Dat er jeugdwerk in de gemeente is, is vandaag de dag niet vanzelfsprekend. Het proces van kerkverlating is nog steeds niet gestopt. Vanuit onderzoeken blijkt, dat vooral jongeren wegblijven. Maar wat betekent dat voor gemeenten en kerken? Kan een gemeente zonder jeugd en jeugdwerk? ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’, zeggen we vaak. Maar ‘wie toekomst heeft, heeft de jeugd’ is ook waar. Heeft een gemeente zonder jeugd en jeugdwerk wel toekomst (in de dubbele zin)? Welke ruimte bieden wij (ouderen) aan jeugd en het jeugdwerk? Een inkijkje bij een vormingscursus in het afgelopen jaar…

Het waren boeiende ontmoetingen tijdens de Vormingscursus. We hadden het over de plaats van het jeugdwerk in de gemeente. Ieder had hierbij zo zijn eigen beelden. Je merkte het ook aan de reacties. Je zag mensen betrokken meedoen. In gesprekken bleek dat ze vaak zelf leidinggevenden in het jeugdwerk geweest waren of nog zijn. Zij hadden aan den lijve ervaren dat het niet vanzelfsprekend is dat jongeren bij de gemeente blijven. Anderen waren betrokken vanuit hun ervaringen met hun kinderen in het gezin. Dat kinderen in het spoor van hun ouders gaan, is vandaag de dag ook niet vanzelfsprekend. Er waren ook mensen, die afwachtend luisterden. Jeugdwerk was nu niet hun onderwerp. Maar baatte het niet, het schaadde ook niet. Sommige mensen bleven weg. Met het thema ‘jeugd’ en ‘jeugdwerk’ hadden ze niets. Ze waren meer geïnteresseerd in bijvoorbeeld kerkhistorische thema’s.

Rondom jeugd en jeugdwerk zie je ook in de gemeente de meningen uiteen gaan. Er zijn verschillende verwachtingen ten aanzien van jeugdwerk. Deze verschillende verwachtingen hebben weer te maken met verschillende visies.

Niet vanzelfsprekend

Maar laten we nogmaals onderstrepen: het is niet vanzelfsprekend dat in een gemeente jeugd aanwezig is. Geen jeugd betekent ook geen jeugdwerk. Je schrikt toch telkens weer, wanneer je de cijfers vanuit onderzoeken op je laat inwerken. In het ‘Handboek Jongeren en Religie’ (van Dijk-Groeneboer, 2010) lezen we:

15% van de jongeren gaat regelmatig naar de kerk;

14% van hen laat zich binden aan een kerk door middel van vrijwilligerswerk en/of een koor;

40-50% van jongeren wil bij belangrijke momenten in hun leven naar de kerk;

30% van de jongeren leest wel eens in de Bijbel.

U kunt zelf uitrekenen hoeveel procent van de jongeren niet meer naar een kerk gaat, niet meer verbonden is aan een kerk, niet meer in de Bijbel leest. Schrikbarend veel!

Visie op gemeente

In de meeste kerken is gelukkig jeugd aanwezig, zo bleek ook tijdens de Vormingscursus! Wat verwachten we dan van de jeugd, van het jeugdwerk? Onze verwachtingen worden – vaak onbewust – ingekleurd door onze visies.

Allereerst onze visie op de gemeente. Onze visie op de gemeente kunnen we uitdrukken met beelden. Wijlen prof. Versteeg gaf het al aan in zijn boeken: je kunt de gemeente typeren met een gondel of een roeiboot. We stappen in en de gondelier doet het werk. Bij een roeiboot moeten we zelf met vereende krachten roeien om de plek van bestemming te bereiken.

Het wordt misschien sprekender als we de gemeente niet vergelijken met een gondel maar met een rondvaartboot. We betalen voor onze rondvaart, we stappen in en we laten ons vervoeren. We genieten van ons uitzicht en het personeel is voor ons aan het werk. We kijken of ze hun werk goed doen.

