Op het moment dat ik dit schrijf, is het aan de vooravond van een conferentie van predikanten van onze kerken. Het thema van die conferentie is ‘Op het scherpst van de snede, (s)preken over eeuwig wel en eeuwig wee in prediking, pastoraat en psychologie’.
Die jaarlijkse predikantenconferentie is telkens een feest. Een feest om elkaar te ontmoeten als collega’s. Normaliter kom je elkaar vooral tegen op kerkelijke vergaderingen. Op die vergaderingen zit soms spanning, er moet een bepaald besluit genomen worden of er moet in ieder geval iets besproken worden. Zeker in deze tijd in onze kerken ligt alles onder een vergrootglas.
Heerlijk om dan een paar dagen als collega’s onder elkaar, zonder pers, te spreken over de dingen die echt van belang zijn. De kern van het werk, prediking en pastoraat. Het bestuur van de predikantenvereniging probeert elk jaar een interessant thema te bedenken om met elkaar over door te spreken. Dat gebeurt door lezingen van (meestal) boeiende sprekers en zeker ook in de wandelgangen en in de avond bij een biertje. Op adem komen.
Dit jaar gaat het over de hemel en de hel. Uit onderzoek blijkt dat het woord ‘hel’ vaak wordt gebruikt. Echt de hel, kan je een jongere horen zeggen over iets dat niet zo leuk was.
In de kerken wordt niet veel over de hel gesproken. Soms hoor je oudere mensen zeggen dat het toen en toen ‘echt hel en verdoemenis’ was. Daar wil men zeker niet naar terug, dat was vreselijk. De Bijbel spreekt niet veel over de hel, maar maakt heel duidelijk dat er een plaats is waar God niet is. Daar is het vreselijk, juist omdat Hij er niet is.
Recent onderzoek laat zien dat het geloof in een hel onder christenen tanende is. Men kan zich niet voorstellen dat een liefdevolle God, Die zich als Vader presenteert, mensen gaat straffen, laat staan voor eeuwig straffen.
Dit commentaar is niet bedoeld als aankondiging van een periode waarin het preken over de hel weer toeneemt. Wel om de Schriften ook op dit punt uiterst serieus te nemen. Want als de hel niet meer verschrikt als plaats waar God niet is, hoe kan de hemel dan verkwikken, als plaats waar Hij alles en in allen is?
Grote vragen, waar ik de komende dagen antwoord op hoop te krijgen.
Jurrian Oosterbroek, Hoogeveen



