Ogen kijken me glimmend aan. Rood, dat haar hals kleurt, trekt langzaam naar haar wangen. Ik schud de mij toegestoken hand. ‘Dat ene verhaal kwam keihard binnen,’ zegt ze dan.
De Ouderen Contactgroep had mij uitgenodigd voor een lezing. Ik neem de mensen dan mee in mijn verhalen. Vaak roepen ze herkenning op. Geen wonder, de verhalen spelen zich dicht bij mensen af.
Maar er is één verhaal bij, dat mij persoonlijk al vertellend zelf altijd weer raakt.
Het verhaal is gekoppeld aan het lied van Sela ‘Ik zal er zijn’.
Een groot koor zong het en ik werd zo gegrepen door de tekst en de melodie, dat ik me in mijn verbeelding Boven waande. Een hand strekte zich naar mij uit. Hij noemde zelfs mijn naam. Droogde mijn tranen. Hoe onroerend dichtbij.
Dan vertelt ze.
Haar kleinzoon van bijna één jaar. Een lief en levenslustig mannetje. Ineens was daar wat buikgriep, niets verontrustends, maar toch met grote gevolgen. De gang naar de dokter en het ziekenhuis. Onderzoek en opname ter observatie en ineens de verslechterende situatie waar geen vat op gekregen kon worden en het plotselinge overlijden van dit lieve mannetje.
Tijdens de terugreis van het ziekenhuis was het beladen stil in de auto. En toen was er ineens die bijzondere regenboog. Beiden zagen het.
Een boog in de wolken als teken van trouw.
Nee, het nam het verdriet niet weg, maar beiden lazen erin: Ik ben bij jullie.
Een paar dagen later de begrafenis.
Veel mensen hadden zich verzameld rondom het pas gedolven graf.
De dominee sprak en ineens was hij er weer. Duidelijk, niet te missen. De boog in de wolken.
Al luisterend kwam in mijn gedachten de vraag naar boven, zou het toeval geweest zijn?
Maar als zij verder vertelt dat een jaar na de begrafenis, toen zij en haar man en kinderen het graf bezochten, de regenboog er weer was, kwamen de regels uit het lied van Sela naar boven.
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet, ben ik bij U veilig, U die mij ziet.
Doorpratend hoorde ik dat de mevrouw zelf gedichten schrijft.
Ik vroeg haar: ‘Hebt u hierover ook geschreven?’
‘Nee,’ zei ze, ‘het is nog te vers. Het roept te veel emoties op.’
Als ik haar naam google kom ik gedichten van haar tegen.
Mijn oog blijft haken bij enkele regels van een gedicht.
‘Als ik daar ben en ik kijk om me heen.
Hoor ik er vaak een stil zacht geween.
Dan zie ik een stoet van mensen die huilen.
Die voor ‘t verdriet graag weg willen schuilen.’
Ze dicht verder dat in de tuin van verdriet Christus de dood heeft overwonnen.
En ze kijkt dichtend naar de toekomst.
‘De bloemen in die tuin zullen weelderig bloeien
Ook zal er geen traan meer hoeven te vloeien.
God zelf wandelt daar opnieuw met zijn kind.
Opdat het daar de eeuwige rust bij Hem vindt.’
Dit gedicht schreef ze toen verdriet nog ver weg was.
Hopelijk geeft het haar troost nu het er is.
Douwe Janssen



