Lucien van Liere heeft een indrukwekkend boek geschreven over de rol van religie bij geweld. Onder geweld verstaat hij het doelbewust toebrengen van schade aan het lichaam van anderen met verwonding of dood als gevolg. Dit boek richt zich vooral op geweld door mensen die geen persoonlijke band hebben met hun slachtoffer.
Het boek begint met een beschrijving van recente conflicten en de wijze waarop religie daarin een rol speelt. Het jaar 1979 was een keerpunt. Toen trok het leger van de Sovjet-Unie Afghanistan binnen. Het verzet tegen deze invasie vond onder andere inspiratie vanuit de islam.
In hetzelfde jaar kwam in Iran ayatolla Ruhollah Khomeini aan de macht. Een jaar eerder was daar de Cinema Rex, die werd beschouwd als een symbool van het decadente Westen, in brand gestoken. De deuren waren op slot gedaan. 420 mensen kwamen hierbij om.
Uit de jaren daarna liggen de geweldsdaden van Al Qaida en Islamitische Staat nog vers in het geheugen. Zo heeft IS in 2021 eenentwintig arbeiders in Libië onthoofd. Beelden daarvan gingen de hele wereld over. De daders achtten de koptische christenen in Egypte schuldig aan ontvoering van twee islamitische vrouwen en hun bekering tot het christendom. IS wilde met hun gruweldaad de islamitische gemeenschap beschermen en strijd voeren tegen het Westen dat in hun oog bezig was met een kruisvaart tegen de islam.
Capitool
Ook in Europa wordt geweld soms gerechtvaardigd met een verwijzing naar religie. Zo wijzen sommige rechtsextremistische en ultraconservatieve groepen naar ‘de christelijke cultuur’. Ze menen dat zij daarmee de eigen identiteit van Europa vast te kunnen houden. Ondertussen hebben ze geen boodschap aan wat Jezus leert over naastenliefde, het toekeren van de andere wang, en zachtmoedigheid.
In de Verenigde Staten hebben witte conservatieve evangelicals de laatste veertig jaar steeds meer greep gekregen op de politiek. Massaal steunen zij Donald Trump. Deze steun bleek onder andere bij de bestorming van het Capitool in 2021. Sommigen zien een christelijke toekomst voor Amerika. Daartoe moet ‘het kwaad’ worden bestreden. Met dat kwaad wordt vooral een liberaal overheidsbeleid bedoeld. Christenen hebben een actieve rol in de bestrijding daarvan, zo stelt een bepaalde groepering die de naam New Apostolic Reformation draagt. Geweld past in dat plaatje. Trump is een breekijzer in de strijd die in ‘de eindtijd’ gaande is. De staat Israël moet door dik en dun worden gesteund, want daar zal Armageddon, de eindstrijd, plaatsvinden.
Opvallend is dat deze vorm van christendom zich sterk buiten kerken ontwikkelt, via de media en allerlei netwerken waarin zogenaamde predikers actief zijn. Zij zijn niet zozeer gericht op het verspreiden van het evangelie, maar meer op het veranderen en ‘beschermen’ van de samenleving tegen verloedering. Wantrouwen tegen heersende machten (vooral Democraten) maken aanhangers van deze ideeën vatbaar voor complottheorieën. Amerikaans nationalisme wordt verdedigd met gedachten aan het christendom ontleend. Zo wordt het geloof misbruikt voor politieke doeleinden. De strijd van Amerika tegen Iran wordt gezien als een vervulling van bijbelse profetieën. Er wordt geen waarschuwing gehoord tegen een dergelijke oorlog, maar de oorlogsretoriek van de president wordt gesteund. Na 9/11 werd vooral de islam gezien als een potentieel gevaarlijke overtuiging.
Zowel in Amerika als in Europa kwam steeds meer de gedachte naar voren dat de islam een gewelddadige godsdienst is, terwijl er in werkelijkheid veel genuanceerder over de islam zou moeten worden gedacht.
