{mosimage}Geleerd...
In deze rubriek delen studenten en doctorandi van Apeldoorn de vruchten van hun onderzoek. Deze keer drs. Wouter Moolhuizen.

Het voortbestaan of ontstaan van de Christelijke Gereformeerde Kerk, 1892

Voor mijn afstudeerscriptie op het vakgebied van de Nederlandse Kerkgeschiedenis heb ik de groei van de Christelijke Gereformeerde Kerk tussen 1892-1900 onderzocht. In dit eerste artikel zal ingegaan worden op het ontstaan of voortbestaan van de Christelijke Gereformeerde Kerk in 1892, in een volgend artikel zullen de oorzaken van de groei van de Christelijke Gereformeerde Kerk tussen 1892-1900 beschreven worden.

De Nederlandse kerkgeschiedenis van de 19e eeuw kenmerkt zich door twee conflicten binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. In 1834 is er de Afscheiding onder leiding van ds. Hendrick de Cock. De Cock is het niet eens met de invloed van de moderne theologie in de Nederlandse Hervormde Kerk. Het conflict dat hij daarover krijgt met de mensen die de leiding hebben in de kerk leidt tot een kerkscheuring. De verschillende groepen die bij de Afscheiding gebroken hebben met de Nederlandse Hervormde Kerk komen in 1869 definitief samen in één kerk: de Christelijke Gereformeerde Kerk. Toch gaan niet alle ‘gereformeerden’ mee met de Afscheiding. Er blijven ook veel ‘rechtzinnige’ mensen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. In de jaren zeventig en tachtig van de 19e eeuw komt er opnieuw een conflict. Dr. Abraham Kuyper wil dat de orthodoxe groepering binnen de Nederlandse Hervormde Kerk meer invloed krijgt in de kerkelijke besturen en probeert de Nederlandse Hervormde Kerk te reformeren door een nieuwe structuur door te voeren. Dat lukt echter niet en zo komt ook hieruit een scheuring voort: de Doleantie (1886-1887). De kerk die door deze dolerenden wordt gevormd heet de Nederduits Gereformeerde Kerken.

Vereniging
De twee die hierboven genoemde kerken, komen al snel na de Doleantie tot de conclusie dat ze wel erg veel overeenkomsten hebben. Ze zijn op grond van dezelfde bezwaren uit de Nederlandse Hervormde Kerk gestapt en gaan op zoek naar een manier waarop ze samen één kerk kunnen vormen. Hierover worden onderling gesprekken gevoerd tussen 1887-1891. Uit de gesprekken blijkt dat er inderdaad een grote overeenkomst is: de kerken hebben dezelfde grondslag. Beide kerken erkennen de Bijbel als de grond van de kerk en onderschrijven de drie formulieren van enigheid. In de kern zijn de beide kerken het dus eens. Toch zijn er ook verschillen. Die zijn weliswaar niet zo principieel als de overeenkomsten, maar ze zijn er wel. Zo is bijvoorbeeld de manier waarop de predikanten opgeleid worden in beide kerken anders en verschilt ook de opbouw of structuur van de kerken. Het belangrijkste verschil is echter de cultuur van beide kerken; dit verschil is niet onder woorden te brengen, maar wordt wel breed ervaren. Deze verschillen zorgen ervoor dat de gesprekken niet altijd even gemakkelijk verlopen. In 1889 is er zelfs een moment waarop de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerk uitspreekt dat de gesprekken misschien beter gestopt kunnen worden.

Ondanks de moeilijkheden komen er steeds weer nieuwe openingen waardoor de beide kerken in 1891 zover zijn dat er over een daadwerkelijk samengaan van beide kerken wordt gesproken. Op 17 juni 1892 is het zo ver. In Amsterdam komt de eerste synode bijeen van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Er is een feeststemming en iedereen is blij en opgelucht dat de gesprekken ook echt geleid hebben tot eenheid.

