Het ‘Toch’-geloof

 

De vorige twee artikelen zijn we mee opgelopen met de profeet Habakuk. Hoofdstuk 1 en 2 zijn een heen-en-weer-gesprek tussen Habakuk en de HERE God, waarin Habakuk klaagt tot God. Hij stelt zijn stevige vragen: waarom? Hoelang? Dat mag dus.

Vervolgens kondigt de Here God aan dat Hij Zijn volk Israël zal straffen, oordelen: de Babyloniërs zullen komen. Toch zegt God in 2:4: Let op de uitkomst: de hoogmoedige zal vergaan (vijf keer klinkt het wee!), maar de rechtvaardige zal leven door zijn geloof.

Lied

In Habakuk 3 is Habakuk zelf weer aan het woord. Zijn gebed is tegelijk een lied. Het wordt gezongen op een klaagzang (vers 1) en begeleid op snarenspel (vers 19).

Het is een lied met een opbouw. In vers 2 zien we Habakuk als het ware buigen. Na de hevige worsteling buigt hij zich neer en zegt tegen God: HERE, wat U hebt aangezegd, voert U het maar uit! Maar, zegt hij erbij: HERE, denk in Uw toorn aan ontferming.

Habakuk bidt of God Zijn eigen volk niet wil vergeten. Dat God barmhartig wil zijn voor wie rechtvaardig is. Dat God Zijn ontferming laat zien, dwars door Zijn oordeel heen. En zo houdt Habakuk de HERE God aan het Woord zoals Hij dat Zelf beloofd heeft: de rechtvaardige zal leven door zijn geloof.

 

Profetie

In het lange middengedeelte, vers 3 tot 15, klinkt een profetie over wat er zal gebeuren wanneer God zal verschijnen met macht en majesteit. Hemel en aarde, zon en maan, bergen en heuvels: het komt in beweging als God verschijnt in Zijn heerlijkheid. Zo machtig is Hij als Hij komt! Het is majestueus, maar ook schrikwekkend. Ja, als God komt om te oordelen, geeft dat reden om te huiveren. Zo zal de pest voor Hem uit gaan - net als bij de plagen in Egypte. De aarde beeft en de bergen worden verbrijzeld. De grote majesteit van de HERE wordt zichtbaar.

In deze beschrijving komt ook Gods trouw naar voren. Het is alles namelijk tot heil (Jeshua) van het volk en Zijn Gezalfde! De belofte klinkt: zoals God in het verleden Israël heeft bevrijd uit Egypte, zo zal God Israël ook bevrijden uit Babel!

 

Toch

En dan volgt het slot van Habakuk 3. Vers 16 als overgangsvers en dan vers 17-19 als smeekgebed. Habakuk geeft in vers 16 aan hoe hij zich voelt als hij het visioen gezien heeft. Angstig. Trillend op zijn benen. Maar toch zegt Habakuk tegen zichzelf: ik ga opnieuw wachten. Wachten op dat wat God gaat doen. Afwachten tot de vijand komt. Maar met in gedachten: God zal ook weer met hun afrekenen! Hij zal recht doen!

Ondanks alles besluit Habakuk te vertrouwen op de HERE God. Let op, wat Habakuk dán gaat zeggen. In een opsomming van zes punten stipt Habakuk aan wat er nu kan gaan gebeuren:

Als er zware tijden komen. De vijanden komen, het land wordt leeggeplunderd. Er geen goede, maar slechte tijden zijn. Het in het land, maar ook persoonlijk donkere tijden zijn…

1.       Al zal de vijgenboom niet bloeien

2.       Al zal er geen vrucht aan de wijnstok zijn

3.       Al zal de opbrengst van de olijfboom tegenvallen

4.       Al zullen de velden geen voedsel voortbrengen

5.       Al zal het kleinvee uit de kooi verdwenen zijn

6.       Al zal er geen rund in de stallen over zijn

Wat geven deze zes punten een ernstige situatie aan. Als er geen vrucht aan de vijgenboom en de wijnstok is, betekent dat: geen zoete gerechten en wijn. De vijgenboom staat voor welvaart en vrede. De wijn voor vreugde en fleur. Geen olijfboom en geen voedsel op de velden, dat betekent: geen mogelijkheid om eten klaar te maken, brood te bakken. En er zijn geen schapen en koeien: ze zijn weggenomen, dus geen vlees en melk, geen wol. Al met al wil het aangeven: er is geen voedselzekerheid, geen levenszekerheid, geen toekomstperspectief.