Wanneer we de gemeente zien als een rondvaartboot waarin het personeel (denk aan de voorganger, de kerkelijk werker) druk bezig is ons een goede rondvaart te bezorgen, dan behoren jongeren ook tot de passagiers. Aan hen is de keus om wel of niet in te stappen. Ze mogen van ons best instappen, graag zelfs. Maar…. dan moeten ze zich wel aanpassen aan ons, onze route, onze sfeer. Onze rondvaart mag niet verstoord worden. We moeten wel kunnen genieten.

Wanneer we de gemeente zien als een roeiboot (denk aan roeiwedstrijden), dan worden alle roeiers ingeschakeld. De stuurman bepaalt de koers, stuurt en geeft aanwijzingen. In dit beeld zijn jongeren hard nodig. We nodigen hen uit mee te doen. Ze worden getraind met het oog op een gezamenlijk doel. Alle krachten zijn nodig om doelgericht en met vaste koers op weg te gaan. De inbreng van jongeren is hard nodig.

Misschien hebt u al lezend bij zichzelf afgevraagd: ‘Welk beeld heb ik eigenlijk van de gemeente?’ En heeft dit beeld invloed op hoe u naar de jeugd en het jeugdwerk in de gemeente kijkt?

Visie op het jeugdwerk

Stel dat u zegt: ’Mijn beeld van de gemeente is een huis.’ In zo’n huis heb je verschillende kamers. Op bepaalde momenten zitten we met elkaar in de woonkamer. Samen aan tafel zitten om te eten, wordt soms al weer moeilijker. Vooral met opgroeiende jongeren.

Jeugdwerk zou in het beeld van de gemeente als huis een soort kinderkamer zijn. Een kinderkamer als een echte speelkamer. Als er gespeeld wordt in de kinderkamer, blijft de huiskamer netjes. In het jeugdwerk mogen kinderen en jongeren spelen. We hopen dat er goede leiding is, die het ‘speelgedrag’ in goede banen leidt. Wat er in het jeugdwerk gedaan wordt, heeft verder dan weinig invloed op de gemeente. We zeggen tegen elkaar: ‘Fijn dat er zulke goede opvang is!’

Visie op de jeugd

In de gemeente dreigen we kinderen en jongeren vooral te zien als ‘nog-nieters’. Ze kunnen nog niet stil zitten, ze kunnen nog niet meedoen, ze zijn nog niet volwassen, ze kunnen nog niet financieel bijdragen, ze kunnen nog niet…. Dat ‘nog niet’ meten we vaak af aan onze verwachtingen en normen. Als we onze kinderen en jongeren in de gemeente bezien als ‘nog-nieters’ is het maar de vraag of we hen daarmee recht doen.

Kinderen en jongeren zijn unieke persoonlijkheden. In opvoeding en jeugdwerk is het een ontdekkingsreis om te zien welke gaven kinderen en jongeren hebben gekregen. Zij en wij ontdekken het door gewoon mee te doen. Laten we hen dan uitnodigen mee te werken in de gemeente. Laten we hun verantwoordelijkheid geven, natuurlijk overeenkomstig hun draagkracht en leeftijd.

Wie oog heeft voor het potentieel dat in onze jeugd zit, wie hen uitdaagt tot meedoen, wie uit handen durft te geven, wie ruimte biedt om ook fouten te mogen maken en zo ervan te leren, zal verbaasd staan wat kinderen en jongeren kunnen en willen. Vooral als we samen met jongeren werk in de gemeente aanpakken of organiseren. Wie vertrouwen durft te geven, krijgt veel terug.

Inderdaad doen onze kinderen en jongeren het niet zoals wij. Maar wij voeden hen toch niet op en we vormen hen toch niet zo dat ze kopieën van ons moeten worden?

In een christelijke gemeente zijn kinderen en jongeren geen adressanten aan wie we een pakketje met waardevolle tradities overdragen, maar participanten. Verantwoordelijke en serieuze taken durven we aan hen over te laten.

Visie op ouderen

Hoe we het wenden of keren: ouderen in de gemeente zijn identificatiefiguren. Ze zijn de ‘plaatjes bij de praatjes’. In de gemeente worden veel woorden gebruikt. Maar woorden als ‘zonde belijden’, ‘vergeving’, ‘verzoening’, ‘genade’, ‘liefhebben’, ‘trouw’, ‘geloven’ en ‘hopen’ worden concreet in het leven van ouderen. Ouderen zijn spiegelfiguren, mensen die laten zien wat het in het dagelijkse leven betekent te geloven. Niet alleen op zondag, maar ook doordeweeks, in de verschillende levenskringen.