Verontwaardiging
Van Liere onderstreept dat het toebrengen van geweld niet eenvoudig is en beschrijft hoe mensen toch daartoe kunnen komen. Geweld begint doorgaans in verontwaardiging over (vermeend) lijden van groepsleden, over onrecht of vernedering. Vooral leed dat vrouwen en kinderen wordt aangedaan, is een krachtige voedingsbodem voor verontwaardiging. Als de spanning oploopt, wordt de tegenpartij neergezet als een bedreiging. Deze wordt buitengesloten van bepaalde activiteiten. Dat gaat dan van kwaad tot erger en leidt meer dan eens tot ontmenselijking van ‘de vijand’. Denk aan Nazi-Duitsland en de Sjoa (de moord op zes miljoen Joden).
Van Liere noemt tal van voorbeelden van gebeurtenissen in de geschiedenis waarbij steeds negatiever werd gesproken over een bevolkingsgroep. Zo werd in de jaren zestig van de vorige eeuw in Indonesië gesproken over communisten. De overheid was daarbij niet onpartijdig. Het geweld leidde uiteindelijk tot een massamoord. Slachtoffers werden neergezet als pervers en onmenselijk. Daarnaast noemt Van Liere onder andere de massamoord die de Japanners pleegden in de Chinese stad Nanking in 1937. En verder: het schrikbewind van Pol Pot in Cambodja, wreedheden in de Balkan tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de jaren negentig van de vorige eeuw, de moord op Jacques Hamel in het Franse stadje Saint-Étienne-du-Rouvray in 2016, en de oorlog van Rusland tegen Oekraïne, waaraan Kirill, de patriarch van de Russisch-orthodoxe kerk, zijn zegen heeft gegeven. Kirill noemde deze oorlog de redding voor het volk van Oekraïne. Poetin beweert dat hij opkomt voor traditionele christelijke waarden.
Verder geeft Van Liere onder meer aandacht aan de terreur van Hamas en de oorlog in Gaza.
Hoewel het plegen van geweld nooit gemakkelijk is, komen daders eerder daartoe als de verontwaardiging over eerder (vermeend) geweld groot is, de groep waartoe zij behoren hen steunt en aanmoedigt. Dan kan er een situatie ontstaan waarin geen weg terug meer is. Daders kunnen in een trance raken. Bovendien vermijden daders volgens Van Liere direct (oog)contact met hun slachtoffer. Vaak is er een asymmetrische verhouding tussen dader en slachtoffer: de een is heel sterk en de ander heel zwak.
Gemeenschap
De conclusie van Van Liere is dat religie zelden direct leidt tot geweld. Vaak is er meer aan de hand. Dan zijn er politieke spanningen tussen groepen in de bevolking. Mensen willen de eigen groep verdedigen. Ze geven een oordeel over wat in de ogen van de gemeenschap waartoe zij behoren, hun groep of familie, een kwaad is. De verbinding met de eigen gemeenschap heeft doorslaggevende invloed op hoe zij zich tegenover anderen gedragen.
In conflictsituaties kunnen de onderlinge banden in de eigen groep hechter worden: er is een gezamenlijke vijand. Steeds radicaler wordt dan over die vijand gesproken. Ook roddel en geruchten kunnen daarin een rol spelen. Doorgaans wordt geweld gerechtvaardigd door een beroep op het moreel goede: het moreel kwade moet worden bestreden. In dat verband kunnen mensen een beroep doen op godsdienst om aan te geven dat zij in de verdediging van het moreel goede het gelijk aan hun kant hebben. Zo wordt godsdienst gebruikt voor een eigen agenda. Soms doen zelfs overheden daarin mee.
Van Liere, universitair hoofddocent aan het departement voor filosoof en religiewetenschap aan de Universiteit Utrecht, heeft een inzichtgevend en goed leesbaar boek geschreven.
Douwe Steensma, Feanwâlden
N.a.v. Lucien van Liere, Religie, identiteit en conflict. De morele rechtvaardiging van geweld, Amsterdam University Press: Amsterdam, 2026, 326 p., € 32,50, ISBN 978 90 4857 343 1



