Genieten van rust, tot jezelf komen, even los van het gewone leven. Dat soort kwalificaties kennen we toe aan vakantie. Maar hoe doe je dat nu, genieten van rust. In deze rubriek die tijdens de zomer in ons kerkblad verschijnt, geven verschillende lezers een inkijkje in hun ’tot rust komen’. In dit nummer de derde en laatste bijdrage.
Als bergwandelaar heb ik geleerd dat rust niet altijd gevonden wordt in het ontbreken van inspanning. Juist na een lange klim, wanneer mijn benen zwaar zijn en mijn ademhaling nog diep is, ervaar ik een stilte die ik in het dagelijks leven zelden tegenkom. Boven op een bergtop lijkt de wereld stil te staan. De drukte van het dal is ver weg. Het geluid van verkeer heeft plaatsgemaakt voor de wind, het gezang van vogels en soms de bijna tastbare stilte. Op zulke momenten besef ik telkens weer waarom de bergen mij blijven trekken.
Markeringen
Toch is het niet alleen de schoonheid van de natuur die mij raakt. Voor mij zijn de bergen meer dan indrukwekkende landschappen. Ze herinneren mij aan de God van de Bijbel, de Schepper van hemel en aarde. Wanneer ik uitkijk over grillige rotspartijen, diepe dalen en besneeuwde toppen, zie ik niet alleen de kracht van de natuur, maar ook iets van Gods grootheid. Ik begrijp dan iets beter waarom de psalmdichter schrijft: ‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp komt van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft.’
Tijdens het wandelen merk ik hoe mijn gedachten tot rust komen. Zorgen die thuis zo groot leken, verliezen onderweg vaak hun scherpe randen. Niet omdat de bergen mijn problemen oplossen, maar omdat ze mijn blik veranderen. Iedere stap herinnert mij eraan dat niet alles tegelijk hoeft. De weg ontvouwt zich meter voor meter. Soms is het pad steil en rotsachtig, soms loopt het rustig door een groen bergdal. Zo ervaar ik ook mijn leven met God. Ik overzie niet altijd de hele route, maar ik mag erop vertrouwen dat Hij de weg kent, ook wanneer ik slechts de volgende bocht kan zien.
Er zijn wandelingen geweest waarop mist het uitzicht volledig ontnam. Dan zie je slechts enkele meters vooruit en vraag je je af waar het pad naartoe leidt. Juist op zulke momenten leer je vertrouwen op de markeringen en de kaart. Achteraf besef ik hoe herkenbaar dat is voor het geloof. Er zijn perioden waarin Gods weg niet duidelijk lijkt en antwoorden uitblijven. Toch roept Hij niet op om alles te begrijpen, maar om Hem te vertrouwen. Vaak ontdek ik pas achteraf waarom een bepaalde route zo liep.
Standvastigheid
Wat mij steeds opnieuw treft, is de standvastigheid van de bergen. Ze lijken onveranderlijk. Al generaties lang staan ze daar, terwijl mensen komen en gaan. Tegelijk weet ik dat zelfs bergen uiteindelijk veranderen. Wind, water en tijd slijten het hardste gesteente. Dat maakt de woorden uit de Bijbel des te indrukwekkender: als zelfs de bergen kunnen wijken, dan blijft Gods trouw toch bestaan. Zijn betrouwbaarheid is groter dan alles wat ik met mijn ogen zie.
Ook de Bijbel verbindt bergen vaak met ontmoetingen tussen God en mensen. Mozes ontving de wet op de Sinaï. Elia ontmoette God niet in de storm of de aardbeving, maar in het zachte suizen van de stilte. En Jezus zocht regelmatig een berg op om te bidden. Wanneer ik daarover nadenk tijdens mijn eigen wandelingen, besef ik dat de berg zelf niets bijzonders toevoegt aan Gods nabijheid. God is overal. Maar de rust en de eenvoud van de bergen helpen mij wel om beter te luisteren. Hier vallen veel afleidingen weg en krijgt het gebed vanzelf meer ruimte.
Juist daarom keer ik telkens terug naar de bergen. Niet om God alleen daar te vinden, maar omdat ze mij helpen herinneren aan Wie Hij is. Ze leren mij verwondering, geduld en afhankelijkheid. Ze laten mij voelen hoe klein ik ben en tegelijk hoe groot Gods zorg is. Wanneer ik boven op een top sta en uitkijk over de schepping, ervaar ik diepe dankbaarheid. Niet omdat mijn leven volmaakt is, maar omdat ik weet dat de God die deze machtige bergen heeft gemaakt, ook mijn leven kent en draagt.
Elke wandeling eindigt uiteindelijk weer beneden in het dal. Daar wachten de gewone dagen, de verantwoordelijkheden en de vragen van het leven. Maar ik merk dat ik iets van de rust van de bergen meeneem. Niet als een vlucht uit de werkelijkheid, maar als een herinnering aan Gods trouw. De bergen wijzen mij steeds opnieuw omhoog, naar de Schepper. En juist dat geeft mij de rust die geen uitzicht alleen kan schenken: de zekerheid dat mijn hulp komt van de HEER, de Maker van hemel en aarde.
Een bergwandelaar



