In 2001 is een biografie van Guillaume Groen van Prinsterer uitgekomen in verband met diens honderdste geboortedag. Deze biografie is geschreven door dr. Roel Kuiper, thans hoogleraar christelijke identiteit aan de Theologische Universiteit Utrecht. Dit jaar is hiervan een tweede druk verschenen.

 

Groen was een man met bijzondere talenten, een enorme werkkracht en de wil het goede te zoeken voor zijn naaste en de samenleving als geheel. Deze biografie schetst niet alleen zijn levensloop, maar ook zijn ideeën over actuele politieke zaken. Groen heeft daarover veel gepubliceerd, waardoor hij veel invloed uitoefende. Wat het staatsrecht betreft was voor hem essentieel dat staatsordening gebaseerd moet zijn op het Woord van God. Goede staatsordeningen zijn echter niet alleen kenbaar vanuit de Bijbel, maar ook vanuit de geschiedenis.

Deze waardering voor wat in de historie is gegroeid, komt onder meer naar voren in het handboek dat Groen schreef over de vaderlandse geschiedenis. Dit handboek onderstreept de plaats van het huis van Oranje daarin. Deze drie zijn nauw aan elkaar verbonden: God, Nederland en Oranje.

Groens belangrijkste werk is Ongeloof en revolutie. Enige tijd geleden is in dit kerkblad een bespreking gewijd aan dit indrukwekkende en invloedrijke boek.

In alle bescheidenheid – maar ook met daadkracht – verdedigde Groen de beginselen die hij waardevol achtte voor mens en samenleving. Hij was daarin duidelijk: tegen de revolutie het evangelie! Ook verdedigde hij goede ordeningen met een open blik naar de samenleving. Zo vond hij bijvoorbeeld dat niet alleen protestanten (denk aan de afgescheidenen van 1834), maar ook rooms-katholieken vrijheid moesten hebben om hun geloof te belijden, ook in scholen. Velen in zijn tijd waren echter tegen een dergelijke vrijheid voor rooms-katholieken, maar Groen was een voorvechter van bijzonder onderwijs ook voor niet-gereformeerden. In 1917 zou een gelijkberechtiging van openbaar en bijzonder onderwijs werkelijkheid worden. Daarnaast was zijn betekenis als politicus onder andere dat hij mede de basis heeft gelegd voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), die later is opgegaan in het CDA.

Kerkelijk gezien is Groen altijd hervormd gebleven. Hij keurde de Afscheiding van 1834 niet goed, omdat hij bij de voormannen daarvan te veel ijver en dadendrang zag.

Tegelijkertijd kwam hij op voor de belangen van de kerken van de Afscheiding. Van overheidswege werd namelijk het bestaansrecht van deze afgescheidenen bestreden. Koning Willem I ging uit van de gedachte dat eenheid in religie de eenheid in het rijk als geheel ten goede komt. Sinds 1816 was het kerkelijk reglement van kracht waardoor in feite de overheid de kerk bestuurde.

Daarnaast heeft Groen samen met zijn vrouw Betsy veel betekend voor de opwekkingsbeweging die in die dagen gaande was. Deze beweging, het Reveil, onderstreepte de noodzaak van persoonlijk geloof in Christus. Het Reveil heeft vanuit christelijke bewogenheid enorm veel werk gedaan voor mensen in een achterstandspositie in de samenleving. Groen was – inhoudelijk gezien –een van de leiders van deze beweging. Voor dit werk en al zijn werkzaamheden geldt overigens dat hij liever op de achtergrond en in zijn studeerkamer bezig was, dan al organiserend op de voorgrond.

Roel Kuiper heeft indertijd een waardevolle en goed leesbare biografie geschreven. De uitgever heeft er goed aan gedaan een herdruk op de markt te brengen bij de herdenking van de honderd vijfentwintigste geboortedag van Groen. Wel had er hier en daar redactioneel nog wat aan dit boek geschaafd kunnen worden.

 

Douwe Steensma, Feanwâlden

 

N.a.v. Roel Kuiper, Tot een voorbeeld zult gij blijven. Mr. G. Groen van Prinsterer (1801-1876), Buijten & Schipperheijn Motief: Amsterdam, tweede druk, 2026, 277 p., € 29,99, ISBN 978 94 6369 364 6.