Ieder jaar op 10 november, aan de vooravond van Sint Maarten wordt de dag van de mantelzorg gehouden. Het woord zou ontleend zijn aan de legende van Sint Maarten, die de helft van zijn mantel schonk aan een dakloze zonder jas. Er bestaan zelfs zorginstellingen met de naam ‘Sint Maarten’.

 

Maar het woord ‘mantelzorg’ is in 1972 bedacht door de internist dr. Hattinga Verschure. Hij vond dat mensen te veel gingen leunen op professionele zorg en te weinig aandacht hadden voor de eigen verantwoordelijkheid voor hun gezondheid.

Mantelzorg is hulp die als vanzelfsprekend aan elkaar gegeven wordt. Mantelzorgers bieden zorg en bescherming aan zorgvragers, ze slaan als het ware een mantel van liefde om hen heen. Een ander woord voor mantel is «cursief» pallium «einde cursief», daar komt het woord palliatief vandaan. Palliatieve zorg is mantelzorg voor iemand die binnenkort gaat sterven.

Mantelzorg is niet hetzelfde als vrijwilligerswerk. Vrijwilligers bieden meestal hulp aan onbekenden, al of niet via een organisatie, via Humanitas of een ouderenorganisatie zoals de PCOB of de ANBO. Mantelzorg kan vrijwillig zijn, maar meestal is het iets wat gewoon op je weg komt.

 

Zorgtaken

Mantelzorg kan van alles zijn: Van boodschappen doen voor de chronisch zieke buurman tot dag en nacht zorgen voor je demente man of vrouw. Het is duidelijk dat het één zwaarder is dan het ander.

Mensen die de meeste zorgtaken op zich nemen zijn volgens het CBS vijfenveertig jaar of ouder. Maar de politiek wil dat juist die groep meer gaat werken, in het kader van emancipatie en om economische redenen. Mensen moeten langer doorwerken, daardoor worden mantelzorgers steeds zwaarder belast. Het grootste risico voor overbelasting lopen, weer volgens het CBS,  degenen die samenwonen met degene voor wie ze zorgen. Dat kan een partner zijn, maar ook een geestelijk of lichamelijk gehandicapt kind. Ze komen er nooit van los, het gaat al maar door. Dat was ook de meest gehoorde klacht in het programma ‘Zorg uit Handen’, dat Omroep Max een poosje geleden uitzond: Het houdt nooit op, alles staat in het teken van de patiënt.

 

Nieuwe rol

Mantelzorger kun je ook worden als je al wat ouder bent, als je niet meer werkt. Je man of vrouw wordt dement, krijgt een herseninfarct of een hersenbloeding, raakt op wat voor manier dan ook gehandicapt of minder mobiel en dan ben je opeens mantelzorger. Je kiest er niet voor, het overkomt je. Je krijgt een volkomen nieuwe rol, daar moet je aan wennen. Misschien was je man (of je vrouw) degene de financiën regelde, dan komt dat nu voor jouw rekening. Beslissingen nemen doe je nu alleen, ook voor je partner. Het onderhoud van de tuin, koken, schoonmaken, overal sta je opeens alleen voor.

 

Door dementie of een hersenbeschadiging kan ook het karakter van de patiënt  veranderen. Hij of zij kan gaan schelden, snel geïrriteerd raken, geen prikkels verdragen, zodat bijvoorbeeld de TV uit moet blijven of bezoek gewoon te veel wordt. Gasten blijven weg, waardoor je eenzaam wordt. Ook slaap je vaak niet meer genoeg, je man of vrouw gaat ’s nachts spoken, heeft pijn, moet naar het toilet, soms meerdere keren. Zo raak je uitgeput.

 

Hulp vragen

Op een gegeven moment red je het niet meer, er is meer hulp nodig. Maar vaak probeer je als mantelzorgers zo lang mogelijk voor je naaste te blijven zorgen. Hoe moe je ook bent, naar buiten toe hou je je groot. Dan wordt het tijd dat iemand anders ingrijpt. Een van de kinderen, als die er zijn, de huisarts, de buurvrouw, de wijkdiaken, maakt niet uit. Er kan professionele hulp ingeschakeld worden, de wijkzorg, huishoudelijke hulp. Hoe dat in zijn werk gaat, daar ga ik nu niet op in. Die informatie is te vinden op de website van de gemeente, bij de wijkzorg of via de huisarts.

Maar ook de omgeving kan heel veel betekenen voor een mantelzorger. Luister naar de verhalen, naar wat er allemaal moeilijk is, naar wat er gemist wordt. Bied aan om een dag, of een poosje, bij de patiënt te blijven, zodat de mantelzorger zonder zorgen een paar uurtjes kan doen wat hij of zij maar wil. Even bijtanken, heel belangrijk.

Maar ook de patiënt heeft aandacht nodig. Niet alleen verzorging, maar ook een luisterend oor. Hij of zij staat opeens aan de zijlijn, kan niet meer meedoen, spreekt misschien moeilijk of heel langzaam. Dat vraagt geduld van de omgeving. De neiging is er vaak om maar in te vullen wat er volgens jou gezegd gaat worden. Niet doen!

Het gevaar is ook best groot dat de patiënt zich schuldig gaat voelen, omdat hij zoveel overlast geeft, zoveel vraagt van zijn of haar partner. Die dingen mogen ook uitgesproken worden, naar elkaar, naar de pastoraal bezoeker, de diaken. Er over praten kan opluchten.

 

Mantelzorger zijn is vaak een dankbare taak, maar kan ook (te) zwaar zijn. Laten we ook hierin samen gemeente zijn, naar elkaar omzien, voor elkaar bidden en elkanders lasten dragen.

 

Janneke van der Molen, Bierum


Commentaar

  • Dankbaarheid 2019-11-08 18:38:07

    Zondagmorgen in Talma Hûs, een zorginstelling, vooral voor diegenen die lijden aan Alzheimer of...

  • De kerk leeft 2019-11-01 18:22:52

    Kleine zinnetjes blijven vaak hangen. Ik las onlangs dat de kerk niet aan het doodgaan is, maar...

  • Vol 2019-10-25 10:04:06

    Wat is er veel nieuws deze week waar ik iets mee zou kunnen. Opnieuw gaan de boeren in staking. Ze...

  • Michazondag 2019-10-18 17:32:23

    Ieder jaar in oktober is er de Michazondag. In Micha 6, 8 staat: ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is,...