Veertig jaar geleden werd u in het ambt bevestigd. Kunt u uw gevoelens van veertig jaar geleden nog omschrijven?

Op 1 juni 1979 werd ik op de leeftijd van precies vierentwintig en een half jaar bevestigd in de gemeente Drogeham. Wat waren mijn gevoelens? Ootmoed: wie ben ik dat God mij zou willen gebruiken? Dankbaarheid dat de begeerte die in mijn hart leefde, gewerkt door de Heilige Geest, vervuld werd. ‘Eén ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen van mijn leven mocht wonen in het huis des Heeren’ (Ps.27). Afwachtend: wat is dat voor volk, deze Friezen die zo’n bijzondere taal spreken? Hoop: de zaaier heeft hoop op de oogst. Ik was jong en onervaren, op dat moment nog ongehuwd – wel verloofd, dus met een blij vooruitzicht - maar ik moest alles nog leren in de praktijk. Ik ben dankbaar dat de gemeente ervaring had met kandidaten en dat er broeders waren in de kerkenraad die mij met raad, daad en gebed hebben bijgestaan.

Mijn eerste gemeente was een leerschool, maar eigenlijk heb ik dat steeds ook ervaren in de gemeenten waar ik daarna mocht dienen. Veenendaal-Pniël was voor mij ook een heel vormende tijd, een gemeente met een bijzondere voorgeschiedenis (ds. R. Kok). De overgang naar Kerkwerve was in allerlei opzichten groot, maar de Heere heeft ons en ons (op-)groeiende gezin daar een heel gezegende tijd gegeven. En toen kwam Leerdam, de stad van glas en kaas. Maar ook daar had de Herder Zijn kudde en mochten we met lust en liefde arbeiden, Zijn roepstem volgend.

 

U werkt nu in een grote gemeente met meerdere predikanten. Hoe is het om in een team te werken?

Ik acht dit een voorrecht. Het geeft mij ontspanning om de dingen samen te kunnen doen. Wij worden als collega’s gelukkig niet geplaagd door rivaliteit of afgunst. Er is veel om samen te bespreken aangaande het beleid en aangaande allerlei praktische zaken in het werk in de gemeente en in de kerkenraad. Ik ben zeer dankbaar voor mijn collega’s en dat we inderdaad als een team kunnen opereren. Dat is trouwens ook de sfeer in de kerkenraad. Daar heb ik me al dikwijls over verwonderd en in verblijd, dat we met vijfenzeventig man, waarbij er uiteraard verschillen zijn in meningen en visies, toch in gezamenlijkheid kunnen optrekken om het goede voor de gemeente te zoeken. Een zegen.

 

Hebt u activiteiten over kerkmuren heen?

Mijn belangrijkste taken liggen in het veelomvattende werk in onze grote gemeente Urk-Maranatha. Daarnaast heb ik in de loop der jaren ten dienste van het kerkverband op allerlei manieren taken mogen vervullen in classicale commissies, als afgevaardigde naar particuliere en generale synode, als lid van studie-deputaatschappen en dergelijke. Twaalf jaar maakte ik deel uit van het deputaatschap buitenlandse kerken, en tot heden ben ik sinds vijftien jaar betrokken bij het deputaatschap buitenlandse zending, wat ik mooi en nuttig vind om te doen. Sinds betrekkelijk korte tijd ben ik toegevoegd aan de redactie van  Ambtelijk Contact . Maar buiten het kerkelijke leven heb ik eigenlijk niet veel gedaan, behalve lid van schoolbesturen; echter in 2004 ben ik gevraagd om toe te treden tot het bestuur van de Stichting Shaare Zedek, dat het gelijknamige Joods-orthodoxe Pro Life ziekenhuis in Jeruzalem steunt, en dat koester ik als het lijntje naar het jodendom.

 

Wat ervaart u als de belangrijkste verandering op geestelijk gebied in vergelijking met veertig jaar geleden?

Dit is de moeilijkste vraag van allemaal, net als de vraag in de kerkvisitatie: is er vrucht op de prediking? Ik heb geen behoefte en geen reden om te somberen, want Gods werk gaat door. De context waarin we kerk zijn is wel sterk veranderd (secularisatie), en dat is een grote uitdaging en opdracht om jong en oud toe te rusten en bewust te maken wat het betekent om de Heere trouw te dienen naar Zijn Woord in deze tijd.

 

Dominee Korving, hartelijk dank voor het beantwoorden van de vragen. Van harte gelukgewenst met uw jubileum en Gods zegen toegewenst voor uw werk in de gemeente van Urk-Maranatha.

 

Krijn de Jong, Urk


Commentaar