Bij de keuze van de muziek die in de eredienst wordt gebruikt, heeft de liturg een grote rol. De liturg is diegene die een liturgie samenstelt en tijdens de viering van de liturgie een voorgangersfunctie vervult.
In de protestantse eredienst is de liturg veelal de predikant. In dit artikel gaat het niet over de liturg in het algemeen, maar over mijzelf als liturg en hoe ik tegen liturgie aankijk.
Schoonheid
Sinds Plato (Griekse wijsgeer, ca. 427-347 v.Chr.) vormen het ware, het goede én het schone de basis van onze cultuur. In de protestantse traditie en zeker in de calvinistische tak daarvan ligt de nadruk sterker op het ware (exegese en dogmatiek) en het goede (ethiek) dan op het schone. Dat is ook direct haar probleem.
Liturgie is een geheel van handelingen, rituelen, muziek en woorden die met elkaar samenhangen en waarin een orde zit die op zich al iets te zeggen heeft. Ik heb mezelf dat in de praktijk wat eigen moeten maken. En vooral via de lutherse en anglicaanse traditie ontdekte ik de zeggingskracht van schoonheid in de liturgie. Het is opvallend dat mensen met een gereformeerde achtergrond steeds vaker daarnaar verlangen. Niet ten koste van de waarheid, maar omdat de waarheid zelf om schoonheid vraagt.
De inhoud van de liturgie heeft invloed op het karakter van de muziek. In dienst van de verkondiging is muziek een voertuig dat ons de woorden van God te binnen brengt. We zingen het geloof in, soms tegen de klippen van de twijfels op.
Muziek kan ook uiting geven van wat er in het hart leeft. Een gebed uit diepten van ellende zal aan de muziek een ander karakter geven dan een danklied vanwege redding uit ellende.
Het karakter of de stijl van muziek heeft ook invloed op het karakter van de liturgie. Een swingende band met instrumenten en menselijke stemmen waarvan het volume met geluidsapparatuur moet worden versterkt, zal aan de viering een andere sfeer geven dan een cantorij die a capella zingt of begeleid wordt door een klein ensemble of kistorgel.
Meningsverschillen
Vaak wordt gezegd dat de manier waarop gezongen wordt – zoals langzaam of ritmisch of niet – maar middelmatige dingen zijn. Ze raken niet de kern. Maar in de praktijk wordt daarover juist stevig gediscussieerd, of erger, ruzie gemaakt. En iedereen heeft er een mening over, al of niet met kennis van zaken.
De meningsverschillen op dit terrein zou je kort door de bocht kunnen samenvatten als ‘hoog liturgisch’ tegenover ‘laagdrempelig’. Bij het eerste wordt stijl en vormgeving belangrijk geacht, omdat dit samenhangt met de inhoud. Het vraagt veel voorbereiding en een strakke regie. Bij het tweede doet dat er minder toe. Alles moet zo toegankelijk mogelijk zijn. Het vraagt ook voorbereiding, maar veel wordt aan invallen van het moment overgelaten. Dat maakt het geheel ‘gewoon’ en ‘alledaagser’.
Daarbij spelen ook andere vragen een rol. Waarop of op wie is de liturgie gericht? Gaat het in de liturgie om de eer van God? Of zijn we gericht op (doelgroepen van) mensen?
Praktijkervaringen
In 1978 werd ik predikant. Er is na die tijd ook op liturgisch gebied veel veranderd in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Ik noem enkele voorbeelden.
In 1978 haalde de koster op zaterdagmiddag rond 17.00 uur het zogenaamde psalmbriefje bij me op. Dan kon hij het aankondigingsbord of psalmbord in de kerk gereed maken. Aan de organist werd via de koster het briefje doorgegeven. Die kon er dan eventueel ’s avonds nog even naar kijken. Liturgie was niet alleen in de opleiding wat stiefmoederlijk bedeeld, maar dus ook in de praktijk. Dat is nu in veel gevallen anders.
Er is aandacht voor wat er behalve de preek nog meer gebeurt in een kerkdienst. Vaak wordt me een compleet format toegestuurd dat uit een A4’tje bestaat en al een week van tevoren moet worden ingevuld. Dan gaat het niet alleen over de te zingen liederen, maar ook over vertalingen, kindermoment, en over de vraag of er naast de organist nog anderen zijn die muziek verzorgen. Soms worden dwingende instructies gegeven, zo van: ‘minstens drie opwekkingsliederen’ of: ‘het aantal gezangen mag niet meer zijn dan het aantal psalmen'. In een enkel geval hoef ik zelf geen liederen te kiezen. Dat doet dan een muziekcommissie.
Beamerfrictie
In veel kerkdiensten is de beamer niet meer weg te denken. Meestal gaat het goed, maar mijn ervaring is dat er vaak ook wat misgaat. Een van de pijnlijkste momenten maakte ik mee in een gemeente waar iemand was overleden. Meteen aan het begin van de dienst was er een moment van gedenken. Na een stilte zou het lievelingslied van de overledene worden gezongen. De organist zette in, maar de tekst op de beamer correspondeerde niet met wat de organist speelde. Met kunst en vliegwerk moest alles weer op het goede spoor worden gezet, maar de zeggingskracht van stijlvol gedenken was verdwenen. Soms weigert de beamer helemaal. Als er dan geen liedbundels meer zijn, is er een probleem. In ieder geval is de devote aandacht totaal verstoord.
Soms is er geen begeleiding bij de gemeentezang. Eens gebeurde het dat ik in zo’n situatie de Apostolische geloofsbelijdenis op de ons bekende melodie van Paul Chr. Van Westering a capella heb laten zingen. Voor mijn besef kwam daardoor het karakter van tekst en melodie beter tot zijn recht. De melodie is namelijk geënt op een gregoriaans Credo, zonder maatstrepen. Organisten begeleiden dit Credo soms zo, dat het lijkt alsof het een Geneefse psalm is, compleet met maatstrepen en rusten.
Over gemeentezang en orgelspel zou veel te zeggen zijn, maar daar waag ik mij niet aan. Ik laat dat graag aan deskundigen over. Maar net als de verkondiging is muziek een niet mis te verstaan onderdeel van de eredienst. We nemen vaak genoegen met goed bedoeld amateurisme. Daar is niets mis mee, maar juist voor amateurkerkmusici (organisten, koorleiders etc.) bestaan cursussen die de kennis van wat liturgie is, en de praktijk van het musiceren in de liturgie ten goede zouden komen. Het is aan kerkenraden om dat te stimuleren.
Jan Groenleer, Leiden
Ds. J. Groenleer is emeritus predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerken
Op 6 juni 2025 vond in Apeldoorn een symposium plaats getiteld: Van David tot vandaag – Muziek in de liturgie tussen traditie en vernieuwing. Naast een aantal lezingen waren er ook zeven workshops. Ds. Groenleer verzorgde een van de workshops.



