Jezus noemt de barmhartigen gelukkig. Daarmee bedoelde Hij zijn discipelen, die Hij in de wereld zond, als licht en het zout. U bent de barmhartigen die de samenleving nodig heeft!

 

Maar de leerlingen van Jezus kregen een zware taak in de wereld. De boodschappers van barmhartigheid werden lelijk behandeld. Geslagen soms. Ze lagen dan gewond aan de kant van de weg. Jezus troostte echter zijn discipelen, die de wereld in moesten gaan, ook om hulp te geven aan behoeftigen. Zijn vijfde zaligspreking zegt dat diegenen die in de wereld barmhartigheid betonen, zelf barmhartigheid zullen ondervinden (Mat.5,7).

 

Vrome praatjes

De vorige keer zagen we dat niet állen die de naam van God aanroepen, zelf ook barmhartigheid betonen. Jezus sprak daarom een negenvoudig wee uit tegen de schriftgeleerden en de farizeeën. Zij verwaarloosden een van de belangrijkste bepalingen van de wet van God, namelijk het bewijzen van barmhartigheid (Mat.23,23). De leiders van het volk waren blijkbaar meer dan eens onbarmhartig. Ze knepen de arme mensen uit. Vrome praatjes hadden ze, maar ondertussen waren ze op geld belust. Als je het belangrijkste van de wet verwaarloost, terwijl je ondertussen wel offers brengt, is er iets fundamenteel mis. Helaas is dat herkenbaar. Vaak zien we in de geschiedenis dergelijke verdrietige zaken: mooie woorden, maar het belangrijkste wordt vergeten. Onbegrijpelijk vaak ook. 

 

Gregoriaans

In Nazi-Duitsland gingen vele kerkelijke gemeenten aan de vervolging van de joden voorbij. Zij zongen in de kerk mooie liederen, maar betoonden geen barmhartigheid jegens hun joodse volksgenoten die werden gevangengezet en weggevoerd.

Iemand die zijn stem daartegen verhief, was Dietrich Bonhoeffer. Een bekende uitspraak van hem was: 'Nur wer für die Juden schreit, darf gregorianisch singen' (Alléén als je opkomt voor de joden, schrééuwt voor hen, mag je Gregoriaans zingen.) Barmhartigheid, dat is het eerste, en ga dan maar naar de kerk.

Ja, dat is wat ook de HERE God bedoelde met: barmhartigheid wil ik, en geen offeranden. Letterlijk staat er: Want in liefde heb Ik behagen, en niet in slachtoffers, in kennis van God en niet in brandoffers (Hos.6,6).

Barmhartigheid is omzien naar mensen in nood. Daarvan nog één voorbeeld. Opnieuw uit het evangelie van Matteüs. Hoofdstuk 12 vertelt over Jezus die met zijn discipelen op de sabbat door de korenvelden liep. En ja hoor, de discipelen kregen honger. Stevige kerels, die wel wat lustten. En er was overal eten om hen heen, koren dat rijp was. Ze plukten en gingen eten. Wat was erop tegen? Maar de farizeeën zagen dit: 'Dat mag niet! Dat gaat in tegen wat onze traditie leert. Zo hoort het niet. Je moet je houden aan wat is overgeleverd. Als je hiermee begint, gaat het van kwaad tot erger.'

Maar wijst Jezus op een woord uit het boek Hosea: 'Barmhartigheid wil Ik en geen offeranden.' Het is net alsof Matteüs onder deze tekst een dikke streep zet. Het is de tweede keer – naast de geschiedenis van zijn eigen roeping (Mat.9,9-13) – dat deze tekst in zijn evangelie wordt genoemd. God eist barmhartigheid. En Jezus zegt: Zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.

Wie daarentegen niet barmhartig wil zijn jegens zijn naaste die hulp nodig heeft, is heel ongelukkig.

 

Vrucht

Natuurlijk kan het soms moeilijk zijn in een concrete situatie die barmhartigheid handen en voeten te geven. Maar het begint bij de vraag of je oog wilt hebben voor je naaste, en of je wilt leven uit de vrucht van de heilige Geest. Daarmee begint het. Als je dat niet wilt, ben je heel ongelukkig, zo ongelukkig als die man die zijn collega zijn schuld niet wilde vergeven (Mat.18,21-35). Vreselijk. Heel ongelukkig ben je, als je geen medelijden kent, geen ontferming.

Maar de Here Jezus geeft allen die in Hem geloven de eigenschap van bereidheid tot barmhartigheid. Deze bereidheid in dienst van Christus is een vrucht van de Geest. Zo schenkt Hij ook die bereidheid tot barmhartigheid aan zijn discipelen, en geeft de opdracht dat in praktijk te brengen. Die opdracht is door de kerk vastgehouden. De vroege kerk deed dat al. In bijvoorbeeld het onderwijs van de twaalf apostelen lezen we de opdracht barmhartig te zijn, en ook in de tweede brief van Clemens. Clemens geeft aan dat medelijden een vorm van belijden is. Hij riep zijn lezers op Jezus te belijden door medelijdend te zijn.

En voor die opdracht gaf Jezus een troostrijke bemoediging. Hij zag zijn discipelen voor zich, daar op de berg, ergens in Galilea. Ze moesten de wereld ingaan. Vanuit bewogenheid met mensen moesten zij werken van barmhartigheid verrichten. Maar ze zouden klappen incasseren. Jezus bemoedigde hen, en bemoedigt ook ons: zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

 

D.J. Steensma, Feanwâlden


Commentaar

  • Dankbaarheid 2019-11-08 18:38:07

    Zondagmorgen in Talma Hûs, een zorginstelling, vooral voor diegenen die lijden aan Alzheimer of...

  • De kerk leeft 2019-11-01 18:22:52

    Kleine zinnetjes blijven vaak hangen. Ik las onlangs dat de kerk niet aan het doodgaan is, maar...

  • Vol 2019-10-25 10:04:06

    Wat is er veel nieuws deze week waar ik iets mee zou kunnen. Opnieuw gaan de boeren in staking. Ze...

  • Michazondag 2019-10-18 17:32:23

    Ieder jaar in oktober is er de Michazondag. In Micha 6, 8 staat: ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is,...