Een week lang geen tv kijken? Af en toe geen vlees eten? Je onthouden van alcoholische dranken?  Een sobere levensstijl zodat je met het geld dat je bespaart zending en hulpverlening kunt steunen? Doet wie vast beter dan wie dat niet doet? Zouden we ons sterk moeten maken voor een herwaardering van een oud gebruik?

Dr. A. A. Teeuw, theoloog en verpleeghuisarts, heeft aan dergelijke vragen een boekje gewijd. Hij schrijft daarin over de bijbelse gegevens met betrekking tot vasten, hoe in de geschiedenis daarover is gesproken en hoe wij daarover zouden moeten denken.

 

Verandering

 

In de wereld van het Oude Testament was vasten een teken van verootmoediging en berouw. Wie een bepaalde tijd niet at, beleed dat hij Gods zegen niet had verdiend en was aangewezen op zijn genade. Daarom onthield hij zich niet alleen van voedsel maar ook van goede kleding en andere geneugten van het leven. Zijn verootmoediging was publiek zichtbaar. Toch was vasten geen reguliere plicht. De enige gebeurtenis waarbij vasten wel verplicht was, was de viering van de Grote Verzoendag (Lev. 16, 23). Die dag moesten de Israëlieten in onthouding doorbrengen. Elk ander moment waarop de gelovigen van het Oude Testament zich onthielden van voedsel, hield geen verband met een plicht maar met een situatie van grote nood.

Een uniek vasten zien we bij Mozes en Elia en ook bij onze Heiland. Zij hebben volgens het getuigenis van de Schrift veertig dagen achtereen geen voedsel tot zich genomen en niets gedronken. Dat is voor ons onbegrijpelijk. Mensen kunnen normaal gesproken onmogelijk zo lang zonder eten en drinken. Toch lezen wij daarover. De onthouding die zij hebben betracht, getuigt van een bijzondere toewijding aan God.

Met de komst van Christus heeft vasten voor Gods volk een ander karakter gekregen. De enige verplichte vastentijd is weggevallen door de vervulling van de Grote Verzoendag in Christus' kruisiging en opstanding. Vasten valt daarom voor de christelijke gemeente onder de vrijheid van het christen-zijn. Jezus onderstreept echter dat dit joodse gebruik geen reden tot zelfroem mag geven. Wil iemand vasten, dan mag hij dat niet doen om gezien te worden, maar moet hij zijn binnenkamer ingaan (Mat. 6, 16-18). Het moet onopvallend gebeuren.

In het Nieuwe Testament lezen we niet dat vasten voor christenen een teken van berouw zou moeten zijn. Wel hebben christenen uit de joden hun gewoonten met betrekking tot het vasten nog gepraktiseerd toen zij tot het geloof waren gekomen. De evangeliën geven aanleiding tot die veronderstelling. Maar we lezen ook over een andere functie van het vasten, namelijk als middel om de wil van God beter te verstaan. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het moment dat de gemeente van Antiochië Paulus en Barnabas voor een zendingsreis uitzendt. Die uitzending vindt plaats wanneer de gemeente gevast heeft en de wil van God duidelijk is geworden.

Voordelen

 

In de Vroege Kerk ontstond de gewoonte van vasten in de tijd voorafgaande aan Goede Vrijdag. De kerkvergadering van 325 die in Nicea werd gehouden bepaalde dat dit vasten elk jaar moest worden onderhouden. De tijdsduur werd vastgesteld op veertig dagen. Maar er is meer. Vasten moest volgens de kerkvaders altijd verbonden zijn met een sober leven en het geven van aalmoezen aan de armen.

In de loop van de tijd kreeg het vasten een verdienstelijk karakter. Gedurende de Middeleeuwen werd de onthouding van voedsel in verband gebracht met boetedoening en delging van de schuld. De kerk van de Reformatie heeft dit verdienstelijk vasten verworpen. Zij breekt met verscheidene tradities uit de Middeleeuwen, ook met de traditie van de veertigdagentijd. Toch ziet de reformator Calvijn wel voordelen van vasten. Het kan de toewijding aan God versterken bij het nemen van een belangrijke beslissing of het gebed om Gods hulp tijdens een ernstige ramp. Predikanten uit de tijd die volgde op de Reformatie in Nederland, de Nadere Reformatie, riepen soms op tot een periode van vasten.