 

Vertaling naar vandaag

Wat zou een hedendaagse Habakuk, levend in de 21e eeuw, opschrijven? De huisman/huisvrouw zegt: als de supermarkt leeg is, mijn voorraadkast leeg is en mijn pinpas weinig te bieden heeft, en mijn gezin niet dagelijks te eten heeft. De bedrijfsleider zegt: als mijn bedrijf verlies lijdt, ik mensen moet ontslaan. De boer zal zeggen: al zal er een MKZ-crisis zijn en ik raak al mijn vee kwijt, of als jaar na jaar de oogsten mislukken. De gezonde man/vrouw zal zeggen: als ik te horen krijg dat ik ziek ben, dat ik uitbehandeld ben…

 

Geen ‘als-geloof’

Je kunt je voorstellen dat Habakuk aan het einde van die opsomming zegt: Als dit mij overkomt, dan hoeft het van mij niet meer. Als God dit toelaat in mijn leven, dan laat ik Hem niet meer toe in mijn leven…

Als je het zo stelt, dan is er sprake van een als-geloof. Als God dit en dit geeft, dan geloof ik. Als God zus en zo is, dan is Hij mijn God. Maar als dat wegvalt, als God dat niet geeft, dan hoeft het van mij niet… Een als-gelovige heeft een verkeerd beeld van God. Die gelooft alleen in God als het goed gaat met hem/haar.

 

Toch-geloof

Habakuk leert ons: ook als God anders is dan ik denk. Ook al is er ziekte. Ook al is er kwaad. Ook al zijn er zorgen. Ook al blijft de ellende. Ook al… Toch! Toch geloof ik in de HERE! Toch vertrouw ik mij toe aan de God van mijn heil (Jeshua). Bij Habakuk is er een omslag gekomen. Geloofsaanvechting gaat over in geloofsvertrouwen. Het Bijbelboek eindigt niet in mineur, maar in majeur! Dat is het toch van het geloof. Of met een ouderwets woord, het nochtans van het geloof.

Misschien moeten we wel eerlijk zeggen, kijkend naar Habakuk: hadden wij maar zo’n geloofsvertrouwen. Dat is toch iets om jaloers op te zijn…

 

Nieuwe Testament

Wij mogen zeggen: Habakuk wijst ons al op de Here Jezus. Hij heeft Habakuk 3 meegemaakt. Jezus had niets meer. Hij hing aan het kruis. Het laatste wat Hij had, Zijn kleding, werd Hem zelfs afgenomen… En toen: het allerlaatste werd Hem afgenomen: de nabijheid van Zijn Vader. Zoals het Avondmaalsformulier het zegt: Hij werd van God verlaten, opdat wij nooit van Hem verlaten zouden worden. Wie in Jezus gelooft, mag belijden: wat mij in dit leven ook overkomt: ik vertrouw mij toe aan de God van mijn Heil! De God van mijn Jeshua. De God van mijn Jezus!

 

Blikrichting

Hoewel de omstandigheden (vooralsnog) niet zullen veranderen, toch kan Habakuk dit zeggen. Hoe kan dat? Dat komt, omdat de blikrichting verandert. Het hoofd gaat omhoog: hij kijkt naar de God van zijn heil! En daarom eindigt Habakuk met de uitroep: de HEERE Heere is mijn kracht!, zo zegt hij.

Habakuk kon zijn blik op God richten in de ellende... Doen wij dat met hem mee?

Sjors Bulten, Nieuwe Pekela


Commentaar

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...