Reclame is overal. Elke dag dringt zich een oneindige stroom aanbiedingen en advertenties aan ons op. Per dag worden we gemiddeld blootgesteld aan zesduizend tot tienduizend advertenties. Van de nieuwste Iphone 17 en handcrème tot die bijzondere exotische vakantie op Aruba. Op Instagram en Tiktok word je als gebruiker verplicht vijf seconden te stoppen met scrollen om stil te staan bij een aanbieding. Deze oneindige advertentiestroom heeft tot doel onze verlangens wakker te maken en ons te laten klikken en kopen.
We leven in een maatschappij waarin reclame en advertenties gemeengoed zijn geworden. We zien er geen kwaad in, want dit is nu eenmaal de wereld waarin wij leven. Waarom zouden we ook? Het is de manier waarop nieuwe producten op de markt worden gebracht en voor de consument zichtbaar worden gemaakt.
Spiegel
Volgens de Duitse ethicus Bernd Wannenwetsch zijn al die advertenties helemaal niet zo onschuldig als ze lijken. In zijn essay ‘Het verlangen naar verlangen’ legt hij de vinger bij deze maatschappelijke trend. Wannenwetsch analyseert de consumptiemaatschappij aan de hand van de Thora met als speerpunt het gebod: ‘Gij zult niet begeren…’
De wet van de Heere functioneert op twee manieren: als eerste als lens waardoor we de maatschappelijke ontwikkelingen scherp in het oog krijgen. Daarnaast functioneert ze als een spiegel en ontdekt ze ons aan onze zonde.
De geboden zou je ook kunnen typeren als een kroonluchter, waarbij elk gebod een peertje is wat zijn unieke licht laat schijnen over de verschillende terreinen van ons leven. Als de wet zijn licht laat schijnen over onze maatschappij gaan wij daardoor dingen zien die wij vanuit onszelf niet zien. De Thora accepteert de samenleving namelijk niet zoals zij zich aandient, maar zij daagt de mensheid uit, ontmaskert de destructieve structuren en stelt de ingesleten patronen en gewoontes onder kritiek en laat ons Gods waarheid zien. De wet van de Heere roept daarom, volgens Wannenwetsch, altijd op tot bekering. Een terugkeer naar God, de Schepper Die alles heeft gemaakt, Die de zin en het oorspronkelijke doel is van elk mensenleven.
Als we volgens Wannenwetsch in de spiegel en door de lens van Gods wet kijken dan zien we dat onze verlangens niet op God gericht zijn, maar dan wordt de afgoderij zichtbaar. De dingen waar wij ons vertrouwen op stellen in plaats van dat op de Heere te doen. Dat gold voor het oude Israël dat zich neerboog voor beelden van andere goden. Maar dat geldt ook voor ons moderne mensen. De afgoden die wij dienen zijn niet zozeer religieus. Het zijn ook geen beelden, maar deze afgoden zijn er wel degelijk.
Om dit duidelijk te maken gebruikt Wannenwetsch de definitie van Luther uit z’n grote Catechismus: ‘Een God noemt men dat, waarvan men alle goeds verwacht en waarheen men vluchten kan in tijden van nood… Alleen vertrouwen en het geloof van het hart [maken] zowel God als afgoden.’
De grote afgoden van onze tijd zijn de jacht naar geld, luxeartikelen en bijzondere ervaringen. Wannenwetsch noemt het (online) shoppen als sprekend voorbeeld van afgoderij in onze tijd. Shoppen is niet het kopen van de spullen die wij nodig hebben, maar het bekijken van allerlei producten om daardoor verlangens op te wekken. Deze verlangens richten ons niet op God, maar op het schijnbaar oneindige keuzeaanbod van de wereld.
Wantrouwen
Het is goed om nog iets verder in te gaan op het gebod: ‘Gij zult niet begeren…’ Begeerte begint, volgens Wannenwetsch, niet groot, maar juist klein. Ze begint met een gedachte die wordt gevolgd door een verkeerde intentie, die vervolgens uitloopt in verkeerde daden.
Denk bijvoorbeeld aan de broedermoord in Genesis 4: Kaïn die Abel doodt. Abels offer wordt door de HEERE aangezien, maar het offer van Kaïn niet. Kaïn wordt woedend en de HEERE wijst op het gevaar van de woede: ‘Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen.’ Maar Kaïn beheerst zich niet en de begeerte in zijn hart eindigt in moord op zijn broer.
Begeerte is nooit een onschuldige gedachte, maar raakt altijd in negatieve zin onze medemensen, want het heeft altijd iets in zich van afgunst. Wij willen hebben wat de ander heeft en daarom gunnen wij het onze naaste niet.
Ten diepste komt ons verlangen en begeren voort uit het wantrouwen tegen God. Dit wantrouwen is de wortel van de zonde, want we zien in het paradijs Adam en Eva het woord van de Schepper in twijfel trekken en toch van de verboden vrucht eten. De zonden van Adam en Eva zijn niet uitsluitend hun ongehoorzaamheid en ongeloof, maar het is ook hun hoogmoed om zelf als God te willen zijn. Daarom is het het eten van de verboden vrucht ook een teken van eigenliefde.
Zoektocht
Zijn onze verlangens per definitie dan verkeerd? Nee, dat zijn ze niet, maar ze zijn afhankelijk van het doel. Als wij ons verlangen proberen te stillen met de dingen die de consumptiemaatschappij ons voorhoudt, zullen wij leeg en onvervuld blijven, want afgoden zijn immers machteloos.
Er zijn vandaag veel mensen, jongeren en ouderen die vervulling zoeken van hun verlangen. Zij zijn wanhopig op zoek naar vervulling van hun ziel. Deze zoektocht hoort bij het mens-zijn.
In de psalmen horen we ook dichters zuchten en roepen van verlangen. Zoals bijvoorbeeld de dichter van Psalm 42: ‘Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God.’ Vol verlangen wordt er gehunkerd naar vervulling. Maar voor de psalmdichter is dit niet iets materieels, maar zoekt hij naar de ontmoeting met de levende God.
In de evangeliën zien we de Zaligmaker rondtrekken door Galilea en Hij zoekt de mensen op. Hij doorbreekt met Zijn aanwezigheid en Zijn stem de zondige sleur waarin tollenaar Levi gevangen zit. Hij roept hem het tolhuis uit. Als Jezus spreekt wordt de magische aantrekkingskracht van het geld doorbroken. De Heere Jezus roept Levi en leert hem wat zijn verlangen werkelijk vervult.
Dit geldt ook voor ons als wij zoeken naar vervulling van ons verlangen. Dan horen wij aan het kruis op Golgotha het antwoord van de verhoogde Zoon van God: ‘Het is volbracht!’
Dit betekent dat de weg naar God de Vader geopend is en dat er genade is voor de zondaar die in Jezus Christus gelooft, zoals Augustinus heeft geschreven: ‘Ons hart kent geen rust tot het rust vindt in U.’
Bernd Mussche, De Westereen
Ds. B.H.P. Mussche is predikant van de gemeente van De Westereen



