Ineens die zin in vers 35 van Psalm 104: Zondaars zullen van de aardbodem verdwijnen, onrechtvaardigen zullen niet meer bestaan. Waarom? Er is toch ergens dreiging in deze psalm!

 

We voelen het: de oerzee (v.6) die alles overdekt – tot boven de bergen! – en die als in de dagen van de schepping be-HEER-st wordt. We zien hem: Leviatan (v.26), het zeemonster dat angst inboezemt en dat gemaakt blijkt tot een badeendje. Om mee te spelen notabene.

Het prachtige van de schepping komt naar voren in deze psalm terwijl vernietigende machten en krachten door de Schepper onder de duim werden en worden gehouden.

 

Mens

En er is nog zo’n macht. De mens. Kroon op Gods schepping en vaak genoeg vals zingend in plaats van de lof aan Hem te brengen. Gemaakt om van elke dag een dankdag te maken: voor de HEER zingen zolang ik leef en een lied voor mijn God zolang ik besta (v.33). Het zal stil worden op aarde. Waarom? Omdat de psalmist de hoop uitspreekt dat zondaars van de aardbodem zullen verdwijnen… En wie valt niet onder de categorie van de zondaars? Maar: vergeet niet dat hier een vrome Israëliet aan het woord is! Een mens die leeft in die bijzondere relatie met God, namelijk een verbondsrelatie. Hij heeft God lief (met vallen en opstaan; hij is niet zondeloos want leeft van de dienst van de verzoening) en wil maar al te graag naar God luisteren! Een rechtvaardige die leeft met zijn God en die lijdt onder de volksgenoot die met die liefde en dat luisteren een loopje neemt. Die volksgenoot die zich vooral zorgen maakt over zichzelf maar zich niet bekommert om de weduwe, de wees en de vreemdeling. Dat is de zondaar en onrechtvaardige van Psalm 104, 35!

 

Zegen en vloek

De Psalmen staan niet zomaar in de Bijbel. Ze staan gegroepeerd rond het centrum van de Hebreeuwse Bijbel: de Torah. Die is Gods unieke wegwijzer voor het volk Israël. Woorden waarin de liefde tussen Hem en zijn volk worden bezegeld. Woorden waarin relaties met volksgenoten en vreemdelingen worden geregeld. Woorden waaraan zegen en vloek zijn gekoppeld. Mozes in zijn afscheidstoespraak: Ik roep vandaag hemel en  aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen, door de HEER, uw God, lief te hebben, hem te gehoorzamen en hem toegedaan te blijven (Deut.30,19-20).

 

Vreugde, vreugde, louter vreugde

De dichter van de Psalm hééft gekozen: God heb ik lief! Ik wens een zegen te zijn en geen vloek. Ik kies voor mijn eigen leven én voor dat van de ander. En voor Hem zing ik zolang ik leef! Moet je zien hoe het er staat: laat mijn lofzang goed in Gods oren klinken. Net zo als dat ik blij ben met en over God, de HEER, de God van het verbond (v.34). Er is sprake van een liefdevol ‘wederzijds’ tussen de Schepper en zijn kind, de psalmist. Als hij uitroept ‘Prijs de HEER, mijn ziel’ dan gaat het bij dat woord ‘ziel’ niet om een of ander ‘orgaan’ van de psalmist. Nee, dan bedoelt hij zijn totale ik. ‘De psàlmdichters hadden echter met het woord “ziel” de hele Israëliet op het oog, zoals hij daar in de Palestijnse zon liep. De vroomheid van eigen vinding muntte dit woord echter zonder blikken of blozen om tot dat bijzondere godsdienstige plekje in een mens waar “het” eigenlijke van de hele godsdienst “beleefd” moest worden.’ (F. van Deursen). Met mijn hele bestaan prijs ik U!

 

Weg die boosheid

Waren er maar geen zondaren meer. Het is te vergelijken met het verlangen van de apostel Paulus. Hij schrijft in de brief aan de Romeinen: De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn (8,19). Psalm 104 raakt niet uitgesproken over de geweldige Schepper en zijn schepping. Daar kun je over blijven zingen. De psalmist begrijpt tegelijk dat de schepping niet volmaakt is en ‘in barensweeën zucht en lijdt’ (Rom.8,22). En daarmee wordt deze psalm een lied met een donkere toon erin. Er wordt tijdens het danken en juichen en ‘halleluja’ jubelen een diep verlangen uitgesproken. Een verlangen dat wij onder andere horen in de woorden: Kom, Heer Jezus. Een verlangen dat niet vastloopt in ‘morgen’ maar een verlangen dat vraagt om invulling vandaag: Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel (Matt.5,16). Anderen uitnodigen en uitdagen aan de lofzang mee te doen. Van vandaag en morgen dankdagen maken. Totdat Hij komt. Halleluja!

 

N. Vennik, Zwolle


Commentaar

  • Feyenoord 2018-11-16 19:23:26

    Hoe is de Reformatie met ‘geloof alleen’ een belangrijke stap geweest in de geschiedenis van de...

  • Arnhem 2018-11-09 18:34:19

    Begin oktober heeft de classis Apeldoorn de samenwerkingsgemeente van Arnhem, die...

  • Dankdag – leven onder een open hemel 2018-11-02 18:24:11

    Het trof me een week of wat geleden, in een column van Adrian Verbree in het Nederlands Dagblad (6...

  • Positief 2018-10-26 17:59:23

    Toen ik zocht naar inspiratie voor dit commentaar, ging ik eens kijken waar ik de afgelopen jaren...