'God hebben', dat is het hoogste goed. Daarvoor moet je, zei Augustinus (354-430), meer doen dan het volgen van een aantal regels. Nodig is een eerlijk en oprecht leven. Zelf streefde hij daarnaar. Hij prees dat leven ook anderen aan. Paul van Geest heeft een prachtig boekje uitgebracht over levenskunst volgens Augustinus.

Wie gelukkig wil worden, moet maat houden en zich wachten voor onmatigheid. Te veel bezit bijvoorbeeld maakt niet gelukkig, maar te weinig ook niet. Bovendien moet je ervoor zorgen dat je lichaam en geest in evenwicht zijn. Lichamelijk en geestelijk evenwicht is samen met matigheid belangrijk voor een goede manier van leven, het beoefenen van de levenskunst.

Wat volgens Augustinus eveneens bij die levenskunst hoort, is waarachtigheid. Zonder eerlijkheid en oprechtheid ten opzichte van God en de naaste kun je het hoogste geluk nooit bereiken. Je kunt dan ook nooit diep inzicht krijgen in de wereld waarin je leeft, laat staan kennis van God. Wie daarom zoekt naar het ware leven zal streven naar waarachtigheid. Wie door God gegrepen is zal integer leven. Dat betekent dat wat je doet en hoe je leeft overeen moet komen met wat je gelooft en belijdt. Leer en leven moeten een eenheid vormen.

 

Belijdenissen

Deze waarachtigheid heeft Augustinus sterk beziggehouden vanaf zijn bekering in het jaar 386 tot het einde van zijn leven. Dat blijkt uit zijn preken, geschriften en gesprekken met tegenstanders.

Hij wilde eerlijk zijn ten opzichte van zichzelf. In zijn Belijdenissen daalde hij af naar de diepten van zijn 'ik'. De duistere kant daarvan heeft hij niet verborgen gehouden. Dit persoonlijke document is na meer dan negentien eeuwen nog steeds een aangrijpend verhaal.

Augustinus laat met deze bekentenissen zien wie een mens in zichzelf is. Hij schetst de raadselachtigheid van het kwaad aan de hand van zijn eigen innerlijke zoektocht en strijd. Diep in het eigen 'ik' van een mens kan oneerlijkheid en onoprechtheid verscholen liggen, zonder dat het 'ik' daarvan enig besef heeft. Zelfs iemand die de waarheid kent, kan oneerlijk en onoprecht zijn. Zelfs wie weet van het goede, kan toch kiezen voor het kwaad. Alleen genade bewaart je daarvoor.

Zelf heeft Augustinus vóór zijn bekering onoprecht en oneerlijk geleefd. Hij hield de schijn op en wilde in het gevlei komen bij mensen die hem voordeel konden opleveren in de ontwikkeling van zijn carrière. Maar hij ontdekte dat deze manier van leven hem geen rust bracht. Dat veranderde toen God hem riep en bekeerde. Augustinus leerde God kennen. Dat gunde hij vervolgens anderen ook van harte. Daaraan heeft hij heel zijn verdere leven gewijd. Hij deed dat met de vele en rijke talenten die zijn Schepper hem had gegeven. In zijn verkondiging van het evangelie paste zijn strijd tegen oneerlijkheid en onoprechtheid. Een integer leven is een voorwaarde voor de ware kennis van God.

Augustinus' inzet voor integriteit bleek vooral vanaf het moment dat hij priester werd en later bisschop. Waarachtigheid is eigen aan het geloof. Wie het geloof belijdt, moet waarachtig leven. Dat kan niet anders. Een huichelachtig en oneerlijk leven gaat niet samen met het ware geloof.

 

Geloofwaardigheid

Bovendien is waarachtigheid nodig voor je naaste. Wanneer je het geloof belijdt en tegelijkertijd oneerlijk en onoprecht zou zijn, ben je voor anderen een obstakel op de weg naar het heil. Je maakt daarnaast de kerk ongeloofwaardig en doet afbreuk aan het evangelie. Waarachtigheid is meer dan nodig, vooral voor wie het woord van God verkondigen. Hun geloofwaardigheid wordt aangetast wanneer ze niet zelf leven vanuit wat zij de gemeente voorhouden.

Een zekere Januarius, priester en weduwnaar, had verklaard dat hij al zijn bezit had opgegeven toen hij in het huis was gaan wonen dat Augustinus voor geestelijken had gesticht. Later bleek dat deze man in het geheim een testament had gemaakt. Fel bekritiseerde Augustinus diens stiekeme handelswijze en wijdde daaraan een preek. Zelfs vroeg hij aan het kerkvolk de volgende dag terug te komen omdat hij aan één preek over deze kwestie niet genoeg had. Niet dat Augustinus van elke geestelijke vroeg dat deze zijn bezit zou moeten opgeven. Januarius had zeker bezit mogen hebben, maar dan had hij elders moeten wonen.