U aarzelt of u dit kunt waarmaken? Als u dit niet waarmaakt, bent u ook een voorbeeld. Helaas geen aantrekkelijk voorbeeld voor het geloven.

Ouderen weten niet alles, ook al doen ze soms wel alsof. Jongeren kunnen niet alles, ook al camoufleren ze dat achter stoer gedrag. Juist de onderlinge ontmoeting geeft gelegenheid om elkaar te leren kennen: jongeren ontdekken de wijsheid van ouderen (hoop ik) en ouderen ontdekken de vurige gedrevenheid van jongeren.

Hoe herinnert u zich ouderen van vroeger in uw gemeente? Welke leidinggevende in het jeugdwerk herinnert u zich? Waarschijnlijk die leidinggevende die echt en betrouwbaar was, die heel eenvoudig zichtbaar maakte wat een leven met God inhield. Zijn of haar verhalen of Bijbelstudies – hoe goed ook – bent u waarschijnlijk vergeten. Niet hoe hij of zij was!

Dromen

Als het gaat over jeugd en jeugdwerk heb ik een droom. Deze droom wordt gevoed door mijn eigen ervaring. Ik heb zeilen geleerd van mijn kinderen. Zij zijn veel vaardiger in het zeilen dan ik ben. Samen zwoegden we met het grootzeil bij een stevige bries. Samen keken we verlangend uit naar wind, wanneer die zomaar wegviel. We waarschuwden elkaar bij het overstag gaan. Kortom: zeilen was een gezamenlijk gebeuren. We leerden van elkaar (intergeneratief leren: generaties die van elkaar leren).

De kerk wordt wel eens vergelijken met een zeilschip. In de kerk zijn we – zo belijden we! - afhankelijk van de Heilige Geest. De Geest mogen we vergelijken met wind. Ouderen en jongeren kunnen in een christelijke gemeente veel van elkaar leren. Samen kunnen we ervoor zorgen dat het zeilschip van de kerk in orde is. Samen ontdekken we dat een onderhouden zeilschip niet voldoende is. Samen verlangen we naar opstekende wind. Samen hebben we een punt op de horizon waar we naar toe varen. Als er wind is, proberen we aan de wind te varen. Samen zijn we alert en waarschuwen we elkaar. Jongeren maken ons heel goed duidelijk welke nieuwe trends en ontwikkelingen in de samenleving gaande zijn. Ouderen kennen de draai- en valwinden. Er is veel wind van leer. We waarschuwen elkaar voor obstakels in de vaarroute.

Betekenisvol jeugdwerk

Als we zo – zoals hierboven beschreven – ruimte maken voor jeugd in de gemeente krijgt het jeugdwerk (clubs, verenigingen, catechese) een betekenisvolle plaats: zowel voor kinderen en jongeren als voor ouderen. Een plaats waar de wind gaat opsteken (naar het boek van De Roest, ‘En de wind steekt op’, 2005). Sinds Pinksteren is dat volop mogelijk. Om het te zeggen met de woorden uit Joel 2 en Hand. 2: Zonen en dochters gaan profeteren, ouderen zullen dromen en jongeren zullen visioenen zien. Wat de stip op de horizon is? De dag van de terugkomst van onze Heiland!

Veenendaal
Nico Belo

Nico Belo is docent gemeenteopbouw Academie Theologie van de Christelijke Hogeschool Ede.


Commentaar

  • Post 2024-04-06 07:36:05

    De laatste tijd valt het mee, maar het komt regelmatig voor dat de post wat vertraging heeft....

  • Lijdenstijd 2024-03-23 18:53:26

    Met de lijdenstijd lijkt onze samenleving niet uit de voeten te kunnen. Hoe anders is dat met...

  • Leipzig en Navalny 2024-03-07 19:01:01

    Vorige week waren mijn vrouw en ik een paar dagen in het voormalige Oost-Duitsland op bezoek bij...

  • Convent 2024-02-22 17:59:53

    Het kan je haast niet ontgaan zijn. Het convent dat op DV 20 april 2024 door deputaten...