat de brief aan de Hebreeën zegt over het land waar de gelovigen naar mogen uitzien.
Stad
En wat zegt de brief aan de Hebreeën over de stad Jeruzalem? Jeruzalem neemt in de Schriften een prominente plaats in. Dat is overigens pas het geval sinds David haar veroverde en tot zijn koningsstad maakte en vooral nadat Salomo als vervanging van de tabernakel de tempel had laten bouwen.
In Hebreeën komt de tempel echter helemaal niet in beeld. Wel handelt Hebreeën 7-10 uitvoerig over de tabernakel, de voorafschaduwing van de tempel. Bovendien verkondigt de apostel dat de dienst in de tabernakel zijn beperking had. Die dienst, en ook die in de tempel, kwam tot vervulling door het volmaakte offer van Jezus, de Hogepriester.
Wat zegt dat voor de stad Jeruzalem? Het is opmerkelijk dat in Hebreeën Jeruzalem helemaal niet wordt genoemd. In hoofdstuk 12 vers 22 gaat het wel over het hemelse Jeruzalem, de stad van de levende God, maar die stad vereenzelvigt de auteur met de berg Sion, de berg waartoe de gemeente is genaderd en niet tot de berg Sinaï, zoals het volk Israël. De schrijver maakt hier dus geen vergelijking tussen het aardse en het hemelse Jeruzalem.
In 13:14 schrijft hij dat wij hier geen blijvende stad hebben, maar de toekomstige zoeken. Bedoelt hij met die eerstgenoemde stad Jeruzalem of de huidige wereld? Met zijn vergelijking vraagt hij alle aandacht voor de toekomstige stad, het hemelse Jeruzalem. De dag komt dat dit nieuwe Jeruzalem zal neerdalen uit de hemel. God zal daarin wonen met al de zijnen (Openb. 21:2 en 10). Tot die dag krijgt Christus’ gemeente te maken met tegenstand en lijden, en gaat ze vol hoop de weg naar het hemelse Jeruzalem. Ondertussen komt ze geregeld samen als voorproefje van en voorbereiding op dat wonen in de Godsstad (Hebr. 10:25).
Fundamenten
In relatie tot Abraham, en allen die geloven zoals hij, gaat het in Hebreeën 11:10 en 16 nadrukkelijk over de stad van God. De aartsvaders waren tentbewoners, die rondtrokken als nomaden. Tegenover die tenten plaatst de auteur de stad met de fundamenten. Abraham kreeg geen openbaring over deze stad, maar door geloof verwachtte hij grote dingen. Volgens de auteur van de brief aan de Hebreeën gaat het in Gods belofte om deze stad waarvan God de kunstenaar en bouwmeester is. Hij heeft haar gereedgemaakt voor allen die geloven zoals Abraham (11:16). Deze stad is er al vanouds, als goddelijke werkelijkheid. En ze is de plaats van de erfenis: de toekomstige stad van de levende God. Daarin hebben de gelovigen hun domicilie. Zij zullen op de dag dat Jezus komt deze stad binnengaan om daar voor eeuwig te wonen met Hem.
Deze teksten gaan dus niet over een nieuw begin voor het volk Israël in het land van de belofte, met het nieuwe Jeruzalem als hoofdstad. De apostel schetst vanuit de Schriften het volmaakte werk van Gods Zoon, die mensenzoon werd. Als de Hogepriester offerde Hij zichzelf tot verzoening van de zonden der zijnen. Als Christus voor de tweede keer verschijnt zullen alle gelovigen samen voor altijd wonen in het betere vaderland, oftewel de stad van de levende God.
Dirk Visser, Amersfoort
Dr. Dirk Visser is emeritus predikant van Broeksterwâld-Petrus gemeente en publiceerde vorig jaar zijn boek Het heil is door Jezus, Israël in Hebreeën (Brevier: Kampen).