Hoge eisen stelde Augustinus aan wie in kerk of samenleving een hoge positie bekleedt. In zijn manier van optreden en spreken en in alles wat hij doet, moet een gezagsdrager waarachtig zijn. De keuze die hij maakt in zijn dagelijks leven, moet in overeenstemming zijn met zijn functie.

Een eerlijk en integer leven vraagt rust. Onrust kan voortkomen uit ontevredenheid met je persoonlijke situatie, het verlangen naar voortgang in de carrière en verbetering van de eigen maatschappelijke positie. Onrust kan ook voortkomen uit angst. Welgestelden kunnen zich zorgen maken over een mogelijk verlies van hun rijkdom, armen vanwege hun dagelijks onderhoud. Al dat soort zaken kunnen een mens uit balans brengen. Gemakkelijk kan die onevenwichtigheid oneerlijkheid en onoprechtheid in de hand werken.

Naast rust is je omgeving van belang. Een onveilige omgeving kan maken dat je je ware 'ik' verbergt. Augustinus onderstreept het belang van een plek waar mensen aandacht hebben voor elkaar en zorgen met elkaar delen. Op een dergelijke plek is een eerlijk gesprek mogelijk. Daar kun je je onrust, zorg en angst benoemen. Als je je kwetsbaar opstelt, weet je je toch geborgen. Zo'n omgeving bevordert een leven van integriteit. Je spreekt elkaar daar aan op eventuele fouten en misstappen. Een dergelijke omgeving werkt helend en ook preventief tegen onwaarachtigheid. Dat stond Augustinus voor ogen toen hij in Hippo een huis oprichtte voor diegenen die zich helemaal aan de dienst aan God wilden wijden.

Tweeërlei kerkleden

Waarachtigheid houdt onder meer in dat je je eigen onvolmaaktheid onder ogen moet zien. Augustinus heeft dat zelf ook gedaan. Hij ontdekte dat hij een leven had geleid in onmatigheid. Hij streefde toen naar eer, roem en het genot van de wereld.

Ook de kerk moet haar onvolmaaktheid onder ogen durven zien. Ze mag haar zonden niet verdoezelen en moet kunnen toegeven dat zij fouten heeft gemaakt. Misstanden in haar midden moet ze aanpakken. Daartoe zal ze zelf het initiatief moeten nemen en niet wachten tot druk van buitenaf haar daartoe dwingt. Op die wijze wordt duidelijk dat ze zelf ernst wil maken met een leven van eerlijkheid en oprechtheid.

Augustinus merkt op dat veel kerkleden niet leven vanuit de deugd van de waarachtigheid. Hij maakt onderscheid tussen twee soorten kerkleden: leden die horen bij het rijk van God en streven naar integriteit, en leden die horen bij het rijk van de wereld, slechts in naam 'christen' zijn en leven in huichelachtigheid en oneerlijkheid. Kerklid-zijn is niet voldoende voor het eeuwige behoud. Doop en avondmaal maken iemand niet vanzelfsprekend tot burger van de stad van God. Een goed christen streeft oprecht naar het doen van de wil van God.

De studie die dr. P.J.J. van Geest, hoogleraar Augustijnse Studies in Tilburg en Amsterdam (Vrije Universiteit), heeft geschreven over waarachtigheid bij Augustinus is zeer de moeite waar. Van Geest bespreekt deze deugd vanuit een aantal geschriften van Augustinus en stelt deze in chronologische volgorde aan de orde. Daardoor zien we dat de invulling van de genoemde deugd in de loop van de jaren enigszins is veranderd. Het boek bevat eindnoten, een lijst met literatuur en een tweetal registers.

 

Feanwâlden
D. J. Steensma

 

Naar aanleiding van: Paul van Geest, Waarachtigheid. Levenskunst volgens Augustinus. Uitgeverij Meinema / Averbode, Zoetermeer 2011, 182 blz., ISBN 978 90 211 4277 7, prijs € 18,50.


Commentaar

  • Convent 2024-02-22 17:59:53

    Het kan je haast niet ontgaan zijn. Het convent dat op DV 20 april 2024 door deputaten...

  • Volle verzekering 2024-02-10 09:35:41

    Een gaatje in de agenda maakt dat wij op vakantie gaan. De camper wordt volgepakt met die dingen...

  • Helpen 2024-01-27 09:14:13

    Het is bijna Hulpverleningszondag en daarom wordt in dit nummer van het Kerkblad ingegaan op...

  • Goed voornemen 2024-01-13 09:36:53

    De stelling die Sake Stoppels, emeritus lector theologie, van de CHE, poneert in zijn bijdrage in...