Bezwaren in Utrecht
De blijdschap is groot op de eerste synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, maar niet algemeen. Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerk is er namelijk een (kleine) groep mensen die het niet eens is met de Vereniging. Deze mensen hebben hun bezwaren bekend gemaakt op de laatste synode van de Christelijke Gereformeerde Kerk, maar er is door de synode niet op ingegaan omdat de bezwaren niet breed gedragen worden. Toch zijn de bezwaarden ervan overtuigd dat ze geen onderdeel kunnen uitmaken van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Een kleine maand na de Vereniging, op 5 juli 1892, komen de bezwaarde christelijke gereformeerden samen in Utrecht. Ze vergaderen daar in het Militair Tehuis en de vraag die gesteld wordt is: wat nu? De persoon die de vergadering belegd heeft en ook voorzit is ds. F.P.L.C. van Lingen. Deze voorganger was tot 1891 lid van de Nederduits Gereformeerde Kerken maar is overgegaan naar de Christelijke Gereformeerde Kerk omdat hij zich niet meer kon vinden in de koers van de Nederduits Gereformeerde Kerken en omdat hij ruzie had met de belangrijkste persoon in de Nederduits Gereformeerde Kerken: Abraham Kuyper.

In Utrecht zijn ongeveer zeventig mensen samengekomen uit heel Nederland die geen deel willen uitmaken van de Gereformeerde Kerken in Nederland en daarom besluiten christelijk gereformeerd te blijven. Zo blijft de Christelijke Gereformeerde Kerk bestaan (technisch gezien wordt die kerk opnieuw opgericht).

De Christelijke Gereformeerde Kerk
De Christelijke Gereformeerde Kerk is in 1892 nog maar een kleine kerk. Voor de Vereniging waren er in Nederland ongeveer 190.000 christelijke gereformeerden, na de Vereniging zijn daar nog maar 700 van over. In Zierikzee, Noordeloos, Teuge en Utrecht zijn al gemeenten gesticht, maar verder is er alleen hier en daar een groepje, dat geen lid wil zijn van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

De Christelijke Gereformeerde Kerk begint klein, maar groeit wel snel. Eind 1892 zijn er acht gemeenten; in 1893 komen er 15 gemeenten bij; in 1894 9 gemeenten; in 1895 ook 9 gemeenten en dit gaat door tot er eind 1900 63 gemeenten zijn door heel Nederland. Ook het kerkelijk leven wordt opgebouwd. Er komt elk jaar een synode samen, er wordt begonnen met een opleiding voor predikanten en er worden classes gevormd. Zo blijft de Christelijke Gereformeerde Kerk bestaan.

Toch kan de vraag gesteld worden hoe het kan dat de Christelijke Gereformeerde Kerk zo snel groeit in die eerste acht jaren. Hadden ze zo’n goed verhaal? Waarom waren er dan in 1892 niet meer mensen die hun bezwaren deelden?

De gemeenten die tussen 1892-1900 gesticht zijn, zijn over het algemeen in te delen in drie categorieën. Er zijn gemeenten die ontstaan omdat ze principieel problemen hebben met de leer van de Nederduits Gereformeerde Kerken. Er zijn ook gemeenten die ontstaan omdat er in één plaats twee kerken (een kerk die voor 1892 nederduits gereformeerd en een kerk die christelijk gereformeerd was) helemaal samengaan en één gemeente worden. Als dat gebeurt, kan het zijn dat mensen die voor 1892 christelijk gereformeerd waren, toch niets willen toegeven aan de anderen en daarom een eigen kerk stichten waarin alles gaat zoals ze het gewend zijn. Een laatste categorie gemeenten ontstaat naar aanleiding van conflicten in plaatselijke gemeenten. Wat deze categorieën precies inhouden en hoeveel gemeenten er in elke categorie thuishoren, komt in een volgend artikel aan de orde.

Zutphen                   
Wouter Moolhuizen

Wouter Moolhuizen studeerde onlangs af aan de TUA Apeldoorn, is beroepbaar in onze kerken en ontving inmiddels meerdere beroepen.


Commentaar

  • Convent 2024-02-22 17:59:53

    Het kan je haast niet ontgaan zijn. Het convent dat op DV 20 april 2024 door deputaten...

  • Volle verzekering 2024-02-10 09:35:41

    Een gaatje in de agenda maakt dat wij op vakantie gaan. De camper wordt volgepakt met die dingen...

  • Helpen 2024-01-27 09:14:13

    Het is bijna Hulpverleningszondag en daarom wordt in dit nummer van het Kerkblad ingegaan op...

  • Goed voornemen 2024-01-13 09:36:53

    De stelling die Sake Stoppels, emeritus lector theologie, van de CHE, poneert in zijn bijdrage in...