In de vorige twee artikelen kwamen twee doodlopende hoofdwegen ter sprake. Die van de ethiek (plicht) en die van het egocentrisme. Beide wegen bleken ikgericht en daarmee onvruchtbaar. In de praktijk van alledag combineren zowel christenen als niet-christenen deze beide wegen om een bepaalde balans te creëren.

Een balans waarin we enerzijds wat rekening houden met wat ‘men’ of God van ons verwacht maar anderzijds zelf ook nog wat aan onze trekken komen. Geen van beide wegen geven blijvende vervulling of geluk. Geen van beide leiden tot een thuiskomen, bij onszelf en bij God. Dus ook niet als we ze combineren.

De oudste zoon

Tel daarbij op dat de ethische mens in ons zich steeds weer opnieuw zal afvragen of het allemaal wel goed genoeg is. Gebedsleven mist intimiteit en verrukking. Het is een plicht, geen relatie. Ook is het geen wonder dat de ethische mens zeer gevoelig is voor kritiek! Kritiek is altijd een ‘au’ voor zijn ego. En zelf kan zo’n persoon harteloos uit de hoek komen als hij vindt dat de ander niet deugt. Het is trouwens niet zo dat ethische personen geen berouw kennen, ze zien heus wel in dat ze niet onberispelijk zijn maar het soort berouw heeft vooral iets van: nou heb ik   wéér gefaald. Het verdriet hierover is niet gericht op wat er daardoor stuk ging in de relatie maar op het feit dat hij zichzelf zo tegenvalt. Een verlies aan ik-waarde dus, en daarmee weer ik-gericht.

De ikgerichtheid van oudste zonen is dus een zeer goed verborgen egoïsme (beloning en eigenwaarde). Het soort egoïsme waardoor het binnen de kerk zo mis kan gaan omdat men elkaar van alles verwijt en de ander zich vervolgens weer gekwetst (feitelijk: beledigd) voelt.

De zoeker ontbreekt

Tim Keller maakt in zijn boek De vrijgevige God   duidelijk dat in de gelijkenis van de verloren zoon de ‘zoeker’ ontbreekt. In andere gelijkenissen zoekt de herder  het schaap en de vrouw haar penning. Iemand die een beetje broer is voor zijn medebroer zou op zoek zijn gegaan naar de verlorene. Maar de oudste is enkel moreel verontwaardigd en zegt op afstandelijke manier: ‘die zoon van u’. De terugkomst van jongste betekent voor hem enkel een verliespost! De erfenis moest immers opnieuw worden verdeeld.

Die ontbrekende, zoekende broer is de Here Jezus, aldus Keller. Hij is de derde weg.

‘Ik ben de weg’

De woorden ‘Ik ben de weg’ zijn al te bekend. Maar wat zegt dat, dat Jezus een ‘weg’ is? Een weg bewandelen betekent, zo lijkt mij, dat we ergens ‘uit of vandaan’ gaan en ergens ‘naartoe’ gaan. In de gelijkenis is er ook een ‘uit’. Voor de jongste ‘uit’ zijn ikgerichtheid en zijn misère. Voor de oudste is dat ‘uit’ zijn zelfgenoegzaamheid en wrok. Het ‘naartoe’ is ook duidelijk: thuiskomen, liefde, feestmaal - diep geluk.

Laten we het beeld van de zoekende broer even vasthouden. Want Jezus aannemen behelst meer dan de verstandelijke aanname dat Jezus voor onze zonden is gestorven. Hij is niet zozeer voor onze zonden gestorven, Hij is voor jóu en míj gestorven. Hij is als onze broer (letterlijk!) de put, de ‘shit’ van ons leven binnengekomen om ons met zijn verworven opstandingskracht aan te raken en ons uit die put te trekken. Of het nou de put van de ethiek is of die van egoïsme. Feitelijk zijn beide één pot nat, namelijk ikgericht. Dat is dus het ‘uit’.