In onze tijd en met name de laatste jaren krijgt vasten steeds meer aandacht, vooral binnen evangelische kringen. Sommigen menen zelfs dat vasten hoort bij het christen-zijn. Terecht stelt dr. Teeuw dat de grondhouding van een christen wordt gekenmerkt door christelijke vrijheid. Voor een christen is er geen vastenplicht. Het gevaar van vasten is dat het gemakkelijk een werk wordt waarop mensen zich voor God beroemen. Een dergelijk werk is een loochening van het werk van Christus. Maar wie toch wil vasten en God daarmee kan danken, heeft de vrijheid daartoe. Wie daarentegen niet vast, doet volgens dr. Teeuw beter. Hij kan zijn vasten dan niet aandragen als een verdienstelijk werk.

Levensstijl

 

De vraag is hoe iemand die toch wil vasten, van zijn vrijheid gebruik kan maken. Vasten kan op verschillende manieren. Het kan variëren van niets eten en drinken tot iets drinken en eten. Eenvoudig eten behoort tot de mogelijkheden, een zogenaamde Daniëlmaaltijd, maar ook een 'sapdag', waarbij alleen vruchtensap wordt gedronken. Vasten kan op individueel niveau plaatsvinden, maar ook in het bredere verband van gezin en gemeente. De reden voor een vasten kan het gebed zijn. De combinatie van vasten en bidden komen we vaak tegen in de Schrift. Een voorbeeld daarvan is de geschiedenis van de eerste zendingsreis van Paulus. In enkele gemeenten van Klein-Azië hebben gemeenten onder vasten tot God gebeden (Hand. 14, 21-23). Blijkbaar kan vasten eraan bijdragen dat we ons beter kunnen concentreren op de ontmoeting met God. Vasten is daarom geen middel dat maakt dat ons gebed eerder verhoord wordt, maar kan wel voor onszelf een middel zijn in de toewijding aan God.

Wat betreft een zogenaamd 'tv-vasten' merkt dr. Teeuw op dat wie daartoe besluit zeker goed doet. Maar hij wil verder gaan. Eigenlijk zou de tv zoveel mogelijk uit moeten blijven. Tv-kijken schaart hij onder de categorieën 'leegheid' en 'zinloosheid'. Dat zijn zaken die een gelovige altijd moet mijden. Op grond van dit feit en ook omdat het hier niet om onthouding van voedsel gaat, is dit geen vasten in de strikte zin van het woord. Dat geldt ook voor het praktiseren van een sobere levensstijl om daarmee bijvoorbeeld zendingsprojecten te steunen. Ook dat is geen vasten in de strikte zin van het woord.

Voor het overige geldt dat vasten in de nauwe zin van het woord geen geïsoleerd gebeuren mag zijn. Het mag niet losstaan van de levensstijl van een christen in het algemeen, die gekenmerkt moet worden door eenvoud, soberheid en minderen, een dagelijkse gerichtheid op het koninkrijk van God en een omzien naar de naaste in nood.

Feanwâlden
D. J. Steensma

 

 

 

Naar aanleiding van: dr. A. A. Teeuw, Vasten en minderen. Hoe vasten van betekenis veranderde. Artios-reeks. Een uitgave in samenwerking met de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland; Uitgeverij Groen te Heerenveen, 2011; 144 blz.; ISBN 978 90 8897 007 8; prijs € 12,50.


Commentaar

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...

  • Nieuw leven 2024-04-19 17:47:34

    In januari begint het al: het wordt weer langer licht en de sneeuwklokjes gaan bloeien, en even...

  • Post 2024-04-06 07:36:05

    De laatste tijd valt het mee, maar het komt regelmatig voor dat de post wat vertraging heeft....