Remco van Mulligen heeft een boeiend verhaal geschreven over de opkomst en de ontwikkeling van de EO, de Evangelische Hogeschool en de ChristenUnie en hun voorlopers. Daarin komt de naam van ds. J. H. Velema meer dan eens voor. Benieuwd naar de rol van hem die wel eens de paus van zijn kerkverband werd genoemd?

 

Ds. Jan Hendrik Velema (1917-2007) was nauw betrokken bij de opkomst van de EO en de Reformatorisch Politieke Federatie (RPF). Zijn naam is ook verbonden aan Koers, dat voor het eerst in 1969 verscheen.

 

Politiek

In de jaren vijftig nam de verontrusting in de Antirevolutionaire partij toe. Onder andere ds. Velema begon een sterke principiële overtuiging te missen. In het begin van de jaren zestig was hij enige tijd voorzitter van een beweging die overigens maar een kort bestaan kende: Verontruste antirevolutionairen (VERAR). Deze beweging verzette zich tegen een te verwachten ommezwaai van de ARP ten aanzien van Nieuw-Guinea: deze kolonie zou autonomie moeten krijgen. Toen de ommekeer zijn beslag kreeg, overlegde ds. Velema met het bestuur van de ARP en kwamen de gemoederen tot bedaring. Maar de onvrede over de algemene koers van de partij werd er niet minder om. Velema hield toen geregeld toespraken in kiesverenigingen die zich in de loop van de jaren hadden afgescheiden van de ARP.

Tijdens het congres Reformatorische politiek op de tweesprong in 1974 was hij de hoofdspreker: 'We zullen ons niet belachelijk moeten maken door onze verdeeldheid, het berijden van stokpaardjes. (…) Er moet vandaag worden geprofeteerd. Het zou een zegen zijn voor ons land wanneer we konden laten zien wat profetische politiek is.' Velema pleitte voor heroriëntatie en hergroepering, en voor een nieuwe, landelijke politieke partij en wees onder meer op de koers van de ARP en haar fusiebesprekingen met de KVP en de CHU. Voor niet-vrijgemaakten was een lidmaatschap van het GPV niet mogelijk. Ook de SGP was geen optie: een sterk theocratische partij die het karakter droeg van een pseudokerk. Velema noemde eveneens de nood onder orthodox-protestantse kiezers. Een nieuwe politieke partij was de enig aanvaardbare optie. In 1975 werd de RPF opgericht.

Ds. Velema trad in 1983 toe tot het bestuur. Het jaar daarop maakte de partij een bewogen tijd door. Tijdens een federatieraadvergadering las hij een stevige verklaring van het bestuur voor met betrekking tot een conflict over de positie van een fractielid. De voorlezing duurde twee uur. De manier van voordragen, 'die net als zijn prediking een dramatisch geëngageerd karakter had', versterkte niet weinig het effect van de toch al scherpe verklaring, zo werd gezegd.

Velema was echter niet alleen betrokken bij de politiek.

 

Tijdschrift

In de jaren zestig kwam er steeds meer kritiek op de 'ontrouw' van het dagblad Trouw. Sommigen wilden een nieuwe krant die zich sterker keerde tegen de verschuiving van ethische normen. Ds. Velema speelde een centrale rol bij een initiatief dat zijn basis had op Urk. Daar kregen plannen voor een nieuw medium concreet gestalte. Het stichtingsbestuur en de adviesraad van dit medium bestonden uit orthodox hervormden en gereformeerden. Men zocht geen samenwerking met de Stichting Reformatorische Publicaties, die eveneens nadacht over de oprichting van een nieuwe krant, maar niets wilde weten van berichtgeving over sport, film, tv en radio. Dergelijke voorwaarden waren volgens Velema niet fundamenteel, maar wel fundamentalistisch.

Uiteindelijk bleken de plannen voor een krant niet haalbaar. In plaats daarvan verscheen Koers, eenmaal per twee weken, waarin Velema maandelijks een meditatie schreef in de rubriek 'Kansel en katheder'. De Stichting Reformatorische Publicaties daarentegen kon wel komen tot de oprichting van een krant: het Reformatorisch Dagblad (1971). Volgens Velema kon dit dagblad tot zegen zijn als daarbij het geheel van het gereformeerde volksdeel op het oog werd gehouden. Ook al was hij niet voldaan, toch was hij dankbaar, zo schreef hij.

In de jaren zeventig bood Koers een platform voor 'radicale protestanten' die hun zorg over de secularisatie daarin konden verwoorden. Velema schreef in een hoofdredactioneel artikel: 'Stelling na stelling wordt prijsgegeven. Post na post valt in verkeerde handen. Wat doen we nog in de kou en wat halen we ons nog langer op de hals? Maar deze redenering is door en door fout, door en door zondig, door en door onchristelijk (…).' Velema zag een taak voor het blad.

