Wanneer je stevig in je schoenen wilt staan
zijn voetbalschoenen een goede keus.
Immers, de noppen onder de zolen geven
op onverhard terrein een stevige grip.
Die kennis is trouwens niet nieuw.
Al zo’n driehonderd jaar voor onze jaartelling was het krijgsheer Alexander de Grote die er voor zorgde dat zijn soldaten stevige schoenen kregen.
Schoenen met een harde zool en ijzeren punten voor een betere grip.
In korte tijd veroverde hij bijna de hele wereld, van Griekenland tot aan India en Perzië toe.
Naast een sterke wapenrusting, is dus ook een solide basis van groot belang. Het werkt blijkbaar.
Dat vond de apostel Paulus ook. We lezen daarvan uitgebreid in zijn brief aan de broeders en zusters van de gemeente te Efeze. Maar dan gaat het over de geestelijke wapenrusting.
Wanneer je in de toenmalige wereld sprak over Alexander de Grote, wist iedereen wie het was,
de toevoeging ‘Grote’ kreeg hij niet voor niets. En om te weten hoe zijn soldaten uitgerust werden, hoefde je maar op straat naar de soldaten van toen te kijken. Imposant, ja zelfs imponerend.
Een goed te begrijpen praktijkvoorbeeld doet de boodschap landen, ook als het een geestelijke is.
Dit lijkt wel op een reclameslogan als je het zo leest. Maar toch, Paulus gebruikte het.
Misschien zouden wij beginnen met het zwaard, daarmee sla je de vijand van je af. Of met het schild, dan ben je beschermd tegen de aanvallen van de vijand. Nee, Paulus begint met te wijzen op de schoenen. Beter gezegd: op het met je beide benen op de grond staan. Die grond, dat is het heilbrengende Woord van God. Zo wordt opeens voor alle toehoorders duidelijk dat het gaat om een geestelijke strijd.
Het gaat erom dat je stand houdt, dat je stevig in je ‘geloofs’schoenen staat.
Dus: hoe sta je stevig? Als je op twee benen staat. Wanneer je op één been christen bent, val je zomaar om. Met de schoenen van het evangelie aan je voeten sta je voor waarheid en recht. Weet je van vergeving en verlossing. Van overwinning en vrede. Sta je pal voor het evangelie. Stevig in de Groningse klei. Trouwens, ook die klei is van de (‘Schoen’)Maker.
Art van der Molen, Bierum



