Velen hebben moeite met de tekenen en wonderen die in de Bijbel staan beschreven, ook met de opstanding van Christus uit de doden en met zijn hemelvaart. Maar als we daarmee moeite hebben, dan kunnen we toch ook niet verwachten dat Hij terugkomt? Het verhaal van Jezus is dan geëindigd met zijn sterven.

 

Wat is de inhoud van het geloof zonder de belijdenis van de wederkomst? Dan is de zondagse prediking een leeg gebeuren. Dan stelt het geloof niets meer voor. Als wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus hebben gebouwd en zijn wederkomst niet verwachten, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen (vgl. 1 Kor. 15, 14. 19).

Want Hij die redder wordt genoemd, zal geen redder zijn. Hij zal niet terugkomen. De redding blijft uit: 'We dachten dat we verzoend waren, maar waren dat dus niet. Het was een waandenkbeeld. Dan zijn we verloren.'

Wanneer we onze menselijke ervaring laten heersen over het woord van God, is er geen andere conclusie mogelijk. Jazeker, we lezen de Bijbel met de bril van onze tijd en met die van onze menselijke ervaring en persoonlijke beleving. Maar zijn ons verstand, onze ervaring en de cultuur waarin we leven, uiteindelijk beslissend in onze uitleg van de Bijbel?

Paasdag

Gelukkig heeft Christus zijn kerk anders geleerd: Hij zal zeker terugkomen. Hij heeft het zelf gezegd, bijvoorbeeld in zijn prediking over de laatste dingen. Ook toen Hij voor Kajafas stond (Mat. 26, 64).

Zo groet Christus vandaag zijn kerk: 'Genade voor u en vrede van Hem die is en die was en «cursief» die komt «einde cursief»' (Op. 1, 4).

Hij zal bij zijn komst tonen wie Hij werkelijk is, zoals Hij dat ook op de dag van zijn opstanding deed in de kring van zijn discipelen. Toen werd duidelijk dat Hij daadwerkelijk de Here en de Christus is. Lange tijd was dit verborgen, vooral door zijn sterven aan het kruis. Maar op de paasdag was alles anders. Zo zal ook de dag van zijn wederkomst een dag van onthulling worden. Dan wordt niet alleen voor de gelovigen, maar voor iedereen duidelijk wie Hij is. Zijn wederkomst is een allesomvattende paasdag voor de wereld (G. C. van Niftrik).

Dan zal Hij komen met grote macht en heerlijkheid (Mar. 13, 26) en op de wolken van de hemel.

Hemelse boodschappers berichtten de discipelen daarover (Hand. 1, 11). Jezus zou terugkomen op dezelfde wijze als Hij naar de hemel was gegaan. Zichtbaar. Met zijn verheerlijkt, menselijk lichaam. Het zal niemand op aarde ontgaan dat de allerhoogste Koning opnieuw verschenen is. Zijn heerlijkheid en majesteit worden op die dag onthuld. Geweldige tekenen zullen verschijnen. De machten in de schepping die altijd hebben vastgestaan, zullen wankelen (vgl. Mar. 13, 25).

 

Heil

De zijnen zullen Hem dan begroeten als hun redder. Zij verwachten toch 'de zalige hoop' en de verschijning van de heerlijkheid van hun grote God en Heiland, Christus Jezus (Tit. 2, 13)? Datgene waarop zij vurig hoopten, is dan werkelijkheid geworden.

Zijn komst zal lijken op het bezoek van een groot heerser aan een stad in de tijd van het Nieuwe Testament. Die heerser toonde bij dat bezoek zijn mildheid en goedheid. Zijn komst kon een nieuw tijdperk inluiden. Gespannen keken mensen daarnaar uit. Zo is ook de wederkomst van Christus bijzonder zegenrijk voor de zijnen. Hun heil zal volkomen zijn. De nieuwe schepping die al in Christus begonnen was, begint dan pas echt.

Daarom zegt het Nieuwe Testament dat de gelovigen Hem «cursief» tot hun heil «einde cursief» verwachten (Heb. 9, 28). Ze verwachten dat Hij hun redding en verlossing helemaal werkelijkheid zal maken. Ja, die is nu ook al in beginsel werkelijkheid. Wie in Christus is, is een nieuwe schepping. De verzoening is eens voor altijd geschied. Maar de onthulling daarvan laat nog op zich wachten. De volkomen verlossing moet nog komen. Dan wordt voor alles en iedereen duidelijk wat nu nog verborgen is. Verlossing is eigenlijk onthulling van de verzoening (G. C. van Niftrik).

