{mosimage}Het onderwijs is voortdurend in beweging. Er wordt gekscherend wel eens gezegd dat veranderingen de enige constante factor in het onderwijs zijn. Bij veranderingen heb je voorstanders en tegenstanders. Dat is de constante factor bij veranderingen. Dat geldt in het onderwijs, dat is in de kerk ook zo.

In de afgelopen jaren is competentiegericht onderwijs (CGO) op veel scholen ingevoerd. Als ik de onderwijsontwikkeling van de afgelopen jaren vereenvoudigd samenvat, ziet het er als volgt uit: vroeger vonden we (parate) kennis heel belangrijk, daarna kregen we meer aandacht voor vaardigheden en nu komen die twee bij elkaar en noemen we dat competentie.
De manier waarop scholen competentiegericht onderwijs hebben ingevoerd is heel verschillend. Dat komt onder andere omdat scholen het begrip competentie verschillend hanteren.
CAH
Op de Christelijke Agrarische Hogeschool in Dronten mocht ik meedoen bij de ontwikkeling en introductie van dit nieuwe onderwijs. Op onze school hanteren we de volgende definitie van competentie (even in eigen woorden): het vermogen om in een spannende situatie succesvol te handelen. Uiteindelijk gaat het er dus om dat je iets goed DOET. Voor de collega’s die wat exacter zijn aangelegd heeft collega Dirk de Groot er een ‘formule’ voor bedacht. De formule van De Groot (ja, zo heet die echt op onze school) is:
DOEN = WETEN + KUNNEN + WILLEN + ZIJN.

Formule van De Groot
Zoals gezegd, in het beroepsonderwijs gaat het om het DOEN. Als je laat zien dat je iets goed kunt, ben je geslaagd. Dan ben je competent.
Daarvoor is kennis nodig. Je moet weten waar je het over hebt. Die kennis vergaart een student door naar les te gaan, door zelf dictaten te bestuderen, enz. Sommige scholen hebben bij de introductie van competentiegericht onderwijs het lesgeven afgeschaft. Alleen als een student met bepaalde vragen komt, wordt daar les over gegeven. In de praktijk blijkt dat niet te werken. Op de CAH zijn we gewoon les blijven geven, in het begin van de opleiding zelfs nog wat meer dan vroeger.
Kennis alleen is niet voldoende. Je moet ook iets kunnen met die kennis. En er daadwerkelijk iets mee doen. Bij kunnen gaat het over vaardigheden, zoals bijvoorbeeld presenteren. Dit soort vaardigheden kun je trainen. Tijdens een training of in de praktijk oefen je dingen. Je krijgt daar feedback op van een docent om het de volgende keer een stukje beter te doen. Zo werkt dat.
In de formule van De Groot zijn ook ‘willen’ en ‘zijn’ opgenomen. Als Christelijke Hogeschool vinden we dat erg belangrijk. Bij willen gaat het om je houding. Met studenten wordt daarover in de uren studieloopbaanbegeleiding doorgesproken. Wat wil je, waarom doe je dingen zoals je ze doet? Het is heel belangrijk op zoek te gaan naar je diepere drijfveren, naar je droom.
Daarom vinden we ook ’het zijn’ erg belangrijk. Vanuit het Bijbelse principe dat ieder mens uniek is en iedereen er mag zijn. Bij zijn gaat het om je karakter. Dat karakter wordt in de loop van je leven gevormd. Dat is zeker belangrijk in de leeftijdsperiode waarin de meeste van onze Hbo-studenten zitten (ca. 17 tot 22 jaar).
Al deze aspecten – weten, kunnen, willen, zijn – spelen bij competentiegericht onderwijs een rol. Competenties worden gevormd door deze vier aspecten.

Aangeboren
De vraag wordt nogal eens gesteld of je competenties wel kunt leren en kunt ontwikkelen. Zeker wanneer je ‘het zijn’, het karakter erbij betrekt, zeggen tegenstanders van dit soort onderwijs dat het bij competenties een kwestie is van aangeboren of niet.
Nu zal ik niet ontkennen dat het bij talenten van mensen ook gaat om aanleg. Toch vind ik het persoonlijk geen interessante discussie of iets aangeboren is of dat je het kunt ontwikkelen. Volgens mij is het beide. Ieder mens is uniek en heeft talenten gekregen. Iedereen staat voor de uitdaging om die talenten in zijn leven verder te ontwikkelen. Discussiëren over het een of het ander is voor mij een academische discussie. Soms is het ook een vluchtroute om niet te hoeven veranderen.

