Zo’n tachtig jaar! Zolang is het geleden dat de Tweede Wereldoorlog werd beëindigd en de vrede werd getekend. Het moet voor alle partijen en betrokkenen een enorme opluchting zijn geweest, met name voor hen die slachtoffer waren van al het geweld. Eindelijk vrede en vervolgens ook wederopbouw. Het Marshallplan was een omvangrijk materieel hulpplan dat op initiatief van de toenmalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken George C. Marshall drie jaar na de Tweede Wereldoorlog in werking trad. Dit was gericht op de economische wederopbouw van de door de oorlog getroffen landen in Europa. Daarnaast was men beducht voor de Russen, die inmiddels een gevaar betekenden.
Zo is het zeer welvarende vrije Westen ontstaan. Wij als geboren en getogen Europeanen zijn kinderen van die ultieme vrijheid. Wat een voorrecht en wat een verantwoordelijkheid!
Maar hoe vrij zijn we eigenlijk en hoe moet dat, leven in vrijheid? Hoe vrij zijn we om naar onze eigen wil te handelen, te denken en te spreken, zonder onredelijke beperkingen of dwang van buitenaf?
Al geruime tijd vraag ik me af hoe vrij ik als individu eigenlijk ben en hoe vrij het welvarende Westen is. Een groot deel van de autochtone Europese bevolking is opgegroeid in een maatschappij zonder gevaar en steeds groeiende mogelijkheden. We hadden de wind mee. Er is goed voor ons gezorgd. Er waren geen onredelijke beperkingen voor onze meningsuiting of ons geloof. We stonden niet onder dwang van buitenaf. En dan zijn vrijheid en vrede normaal en hoeven we er niet over na te denken, maar verzuchten we hoe heerlijk het is om in vrijheid en vrede te leven.
Maar op een gegeven moment blijkt dat er toch grenzen zijn. Aan alle kanten botsen we tegen grenzen aan. Onze welvarende vrijheid heeft veel schade veroorzaakt aan het milieu, aan andere culturen, aan komende generaties en als je het scherp beoordeelt ook aan onszelf. We zijn als mensen behoorlijk verwend en ik ben daar geen uitzondering op. Al tijden leven wij op te grote voet en de gevolgen daarvan kunnen we eigenlijk niet verantwoorden. Een groot deel van de babyboomers (dat zijn wij: de grootouders in deze tijd) woont in grote huizen en is niet bereid of in staat dat huis in te wisselen voor een kleinere woning, om anderen woonruimte te bieden. Dat is maar één voorbeeld.
We zijn verslaafd aan welvaart en kunnen er niet meer zonder. Wie wel eens verslaafd is geweest, weet dat minderen niet helpt. Je moet vaak cold-turkeystoppen. Dat betekent: in één keer volledig stoppen met een verslavend middel of een gewoonte, zonder afbouwschema of hulpmiddelen. Dit leidt vaak tot hevige ontwenningsverschijnselen, omdat het lichaam plotseling geen toevoer meer krijgt.
Zeg het maar: bent u vrij? ‘Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde’ (Gal. 5:13).
Nel Noppe, Tzummarum