Het landschap van gender, identiteit en zorg

Onze samenleving kent een grote verwarring op het gebied van seksualiteit. Deze verwarring is er omdat mensen zich niets meer gelegen laten liggen aan Gods goede orde in de schepping. Ook kan het zijn dat er grote onwetendheid is. Onlangs is een betrouwbare gids verschenen voor dit gebied.

Gender is de wijze waarop mensen hun sekse invullen en beleven. Van oudsher bepaalde het man-zijn hoe je je als man moest gedragen, en het vrouw-zijn hoe je je als vrouw moest gedragen. Als je lichamelijk en biologisch gezien man of vrouw was, moest je je zo gedragen zoals van je werd verwacht. Sekse en genderidentiteit waren nauw aan elkaar verbonden. Die vanzelfsprekendheid is – in elk geval buiten de kerk – voorbij.

 

Genderdysforie

Volgens velen die de moderne tijdgeest volgen, is genderidentiteit belangrijker dan de sekse: sekse moet zich voegen naar de gevoelens over de eigen gender. Bovendien geeft deze tijdgeest veel aandacht aan de verscheidenheid in seksuele gerichtheid: lesbisch, homoseksueel, biseksueel, aseksueel of queer (dat is: onbestemd).

Verder horen zijn sommigen in biologisch en genetisch opzicht vrouw, maar voelen zij zich qua beleving meer thuis het man-zijn, en omgekeerd. Zij ervaren onbehagen en onvrede met de sekse die zij met hun geboorte hebben meegekregen. Zij die dan met het gewenste geslacht door het leven willen gaan, worden transseksueel genoemd. Het aantal gevallen van genderdysforie is de laatste tientallen jaren enorm gestegen, vooral onder meisjes.

Weer anderen bezitten geslachtelijke eigenschappen van beide seksen. Deze aandoening (intersekse) is een lichamelijke afwijking.

Al de bovengenoemde categorieën worden samengevat in de letters: lhbtqia. Daarachter wordt vaak nog een plusje gezet om aan te geven dat de verscheidenheid in seksuele gerichtheid en genderbeleving heel groot is. Steeds meer vindt de gedachte ingang dat er meer dan twee gelachten (man en vrouw) zijn. Sommigen hebben zelfs moeite met de aanduiding van mensen als man of vrouw. Elk mens zou zich dan ergens op het spectrum tussen man- of vrouw-zijn bevinden. Radicale denkers stellen zelfs dat wij mensen zelf onze sekse construeren.

 

Derde weg

Hat boek Gendergids dat onlangs is verschenen, schetst drie wegen in de omgang met seksuele gerichtheid en genderdysforie. De eerste weg is dat je weinig doet, afwacht en alleen maar aandachtig kijkt naar mensen met deze problematiek. Dan is er te weinig aandacht voor het psychische leed dat mensen kunnen ervaren, en de behandeling daarvan.

De tweede weg die mensen in deze problematiek gaan, is het bevestigen van de genderidentiteit. Deze bevestiging is bijvoorbeeld dat meisjes en vrouwen die zich menen dat hun identiteit eerder een mannelijke is, worden geholpen om een transitie te ondergaan. Zo zouden verder allen die een bepaalde seksuele gerichtheid hebben – of die nu homoseksueel, lesbisch, biseksueel, aseksueel of queer is – daarin zonder meer moeten worden gesteund en bevestigd. De gedachte die iemand over zijn identiteit heeft, is belangrijker dan de sekse die hij van nature heeft meegekregen. Het onbehagen dat iemand kan hebben over zijn sekse, mag volgens de huidige tijdgeest geen stoornis meer heten. Deze tweede weg is in onze samenleving populair. Wie over die gerichtheid in gesprek zou willen gaan en daar kritische vragen over stelt, wordt er dan al bijna bij voorbaat verdacht van seksuele onderdrukking. Dat is ook het punt dat speelt in de wet op het verbod op conversietherapieën, die onlangs door de Tweede en Eerste Kamer is aanvaard. Het gevaar is dat deze wet niet alleen gericht is tegen diegenen die mensen willen dwingen hun seksuele gerichtheid te veranderen, maar dat deze wet ook ingezet kan worden tegen diegenen die vanuit pastorale en bijbelse motieven het gesprek over homoseksuele of lesbische gerichtheid willen voeren.

