Christus sprak een serie bijzonder troostrijke woorden toen Hij nog maar pas zijn discipelen had geroepen. Dat hadden ze ook wel nodig. Ze stonden voor een belangrijke opdracht. Ze moesten niets minder zijn dan het licht van de wereld en het zout van de aarde. Ze moesten de wereld ingaan, alle volken tot zijn leerlingen maken, en hen dopen in de naam van de Vader, Zoon en heilige Geest, en hen leren onderhouden alles wat Hij hen bevolen had.

 

Jezus bemoedigde zijn discipelen en bereidde hen voor op een bijzondere taak. Maar toen Hij hen riep, riep Hij eigenlijk heel zijn kerk. De taak van de kerk vandaag is de verkondiging van het evangelie.

 

Verkondiging

Die verkondiging vindt plaats met woorden, maar ook via haar leefwijze. Christenen moeten een voorbeeld geven aan de wereld. Zij moeten laten zien wat leven naar de wil van God inhoudt, samengevat in het gebod: Heb de Here, uw God, lief met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat (Mat.22,37-40). Jezus sprak in zijn bergrede over dit leven volgens de wet van zijn koninkrijk (Mat.5,1-7,29).

De taak die Jezus aan zijn discipelen gaf, zou voor hen niet gemakkelijk zijn. Zij zouden bij hun missie in de wereld op veel tegenstand stuiten. Maar Jezus bemoedigde hen, vooral in het eerste gedeelte van zijn bergrede. Hij zei dat zij gelukkig zouden zijn. Zij zouden ook eens het volmaakte geluk ontvangen. Alle negen zaligsprekingen (5,1-12) waren stuk voor stuk woorden waaraan de leerlingen houvast konden hebben.

Toen Christus deze woorden uitsprak, dachten de discipelen misschien aan Mozes. Had Mozes ook niet eens op een berg woorden van God ontvangen en daarna aan het volk Israël doorgegeven? Zoals Mozes was op de berg Sinaï, zo sprak Jezus op een berg in Galilea. Zoals Mozes de Israëlieten leidde, zo leidt Jezus de zijnen. Zoals Israël voor een nieuw begin stond – moest het volk Israël niet de grote daden van de HERE verkondigen? – , zo stonden toen de geroepen leerlingen voor een nieuw begin. En Jezus gaf hun veel mee met het oog op de taak die voor hen lag.

 

Psalm 24

Welke leerling van het koninkrijk kan zeggen dat hij deze bemoediging niet nodig heeft? Wie kan zeggen dat hij nooit eens twijfelt of hij zijn taak in het hemels koninkrijk wel kan uitvoeren? Ook déze vraag kan opkomen: zou God ook mij wel willen gebruiken in zijn dienst? Of: mag ik eigenlijk wel bij Hem horen? Maar Jezus steekt zijn discipelen een hart onder de riem. De zesde zaligspreking luidt: gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien (Mat.5,8).

Jezus bedoelt met diegenen die zuiver van hart zijn, zijn discipelen. Hij ziet in hen degenen die genoemd worden in Psalm 24. Vast en zeker heeft Jezus aan deze psalm gedacht toen Hij deze zaligspreking uitsprak. Hij droeg de psalmen toch in zijn hart? Hij kende ze en leefde eruit.

De dichter van deze psalm spreekt over de vromen die de berg van de HERE zullen bestijgen, en staan op zijn heilige plaats. Zij hebben 'reine handen' en een zuiver hart, laten zich niet in met leugens, en zweren niet bedrieglijk. Alleen zij mogen naderen tot God en zijn berg, waar Hij woont, opgaan. Alleen zij zijn op de plaats waar God de zijnen ontmoet.

 

Niet zondeloos

Jezus denkt aan zijn discipelen als Hij spreekt over de 'zuiveren van hart'. Hij ziet ze voor zich, de mannen die Hij nog maar pas geroepen heeft. Zij hebben reine handen en een zuiver hart. Ja, die ruwe handen van de visserslui, Simon en Andreas, Jakobus en Johannes, ze zijn rein. Die handen – kolenschoppen misschien – zijn niet vies vanwege onrecht en bedrog van de naaste. Aan die handen kleeft geen bloed. Het hart van deze ruwe bonken is zuiver. Ze koesteren daarin geen bedrog. Ruwe bolsters, blanke pit.

Natuurlijk zijn deze mannen niet zonder zonde. Dat bedoelt Jezus dan ook niet. Hij kent zijn leerlingen en weet dat zij niet zonder zonde zijn. Het zijn mannen aan wie niets menselijks vreemd is. Dat zou ook blijken. Ze zouden onderling strijden over de vraag wie van hen de eerste plaats zou mogen bekleden. Zij zouden de moeders tegenhouden die hun kleine kinderen bij Jezus wilden brengen. Ook dat was geen daad om over naar huis te schrijven. En toen Jezus werd gearresteerd, sloegen zij op de vlucht. Petrus verloochende zijn Heiland zelfs. De discipelen waren allerminst zonder vlek en rimpel. Zuiverheid van hart is geen zondeloosheid. Wat dan wel? (Wordt vervolgd.)

 

D.J. Steensma, Feanwâlden


Commentaar

  • Het ‘nieuwe normaal’ 2020-05-15 17:48:17

    We zitten middenin de ‘intelligente lockdown’ wegens de dreiging van besmetting met het...

  • Rust (3) 2020-05-08 17:07:34

    Dit is de derde keer dat ik een Commentaar over rust schrijf. Maar aangezien de vorige al een jaar of...

  • Het virus-effect 2020-05-01 09:46:48

      Sinds ‘Corona’ is er veel veranderd. We blijven thuis, werken thuis of we werken juist heel hard...

  • Veranderen 2020-04-24 16:54:41

    Het leven is anders geworden. Dat vraagt ook om andere gewoontes. Wát moeten we nú doen? Er is...