En nu het ‘naartoe’. Zijn opstandingskracht verandert ons, zolang en zodra wij onze (letterlijke) aandacht op Hem (blijven) richten en zo de relatie aangaan en toestaan.  Ervaringen van liefde en vrede zullen ons dan ten deel vallen. Dat is het thuiskomen. Ervaringen die alle verstand te boven gaan, die ons egoïsme, de kern van onze zonde, stukje bij beetje genezen. De weg van de liefde.

Proeven

Het is daarom ook zo bezwaarlijk wanneer binnen de theologie het accent zo wordt gelegd op het juridische: betaling van zonde. Voor je het weet wordt de hele verlossingskwestie een verstandelijke uitwisseling van schuld en betaling. En als jij ‘dat’ nou maar ‘gelooft’ dan ‘krijg’ je verlossing. Een beetje oudste-zoon-achtig, toch? Ook vind ik het bezwaarlijk dat geloof vaak zo wordt losgemaakt van ervaring. Omdat, zo heet het dan, ervaring dan enkel een gevoel en daarmee drijfzand zou zijn. Maar geloof dat enkel ‘schouwt’ is niet hetzelfde als geloof dat ‘proeft’ van de liefde. Het eerste geloof is vooral een verstandelijke aanname: het is zus en zo, fijn om te weten, en we gaan weer over tot de orde van de dag. Daarmee is geloof iets dat zomaar buiten ons leven van alledag staat. Zulk geloof zal ons weinig veranderen en ons weer de richting van de ethiek opduwen. Of van de zelfvervulling. Wanneer geloof vooral een relatie  , en dus ook een proeven   betreft, dan kán het ook niet anders of daar komt ervaring in mee, zoals immers in elke relatie!

Honing

We kunnen dan ook instemmen met Tim Kellers opmerking dat proeven van Gods liefde te vergelijken is met proeven van een pot honing. We kunnen hele theoretische en kloppende betogen houden over wat en hoe honing is en dat die werkelijk bestaat maar wat hebben we eraan als we er niet van proeven en daardoor genezen? Niks, totaal niks.

Wie slechts leeft van de ‘geloofde acceptatie’ (door God), zo las ik ergens, heeft nog niet existentieel ervaren waar het om gaat. Je kunt je aan heel wat regels houden. Van buitenaf gezien kan het heel wat lijken. De vader sprak de oudste niet eens tegen toen deze zei dat hij al zijn plichten had vervuld. Maar als het niet van harte is, vanuit de liefde, dan raak je vermoeid en geïrriteerd. En ben je kwetsbaar voor kritiek van anderen. En dan draait het (nog steeds) om jezelf. Het beeld dat Jezus hierbij heeft gebruikt is dat van witgekalkte graven.

Denken en neiging vernieuwd

Egoïsme is een doodlopende weg. Liefde is een begaanbare weg waarin we de ander dienen en gelukkig zullen worden   Deze boodschap klinkt tegennatuurlijk en gáát ook in tegen onze natuur, dat wil zeggen tegen onze gebruikelijke neiging. Maar het is dé boodschap die Jezus ons keer op keer onderwijst.

Als Hij gelijk heeft, en dat nemen we dan maar even aan want Hij is onze Maker, dan betekent dat ook dit: Jezelf in het middelpunt stellen is een goed recept voor ongelukkig worden. Het is trouwens ook een goed recept voor kerkelijke onmin en voor elke andere ruzie.

Daarom moet zowel ons egocentrische denken   worden vernieuwd (door het onderwijs van Jezus), alsook onze oude,  ingebakken <<cursief openen>>neiging   dat het om onszelf draait. En dat laatste vereist een vernieuwing, een opstandingkracht waarover we, los van Jezus, niet zelf beschikken. En iedereen met wat zelfkennis weet dat al lang. Onze wilskracht voor het goede is te beperkt, onze oude neiging te sterk.

Nynke Sikkema-Holwerda, Hoogeveen


Commentaar

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...