Met de brief aan Laodicea zijn we aan de laatste van de zeven brieven toegekomen. Deze brief is de meest bekende brief, zo vermoed ik. Van de historische en culturele achtergrond van Laodicea is veel bekend. We moeten dus opnieuw een selectie maken.

Laodicea is tijdens de regering van de Seleuciedische vorst Antiochus II tussen 261-253 v. Chr. gesticht. Hij vernoemt de stad naar zijn vrouw Laodice. Laodicea ligt in de Lycius vallei in het zuidwesten van de provincie Frygië. De plaats wordt op de plek van de reeds bestaande stad Diospolis gebouwd. De naam Diospolis betekent: stad van Zeus. In deze stad was Zeus de hoofdgod, zo ook in Laodicea. De stad ligt tussen twee rivieren, ongeveer 18 km verwijderd van Kolosse en 9 km van Hierapolis. Tussen deze drie steden is sprake van een voortdurend rivaliteit om de eerste plaats in de regio, vooral tussen Laodicea en Kolosse. Dit pleit wordt uiteindelijk in het voordeel van Laodicea beslecht. Tevens ligt Laodicea op een kruispunt van verschillende belangrijke handelswegen. Na afloop van de veldslag bij Apamea in 188 v. Chr. valt Laodicea onder de heerschappij van de koning van Pergamum. Hij ontvangt deze en andere steden van de Romeinen als dank voor zijn steun in de strijd tegen de Seleucieden. Wanneer de vorst van Pergamum in 129 v. Chr. de grote fout maakt door koning Mithridates in zijn opstand tegen de Romeinen te steunen, wordt hij daarvoor door Rome keihard afgestraft. Laodicea valt vanaf dat moment onder het directe gezag van Rome. Vanaf nu heerst in Laodicea grote loyaliteit jegens Rome. Zo houdt de stad als een van de weinige plaatsen in 88 v. Chr. stand tegen Mithridates IV wanneer deze in korte tijd de provincie op de Romeinen tijdelijk in bezit neemt. In 40 v. Chr. buigt de stad niet voor Labienus, die aan het hoofd van het leger van de Parthen de provincie binnenvalt. Als dank voor deze trouw schenkt de Romeinse keizer Markus Antonius de leiding van Laodicea het Romeins burgerschap.

 

Joden in Laodicea

Net als in Smyrna wonen ook in Laodicea veel Joodse families. De grote Joodse populatie is te danken aan het beleid van Antiochus III, die kort na 213 v. Chr. ongeveer 2000 Joodse families vanuit Babylonië in de pas veroverde gebieden Lydia en Frygië vestigt. Zij moeten meehelpen bij de opbouw van het verwoestte en uitgedunde gebied. Veel van deze Joodse families vestigen zich in de loop der tijd in Laodicea, de stad die door zijn vader Antiochus II gesticht is. De stad wordt een van de centra waar de tempelbelasting voor Jeruzalem (een halve shekel) verzameld wordt om vandaar naar het moederland verzonden te worden. In 62 v. Chr. worden meer dan 9000 shekels in en rond Laodicea ingezameld. Iedere Jood van 20 jaar of ouder was verplicht om jaarlijks een halve shekel aan de tempelbelasting af te dragen. Dit betekent dat er rond die tijd tienduizenden Joden in en rond Laodicea leefden. De schaarse gegevens uit die tijd over het Joodse leven in de regio van Laodicea geven weinig informatie, maar maken wel duidelijk dat de Joden verschillende religieuze privileges hebben waardoor zij ongehinderd hun godsdienst kunnen uitoefenen. Dit kostbaar en kwetsbaar voorrecht verklaart mede waarom Paulus juist van de kant van zijn volksgenoten in Azië zoveel tegenstand heeft ontmoet. De angst om deze privileges kwijt te raken, vanwege het exclusief karakter van de ‘nieuwe’ Joodse religie, is een belangrijke drijfveer voor Joden om hun volksgenoten en volgelingen van Jezus de Kurios te vervolgen.

