De generale synode van Hoogeveen staat voor de deur. Eind september komen de afgevaardigden bijeen om met elkaar de zaken die op de agenda gaan komen te bespreken. In een eerste artikel heb ik een aantal opmerkingen gemaakt die van belang zijn voor de goede gang van zaken op de synode. Want het wordt spannend.

 

De vraag is hoe we als kerken die samenkomen in deze breedste meerdere vergadering, met elkaar omgaan. In dit tweede artikel bespreek ik met het oog daarop een paar hoofdgedachten uit een rapport dat in 2023 aan de kerken is aangereikt als gespreksmateriaal.

 

Rapport

Op de generale synode van 2020 werd een taakgroep uit de breedte van de kerken in het leven geroepen met de opdracht een bezinningsstuk te schrijven dat zou kunnen dienen om helderheid te krijgen over de manier waarop we, op grond van de Schrift en de belijdenis, met elkaar moeten omgaan. De concrete vraag die aan de commissie werd voorgelegd, was gericht op de relatie tussen aan de ene kant de plaatselijke gemeente en aan de andere kant het kerkverband. Hoe moet je die relatie zien, en wat zijn daarbij de kaders die gelden? De commissie ging aan het werk en legde in september 2020 een rapport onder de titel Zoek eerst het Koninkrijk van God – een weg terug uit de impasse op tafel.

Alleen al het woord ‘impasse’ in de titel van het rapport geeft aan dat er echt een reden was om tot dit rapport te komen, en de intussen ontstane crisis in ons kerkverband maakt zichtbaar dat die impasse er echt was – en tot op heden is! Op weg naar de generale synode van Hoogeveen is het goed de hoofdgedachte van dit rapport te bespreken, omdat er elementen in zitten die van wezenlijk belang zijn, ook voor de manier waarop de synode zou moeten omgaan met de vragen die ongetwijfeld op de agenda zullen komen.

 

Wezen

De hoofdgedachte die in het rapport klinkt, is dat samen kerk-zijn om een geestelijke houding vraagt. Dat heeft alles te maken met het wezen van de kerk. De kerk is immers het werk van God en het is niet en nooit een (puur) menselijke organisatie. De kerk is het eigendom van Christus. Zij is, zo stelt het rapport, ‘het lichaam van Christus’ dat zich ‘openbaart (…) in de plaatselijke gemeente’. Dat zie je duidelijk in het Nieuwe Testament, waarin verschillende brieven aan concrete gemeenten opgenomen zijn.

Hiermee raakt het rapport meteen aan een heel belangrijk gegeven dat in de gereformeerde theologie ook altijd doorgewerkt heeft: de kerk is allereerst de plaatselijke gemeente. Zij is de gemeenschap van de heiligen, die samenkomen waar het evangelie verkondigd wordt, waar de sacramenten bediend en gevierd worden, en waar gelovigen zich aan Christus en daarom aan elkaar verbonden weten. Zij weten zich aan elkaar verbonden omdat zij merken dat Christus hen daar zoekt, roept en aan Zich verbindt door het werk van de Heilige Geest. Dat is het eerste van de kerk.

En ja, diezelfde kerk heeft meteen ook een diepe geestelijke band met kerken in andere plaatsen. De kerk is de kerk die je tegenkomt in Korinte. Maar je kunt ook zeggen dat het gaat om de kerk (de ene kerk) die in het Nieuwe Testament beschreven wordt, waar de vele verschillende zelfstandige gemeenten samen ‘ook weer het ene lichaam van Christus’ vormen. En dat, terwijl er sprake is van een duidelijke verscheidenheid. Want iedere gemeente heeft, zo laat de Schrift zien, ‘haar eigen karaktertrekken’, en al ‘liggen de gemeenten geografisch dicht bij elkaar, geen twee gemeenten zijn gelijk’. Zonder aarzeling brengt het rapport dit naar voren: er is ruimte voor verscheidenheid, en er mag verschil zijn in de manier waarop het kerk-zijn beleefd en ingevuld wordt.

 

Kerkverband

Hiermee komen we bij de spannende vraag naar de onderlinge verhouding. Aansluitend aan het spreken van de Schrift is de denklijn binnen de gereformeerde theologie dat de plaatselijke kerk zelfstandig is, omdat ze een volwaardige gemeente van Christus is. Het rapport stelt dat een gemeente ‘niet een plaatselijke afdeling [is] van een landelijke organisatie met een centraal bestuur’. Maar die plaatselijke gemeente functioneert ook weer niet los van andere gemeenten. Er is een kerkverband, waarbij men zich als gemeente heeft aangesloten, omdat ook daarbij het besef en de overtuiging is dat men aan elkaar is gegeven. Door Christus. In Hem in Wie we ons heil ontdekken en ontvangen is er sprake van eenheid. Die dan ook bewaard moet worden, als zijn gave en opgave.

En dan komt de kernvraag op tafel. Duidelijk is wel dat de eenheid die binnen het kerkverband bestaat, of die zou moeten bestaan, een eenheid is die niet in organisatorische vormen kan worden verwezenlijkt. In het rapport wordt gezegd dat het geestelijk karakter van het kerk-zijn in een kerkverband ‘niet uit het oog verloren [mag] worden’. En daar wordt aan toegevoegd: ’waar men het samenwerken in een kerkverband reduceert tot een set van zakelijke regels en overeengekomen afspraken, is men niet meer voldoende doordrongen van de eenheid die er is in Christus, en de opdracht om die eenheid gestalte te geven.’

 

Wat betekent dit nu voor de manier waarop we in de kerken omgaan met de grote vragen waarvoor we gesteld worden en die ongetwijfeld op de synode van Hoogeveen een prominente plaats op de agenda zullen hebben? Welke geestelijke wegen zijn er te wijzen als we als kerken – in alle verscheidenheid die er is binnen het kerkverband van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland – met elkaar samenkomen om te zoeken naar een manier om daadwerkelijk gestalte te geven aan de eenheid die Christus geeft, en waarom Hij gebeden heeft? Wat hebben we nodig om met elkaar op die geestelijke manier te spreken? Want we komen bij elkaar in Hoogeveen, omdat we elkaar nodig hebben. In het laatste artikel hoop ik daar dieper op in te gaan.

 

Jan van ’t Spijker, Hoogeveen,

 

Het rapport Zoek eerst het Koninkrijk van God – een weg terug uit de impasse is te verkrijgen via de website van het kerkelijk bureau in Veenendaal: https://cgk.nl/product/rapport-commissie-kerk-zijn/.