De derde weg die gegaan kan worden bij genderdysforie, is de weg van gesprek over en bezinning op de problematiek die iemand ervaart. Dat is een proces voor patiënt, zorgverleners en familie. Niet alleen het lichaam is een probleem. Er kunnen allerlei zaken, zoals traumatische ervaringen, depressie en sociale druk, meespelen in het onbehagen ten aanzien van de biologische sekse. Belangrijk is aandacht voor het persoonlijke verhaal van de betrokkene.

Deze derde weg, waarvoor de gendergids pleit, houdt er ook rekening mee dat veel jongeren die onbehagen ervaren over hun sekse daar overheen groeien. Bij jongens kan het dan blijken dat zij een homoseksuele gerichtheid hebben. (Opvallend is dat het boek steeds – terecht – over homoseksuele gerichtheid spreekt en niet over ‘geaardheid’, zoals ook het rapport van onze kerken doet dat in 2013 is verschenen. Het woord ‘geaardheid’ gaat er bij voorbaat van uit dat een gerichtheid in alle gevallen vaststaat en altijd bij de geboorte is meegekomen. Dat woord gaat er aan voorbij dat er ook psychische en sociale factoren kunnen zijn die een bepaalde gerichtheid tot stand hebben gebracht.) Deze derde weg laat ook zien dat steeds meer mensen die een transitie hebben ondergaan, daarover spijt krijgen.

 

Gesprekken

Gendergids begint met hoofdstukken over genderdysforie, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, en culturele achtergronden van het gendervraagstuk. Daarna volgen hoofdstukken over sekse en gender, en spanningen in het medische denken over gender.

Eveneens wordt aandacht gegeven aan psychologische en psychiatrische aspecten bij onbehagen over de eigen zijn biologische sekse en wat eventuele behandeling daarin kan betekenen.

Het boek pleit ervoor genderdysforie niet alleen als een lichamelijke kwestie te zien, maar als een complexe interactie tussen persoonlijke levensverhalen, sociale waarden en lichaamservaring. Gesprekken kunnen helpen bij het nemen van een beslissing over behandeling en eventuele transitie. Overhaast ingrijpen moet worden voorkomen. Zulk overhaast ingrijpen is vooral aan de orde als aan jongeren die moeite hebben met hun sekse, puberteitsremmers worden gegeven: het zogenaamde Dutch Protocol, dat wereldwijd ingang heeft gekregen. Maar dit protocol stuit steeds meer op bezwaren: de wetenschappelijke onderbouwing daarvan rammelt. Daarom komen sommige landen daarop terug.

De gids biedt een brede oriëntatie in het landschap van gender, identiteit en zorg. Zo wordt ook de vraag besproken hoe vanuit de theologie naar mens en gender moet worden gekeken, hoe dat in de vroege kerk gebeurde en wat vanuit de medische ethiek en het recht over deze genderproblematiek kan worden gezegd. Eveneens is een hoofdstuk gewijd aan pastoraat. De kernvraag is steeds: wat is goede zorg voor mensen met problematiek rondom hun gender? Speciale aandacht is er voor jonge mensen. Daarnaast bevat het boek een drietal interviews, tien korte excursen en een hoofdstuk met antwoorden op veelgestelde vragen.

 

Douwe Steensma,  Feanwâlden

N.a.v. Elise van Hoek, Henk Jochemsen, Bart Jan Spruyt en Tineke van der Waal (red.), Gendergids. Navigeren in het landschap van gender, identiteit en zorg, Lindeboomreeks 22, Buijten & Schipperheijn Motief: Amsterdam, 2026, 410 p., € 32,90, ISBN 978 94 6369 348 6


Commentaar