 

Goud, rijk en rijker

Samen met de steden Hierapolis, Hydrela, Themisonium en Cibrya vormt Laodicea een soort verband, een conventus. Op allerlei terreinen, zoals economie, jurisprudentie, sport, etc. trekken deze steden gezamenlijk op. Laodicea vormt met haar bankwezen en wisselkantoren het economisch en juridisch centrum van dit verband. Het conventus bezorgt de regio en met name Laodicea grote rijkdom en welvaart. Tevens worden in de stad de belangrijkste en grootste gladiatorengevechten en atletiekwedstrijden in het grote stadion gehouden. Daarnaast bezit de stad theaters, gymnasia, badhuizen, enz. Toch kent de stad naast grote welvaart ook forse tegenspoed. Zo heeft Laodicea veel te lijden onder verschillende aardbevingen, die de regio treffen. In 60 n. Chr. bijvoorbeeld wordt het gebied door een grote aardbeving getroffen. Men is in staat om zonder hulp of steun van buiten geheel uit eigen middelen de stad te herbouwen. Dit is illustratief voor het grote financiële vermogen als ook voor de veerkracht van Laodicea. Nu bezit de stad trouwens ook verschillende rijke burgers die grote sommen en/of prachtige gebouwen aan de stad schenken. Maar goed, het tekent ook de mentaliteit van de lokale bevolking. Laodicea is zelfstandig en weet ten allen tijde zichzelf te bedruipen. Tegen deze houding ageert Christus in zijn brief aan de gemeente aldaar (vgl. Openb 3,17-18).

 

Wol en ogenzalf

Laodicea is om verschillende producten beroemd geworden. Bekend is de wol uit Laodicea. Deze wol is extra zacht en diep zwart, volgens sommige auteurs uit die tijd dankt Laodicea dit aan het bijzondere water dat de schapen in de omgeving te drinken krijgen. Het bezorgt de stad een rijke bron van inkomsten. Wanneer Christus in deze context constateert dat de gemeente in geestelijk opzicht arm en naakt is, raakt dit Laodicea in het hart. Verder is de stad het medisch hoofdcentrum van Frygië. Het beschikt over een beroemde opleiding waar studenten medicijnen kunnen studeren. Deze school wordt gesponsord door de tempel van de Anatolische god Mēn Karou. Christus’ voorbeeld van ogenzalf past dus binnen de context van de gemeente te Laodicea (Openb 3,18).

 

Koud noch heet

Met alle welvaart, die Laodicea bezit, mist de stad de noodzakelijke voorziening van water. Dit probleem wordt in Laodicea door het aanleggen van een ingenieus watersysteem ondervangen. Blijkbaar wegen de voordelen van het vestigen van een stad op dit kruispunt van wegen op tegen de kosten, die met de aanleg van deze watervoorziening gemoeid zijn. Voor water is Laodicea afhankelijk van bronnen buiten de stad. In het vulkanisch gebied zijn in de nabije omgeving verschillende warmwaterbronnen. Het water uit deze bronnen wordt middels een aquaduct naar de stad gevoerd, opgevangen in een reservoir en vandaar naar de stad getransporteerd. Onderweg koelt het water wel af, toch blijft het lauw. Christus vergelijkt dit lauwe water met warm en koud water. Hier klinkt duidelijk de situatie in de directe omgeving van Laodicea door. De buurtstad Hierapolis stond bekend om het koel, frisse en levenskrachtige water. Kolosse was beroemd vanwege de heetwaterbronnen waaraan een geneeskrachtige werking toegeschreven werd. Het water van Laodicea is niet fris of levenskrachtig, maar lauw en dood. Terwijl Laodicea op maatschappelijk, economisch en bestuurlijk terreinen de wedloop tussen de drie steden ruimschoots gewonnen heeft, licht Jezus deze stad nog eens door. De zelfgenoegzaamheid van Laodicea heeft ook de gemeente aldaar in zijn greep gekregen. Zozeer zelfs dat Jezus buiten de deur staat en moet kloppen om binnen te komen!

 

Urk
C.P. de Boer


Commentaar

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...