In de voorgeschiedenis van de Synode van Dordrecht speelden niet alleen kerkelijke, maar ook politieke factoren een grote rol. Het is de vraag of de synode überhaupt had kunnen plaatsvinden als er in 1617 niet een omwenteling had plaatsgehad die te danken was aan een lid van het Oranjehuis: prins Maurits (1567-1625), opperbevelhebber van het leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

 

Aanvankelijk sympathiseerde prins Maurits met de remonstranten. Zijn hofprediker was Johannes Wtenbogaert (1557-1644), die betrokken was geweest bij de opstelling van de Remonstrantie in 1610.

In 1617 schaarde Maurits zich echter achter de contraremonstranten, een keuze die niet los gezien kan worden van zijn conflict met de Staten-Generaal en de voornaamste man van dat moment in de Nederlanden: landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619). Oldenbarnevelt had een bestand uitgeroepen in de zich voortslepende oorlog tegen Spanje, terwijl Maurits vond dat de strijd juist naar een beslissende fase in het voordeel van de Nederlanden ging.

Maar al veel eerder was het tussen de beide mannen mis gegaan: in 1600 was het in de slag bij Nieuwpoort voor de prins nog maar net goed afgelopen omdat Oldenbarnevelt de strategische situatie totaal verkeerd had ingeschat. Het had het onderling vertrouwen danig geschaad. En deze Oldenbarnevelt was – zoals de meeste overheidspersonen – remonstrants gezind. Omdat tijdens het Twaalfjarig Bestand de godsdienstige tegenstellingen scherper naar boven kwamen, vermengden zich de kerkelijke en politieke situatie.

 

Onrust

Voorafgaand aan de synode heerste alom kerkelijke en politieke onrust. Remonstrantse en contraremonstrantse predikanten werden afgezet door een magistraat die bij de tegenpartij hoorde. Holland en Utrecht stonden aan de kant van de remonstranten, de overige gewesten aan contraremonstrantse zijde. Kerkleden gingen alleen nog naar de kerk bij een predikant van hun eigen opvatting. Theologen schreven pamfletten vol over de predestinatie. De ommekeer kwam toen prins Maurits min of meer een staatsgreep pleegde. Hij kon niet meegaan in de eis van Oldenbarnevelt om tegen de contraremonstranten troepen in te zetten. Tijdens een vergadering met de overheid liet hij dat ook weten: in 1585 had hij bij zijn aanstelling tot stadhouder de eed afgelegd om de gereformeerde religie te beschermen en daaraan wilde hij zich houden, zoals ook zijn vader Willem van Oranje gedaan had, zo stelde hij. Vanaf dat moment ging hij ook niet meer bij zijn remonstrantse hofprediker naar de kerk.

 

Friese invloed

Wat zou bij Maurits de doorslag gegeven hebben, de politiek of de kerk? Een vraag waarop het antwoord nog niet zo eenvoudig te geven is. Zeker is, dat de contacten met zijn neef Willem Lodewijk van Nassau (1560-1620), de stadhouder van Friesland, een rol hebben gespeeld. Hun briefwisseling draaide vooral om de godsdienstige kant van de zaak. Willem Lodewijk toonde zich bezorgd en waarschuwde dat 'de oude en vaste fundamenten van de gereformeerde religie', waarvoor men al zoveel jaren tegen Spanje streed, bedreigd werden, en daarmee ook de vrijheid van de Nederlanden als zodanig op het spel stond.

Door het ingrijpen van Maurits werden in de steden remonstrantse magistraten afgezet en vervangen door overheidsfunctionarissen die contraremonstrants gezind waren. Hij liet Oldenbarnevelt arresteren en gevangen zetten. Nog voor de Dordtse synode voorbij was, op 13 mei 1619, zou hij op het Haagse Binnenhof worden onthoofd op beschuldiging van hoogverraad.

Als gevolg van het ingrijpen van Maurits en de invloed van Willem Lodewijk veranderde ook de samenstelling van de Staten-Generaal. Maurits vond dat de kerken zelf moesten kunnen beslissen inzake hun leergeschil met de remonstranten en pleitte voor een kerkelijke synode. Hij kon echter niet voorkomen dat de Staten-Generaal de instantie vormden die tot de synode uitnodigde en ook in hoge mate bij de gang van zaken betrokken bleef.

 

Synodevoorzitter

Behalve de invloed van 'Us heit', zoals Willem Lodewijk genoemd werd, laat zich ook nog op een andere, meer directe manier invloed vanuit Friesland aanwijzen. Een van de eerste dingen die de synode moest regelen was de verkiezing van het moderamen. Daarbij werd Johannes Bogerman (1576-1637) tot voorzitter gekozen. Bogerman was sinds 1604 predikant in Leeuwarden. Als theoloog was hij breed opgeleid: na zijn eerste studiejaren aan de universiteit van Franeker had hij in Heidelberg, Genève, Zürich, Lausanne, Oxford en Cambridge gestudeerd, waarna hij predikant was geworden in Sneek. Leeuwarden was na Enkhuizen zijn derde gemeente. Hij fungeerde diverse keren als voorzitter van de provinciale synode van Friesland. Toen in 1618 de tegenstellingen in Holland zich verscherpten, kreeg hij van Leeuwarden drie maanden verlof om in de Kloosterkerk te Den Haag als predikant te fungeren. Prins Maurits, die hier na zijn ommekeer kerkte, zorgde ervoor dat deze termijn nog weer met twee maanden werd verlengd. Hun contact zou blijvend zijn. In 1625 begeleidde Bogerman de prins tijdens zijn ziekbed en was hij aanwezig bij zijn sterven, dat hij ook heeft beschreven in Het christelijck overlijden van den doorluchtichsten ende hooghgheboren prince, Mauritius van Nassau.

Bogerman stond bekend om zijn trouw aan de confessie en de catechismus en genoot breed vertrouwen. Ook de remonstranten waren aanvankelijk niet ontevreden over de benoeming van deze voorzitter. Zij zouden echter nog stevig geconfronteerd worden met een bijzondere vaardigheid van deze Friese dominee: zijn vergadertechniek, die wel omschreven wordt als 'zorgvuldig, scherpzinnig en strak'.

 

Christa Boerke, Apeldoorn

 

Mw. drs. C.T. Boerke is docent (Nederlandse) kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn.

 


Commentaar

  • Jan … en Paulus 2019-09-20 15:52:30

    Ik weet nog goed dat we, toen we in 2004 na zes jaar werken in de zending terugkwamen uit...

  • Graceland 2019-09-13 17:32:12

    Afgelopen zomervakantie heb ik iets nieuws gedaan. Voor het eerst van mijn leven ben ik naar een...

  • Student in 2019 2019-09-06 18:00:08

    Het is weer september, de vakantie is voorbij, ook voor het hoger onderwijs. Jongeren gaan voor...

  • Engelandvaarders 2019-08-30 18:36:12

    ‘Als we eerst Antwerpen maar voorbij zijn.’ We zijn op weg naar Engeland. Twee kleinkinderen van 9...