De hal van de Centrumkerk in Hoogeveen loopt op maandag 28 september jl. aan het begin van de avond vol vanuit verschillende delen van het land. De bidstond voorafgaande aan de generale synode van onze kerken brengt mensen binnen en buiten ons kerkverband op de been.
Afgevaardigden, betrokken gemeenteleden en vertegenwoordigers van diverse deputaatschappen komen bij elkaar om samen te bidden voor de breedste kerkelijke vergadering.
De Centrumkerk is een van de twee kerkgebouwen van de CGK in Hoogeveen. In de andere kerk (Ichthuskerk) zal vanaf dinsdagmorgen de synodevergadering worden gehouden. In de afgelopen weken zijn alle voorbereidingen getroffen en inmiddels staan de tafels in de Ichthuskerk klaar voor de vergadering.
Spanning
De meeste afgevaardigden naar de synode zijn die middag al bij elkaar gekomen voor een instructie over hoe een synode in zijn werk gaat. Ds. J.G. Schenau (Goes) vertelt als lid van deputaten vertegenwoordiging hoe een synode normaal gesproken werkt met commissies, voorstellen en bespreekrondes. Nu ligt er echter een voorstel op tafel waardoor de synode anders zal verlopen. In de eerste twee vergaderweken zal er doorgesproken worden over de situatie in de kerken. Dat moet ook wel, want er heerst onzekerheid en spanning binnen het kerkverband.
Deze onzekerheid en spanning in de kerken klinken ook in de preek van ds. J. Oosterbroek tijdens de bidstond. Ds. Oosterbroek, predikant van de roepende kerk van deze synode, heeft als schriftlezing Psalm 46 uitgekozen. Centraal in de preek staat vers 11, waarin de HEERE God tegen Israël zegt: ‘Staak de strijd, en erken dat Ik God ben, verheven boven de volken, verheven boven de aarde.’
Ds. Oosterbroek trekt drie lijnen vanuit dit vers: houd op, merk op en hoop op. Over de eerste lijn zegt hij: ‘Stop met krampachtig alles zelf te willen oplossen. Staak de strijd. Laat je handen zakken. En dat raakt een kerkverband in crisis. Dat raakt ons als afgevaardigden.’ Daarmee komt dit vers heel dichtbij, zowel voor de afgevaardigden als voor de kerken. Wat is er veel gedaan in de afgelopen jaren! Maar moet je vanuit dit vers dan niet zeggen dat er te veel is gedaan? ‘Zou het misschien zo kunnen zijn dat we met alle goede bedoelingen, geen lege handen meer hebben? Dat we het zelf wel weten hoe het moet? Welke kant het op moet?’
Toekomst
Vanuit de opdracht om op te houden klinkt ook de oproep om op te merken en met lege handen te kijken naar de God van Israël, die Zijn kerk vasthoudt. Psalm 46 zegt dat Hij de God van Jakob is. ‘Jakob is degene die vasthoudt, manoeuvreert, berekent, zijn eigen weg probeert veilig te stellen – en uiteindelijk door God wordt stilgezet.’ ‘Dat is wat we nodig hebben: niet eerst een betere greep op elkaar, maar opnieuw gegrepen worden door God, die Zichzelf de God van Jakob laat noemen.’
Ten slotte worden de afgevaardigden en de kerken opgeroepen om op God te hopen. Want Psalm 46 trekt ons ook weg bij ‘onze binnenkerkelijke toestanden’. God is verheven boven de volken, verheven boven de aarde. ‘Hij, de Heere van de hemelse legermachten, de God van Jakob moet verhoogd worden en zal ook verhoogd worden.’
Dat verhogen krijgt in het Nieuwe Testament een heel eigen kleur wanneer Christus op Golgotha sterft. Die verhoging is de grond van de kerk. In de doorboorde handen van Christus mag ook de toekomst van de kerk veilig zijn.
Daarmee is nog geen antwoord gegeven op de vragen over de toekomst van de Christelijke Gereformeerde Kerken. ‘Maar de gemeenten waar we over spreken zijn van Christus. De toekomst waar wij ons zorgen over maken, is van Hem. Hij zal verhoogd worden door dat wereldwijde koor van mensen, die in Hem hun heil en geluk gevonden hebben.’
Gezamenlijkheid
Na de preek wordt Psalm 46 ook gezongen. In gezamenlijkheid wordt zo beleden dat God oproept om de strijd te staken en om het van Hem te verwachten omdat Hij verhoogd zal worden. Die gezamenlijkheid wordt niet alleen zichtbaar in het samen zingen. Verschillende kerken in het land hebben ook hun kerkdeuren opengezet en vertonen de dienst op een scherm. Zo wordt door het hele land gebeden voor de synode.
Als de aanwezigen na de zegen de kerkzaal verlaten, speelt de organist het lied ‘Een toekomst vol van hoop’. Gelukkig is die toekomst niet afhankelijk van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Tegelijk gebruikt God Zijn kerk in deze wereld om van die hoop te getuigen. Dat maakt wat er plaatselijk, regionaal en landelijk gebeurt tot belangrijk werk, om zo te getuigen van de levende hoop waarvan Petrus spreekt in zijn eerste brief (1:3).
Albert-Jan Dorst, Surhuisterveen