Leren geloven
Geloven is competentiegericht leren.
Ik gebruik de formule van De Groot, maar pas hem enigszins aan:
GELOVEN = ZIJN + WILLEN + KUNNEN + WETEN.

Ook bij geloven gaat het om een integraal geheel van deze vier aspecten. Maar ik zet bewust ‘het zijn’ voorop. Gelovigen zijn volgens de Bijbel kinderen van God, erfgenamen worden ze genoemd. In Rom. 8: 16-17 staat: De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. En nu wij zijn kinderen zijn, zijn we ook erfgenamen, erfgenamen van God. Ook wordt de mens in de Bijbel het beeld van God genoemd. Dat beeld is weliswaar bij de zondeval in duigen gevallen, maar door het werk van Christus wordt er aan het herstel van dat beeld gewerkt. Bij geloven is het belangrijk om deze vaste grond te hebben, wij zijn Gods kinderen, in Christus Jezus onze Heer!

Over het willen, het verlangen naar God wordt zowel in het OT als het NT geschreven. Psalm 42:1 zingt: Zoals een hinde smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar u, o God.
Maar dat verlangen is ook een worsteling, anders gezegd een leerproces. Ik denk aan Rom. 7:19 waar staat: wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. In die worsteling, bij die groei hebben we Jezus Christus en de Heilige Geest hard nodig. Nog eens Rom.7, nu vers 25: God zij gedankt, door Jezus Christus, onze Heer!

Geloven wordt wel eens omschreven als ‘oefenen in de Godsvrucht’. Dat is een mooie omschrijving, waarmee aangegeven wordt dat het bij geloven ook om een stukje training gaat. In het NT wordt het leven van een christen vergeleken met een wedloop, daar moet je goed voor trainen.

Het weten heb ik in de formule achteraan gezet. De Heidelbergse Catechismus zet het in zondag 7 vooraan. Daar staat dat geloven een zeker weten is, waardoor ik alles wat God in zijn Woord heeft geopenbaard, voor waarachtig houd. Ik denk dat het bij geloven ten diepste om het kind-‘zijn’ gaat.

Van elkaar leren
In de kerk worden ten aanzien van geloven soms heftige discussies gevoerd over de verhouding tussen kennis en gevoel. Ik constateer ook dat parate Bijbelkennis in de kerk afneemt, zeker bij jongeren, als je dat bijvoorbeeld vergelijkt met ca. 25 jaar geleden. Parate Bijbelkennis is belangrijk, maar is niet genoeg. Ook geloofsbeleving is belangrijk. Misschien schiet dat soms wel een beetje door. Maar of-of-discussies op dit punt zijn niet interessant en leiden volgens mij nergens toe. Beide zijn belangrijk. Nogmaals het gaat om de integraal van al die aspecten. Ook bij geloven is ieder mens uniek, ook bij geloven heeft ieder mens eigen talenten. Laten we blij zijn met die variatie bij christenen en vooral van elkaar genieten en van elkaar leren. Staand op die vaste grond, dat we kinderen en erfgenamen zijn!

Geloven is leren kennen, leven-lang leren.
Het is toegroeien naar God, samen.
Geloven doe je met hoofd, hart en handen.

Ik bid:
Geest van hierboven
leer ons geloven
hopen, liefhebben
door uw kracht!

Dronten                               
Wiggele Oosterhoff


Commentaar

  • Convent 2024-02-22 17:59:53

    Het kan je haast niet ontgaan zijn. Het convent dat op DV 20 april 2024 door deputaten...

  • Volle verzekering 2024-02-10 09:35:41

    Een gaatje in de agenda maakt dat wij op vakantie gaan. De camper wordt volgepakt met die dingen...

  • Helpen 2024-01-27 09:14:13

    Het is bijna Hulpverleningszondag en daarom wordt in dit nummer van het Kerkblad ingegaan op...

  • Goed voornemen 2024-01-13 09:36:53

    De stelling die Sake Stoppels, emeritus lector theologie, van de CHE, poneert in zijn bijdrage in...