De gelovigen ondervinden nu in deze tijd nog veel moeite en gebreken. Ze gaan maar al te vaak gebukt onder zorgen. Maar Christus zal terugkomen en dan wordt duidelijk dat de zijnen echt verlost zijn. Daarom verwachten zij Hem tot hun heil.

Hij zorgt ervoor dat zij niet bang hoeven te zijn voor de boosheid van God die eens in alle hevigheid zal losbarsten (1 Tess. 1, 9-10). Dat laatste is zeker: de toorn van God zal zich openbaren. God zal oordelen. Maar de gelovigen mogen uitzien naar hun Redder. Altijd is Hij dat al geweest en dan zeker.

 

Waakzaam

Met zijn komst zal alles nieuw worden. Heel de schepping: de aarde, ons zonnestelsel, de melkwegstelsels. Op aarde zal dan gerechtigheid wonen (2 Pet. 3, 13). Wanneer dat zal zijn? Niemand weet dat moment. De engelen niet, ook de Zoon van God niet. Alleen de Vader (Mar. 13, 32).

Daarom zal Christus komen op een moment dat niemand daarop verdacht is. Hij komt als een dief in de nacht (1 Tess. 5, 2). Iedereen is dan bezig zoals mensen in de dagen van Noach bezig waren: met eten en drinken, met werken en rusten, met relaties aangaan en relaties onderhouden. Aan allerlei dingen denken zij, behalve aan het enig nodige. Ze spotten met God en zijn gebod. Dat houdt niet op. Niet vanzelf. Pas als God ingrijpt en onverwacht de hemel opent en zijn Zoon zendt.

Daarom is waakzaamheid geboden. Jezus riep daartoe op: Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: Waak! (Mar. 13, 37). Hij vertelde daartoe een gelijkenis over meisjes die wachten op de komst van de bruidegom: vijf verstandige, maar ook vijf domme (Mat. 25, 1-13). We weten niet wanneer Hij terug zal komen, maar wel dat we waakzaam moeten zijn.

Niet voor niets zei Paulus: De tijd is nabij (Fil. 4, 5). Ook Jezus zelf sprak over nabijheid: Zie, Ik kom spoedig (Op. 22, 12; vgl. 1, 3). Dit 'nabij' is een profetisch appel. Met dit woord geeft God ons geen instrument in handen om die dag te berekenen. Het 'nabij' is een profetische «cursief» wake-up call «einde cursief»: wakker worden. De dag zal zeker komen! Die dag waarop er geen avond meer zal zijn.

Ondertussen moeten al de zijnen hun verantwoordelijkheid verstaan. Jezus vertelde een gelijkenis over een belangrijk man die naar het buitenland vertrekt en zijn dienaren een bepaald geldbedrag geeft dat ze moeten beheren. Maar als hij terugkomt zal hij rekenschap vragen. Zo zal ook Christus rekenschap vragen (Luc. 19, 11-27). Als Hij komt, zal Hij dan echt en beproefd geloof vinden op aarde? (Luc. 18, 8).

De kerk op aarde ziet – als het goed is – uit naar de komst van haar Here. Op de belofte van Jezus dat Hij terug zal komen, antwoordt zij: Amen, kom Here Jezus (Op. 22, 12. 20). Nee, dat gebed is niet vanzelfsprekend. De Heilige Geest legt het in haar hart. Hij spreekt haar voor: 'Kom, Here Jezus'. Vervolgens neemt zij die woorden over. De Geest schenkt haar verlangen zoals een bruid verlangt naar de komst van haar bruidegom (Op. 22, 17). Een gebed uit de oude kerk luidt: 'Maranata', wat betekent 'Onze Here, kom.'

 

Ik kom met haast, Ik kom! Houd vast

wat Ik u heb gegeven.

Er blijft bij alle aardse last

een open deur ten leven.

Werp van u af

wat Ik niet gaf.

Blijf u standvastig scharen

bij wie mijn woord bewaren (Gez. 296: 2).

 

 

D. J. Steensma, Feanwâlden


Commentaar

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...