Maar die taak kon niet helemaal worden waargemaakt. Het aantal abonnees daalde. Pas toen er in de jaren tachtig een nieuwe redactie aantrad die een nieuwe stijl introduceerde en brak met de tot dusver conservatieve stijl, gingen de oplagecijfers weer omhoog.

 

Omroep

Naast de politiek en de geschreven pers was ds. Velema ook maatschappelijk betrokken bij de wereld van radio en tv. In de jaren zestig groeide het verlangen naar een alternatief voor de NCRV. Begin 1969 was Velema al lid geworden van de stichtingsraad van EO. Eind 1969 stuurde hij dit briefje naar de NCRV: 'Van de Omroepgids maak ik bijzonder weinig gebruik, zoals (ook) de gelegenheid ontbreekt om te luisteren en te kijken. Lid van de NCRV zijn uit principiële overwegingen is er nu niet meer bij. Om die reden steun ik nu de EO.'

Ook in De Wekker maakte hij melding van zijn overgang. Hij vergeleek de EO met het blad Koers en stelde vast dat er velen voor beide organisaties actief waren. Het draagvlak van de EO nam hierdoor flink toe. Op de radio presenteerde Velema het programma Klankbord dat voor het eerst werd uitgezonden in 1970. Het was de eerste stap op weg naar een actualiteitenrubriek.

Eind jaren zeventig kwam de EO in een crisis. De kritiek op het toenmalige beleid nam toe. Ook Velema liet zijn stem horen. Hij en anderen zagen het bestaan van de omroep als een zegen, maar hadden minder het gevoel dat zij aan een goddelijke missie werkten. De leiding van de organisatie moest wat zakelijker worden ingevuld: dat is: minder aan charismatische personen en hun gezag gebonden.

Vanaf 1983 droeg Velema bij aan een wijziging van de organisatiestructuur van de EO. Hij had waardering voor de vorige voorzitter van de stichtingsraad, ds. Glashouwer sr., maar noemde ook diens 'gebreken': 'Bij elke vergadering gaf hij geestelijke leiding, Bijbelstudie, en wat hij zei, dat was de mening van de Geest. Dat ligt mij niet. Dat ging wringen'. Samen met anderen verweet Velema hem dat hij geen verantwoording wilden afleggen. Zijn positie werd uiteindelijk onhoudbaar: Velema werd verkozen als voorzitter van deze raad. Vanaf dat moment kreeg de EO een meer nuchtere instelling. Het werd steeds meer een gewoon bedrijf.

In 1985 begon de populariteit van de EO-programma's iets te stijgen, maar ds. Velema zag hier meteen een gevaar in. Het mag toch niet zo zijn dat je programma's maakt om aardig gevonden te worden?

Na het aantreden van Velema werden beleid en visie beter vastgelegd. De EO nam afstand van haar tot dusver informele stijl. Een belangrijk voorbeeld daarvan was de Israëlnotitie die Velema schreef, die overigens wel de nodige discussie opriep.

Als voorzitter van de stichtingsraad was Velema een tussenpaus. Er moest een nieuwe voorzitter komen, wat nog niet zo gemakkelijk ging. Op een gegeven moment schoof hij iemand uit zijn eigen kerken naar voren wiens 'relatieve onbekendheid' hem niet tot de meest voor de hand liggende kandidaat maakte: de Zwolse predikant ds. A. van der Veer. Deze werd in 1990 de nieuwe voorzitter. Zelf heeft Velema meer dan duizend keer het programma 'Vragen naar de weg' verzorgd. Dat paste binnen het beleid: de EO richtte zich op de radio wat meer naar de reformatorische traditie en de tv wat meer naar de evangelische, aldus Van Mulligen.

Deze historicus heeft een informatief, boeiend en onderhoudend boek gespreven over een onderwerp uit de recente geschiedenis dat bij veel lezers van ons blad herinneringen zal oproepen. Er is veel interessant materiaal opgeduikeld uit de archiefdozen van de genoemde organisaties.

 

D. J. Steensma, Feanwâlden

 

 

Naar aanleiding van: Remco van Mulligen, Opkomst en ontwikkeling van de EO, de EH en de ChristenUnie en hun voorlopers (1945-2007), Buijten & Schipperheijn Motief: Amsterdam 2014, 470 blz., € 29,90, ISBN 9789058818164.


Commentaar

  • Post 2024-04-06 07:36:05

    De laatste tijd valt het mee, maar het komt regelmatig voor dat de post wat vertraging heeft....

  • Lijdenstijd 2024-03-23 18:53:26

    Met de lijdenstijd lijkt onze samenleving niet uit de voeten te kunnen. Hoe anders is dat met...

  • Leipzig en Navalny 2024-03-07 19:01:01

    Vorige week waren mijn vrouw en ik een paar dagen in het voormalige Oost-Duitsland op bezoek bij...

  • Convent 2024-02-22 17:59:53

    Het kan je haast niet ontgaan zijn. Het convent dat op DV 20 april 2024 door deputaten...