Kasper Haar, geboren in 1954, woont sinds zijn achtste jaar in Kampen. Vanaf die tijd maakt hij daar ook deel uit van de christelijke gereformeerde kerkelijke gemeenschap. Hij houdt van muziek en van zingen en is een verwoed verzamelaar.

 

Als ik in een jaren-tachtig-wijk in Kampen het huis van verzamelaar Kasper Haar binnenstap, weet ik het gelijk: het gaat hier om een serieus geval. De kleine hal staat vol met dozen. Goed, we kunnen ons een weg banen, maar dat is het dan ook. En ook in de kamer waar we vervolgens belanden is weinig 'overige' ruimte. Er staat een mooi groot elektronisch orgel, twee klavieren met pedaal en een modern keyboard. Muziek hoort er bij. Zingen trouwens ook. In het raamkozijn staat een serie automodellen. Groot van formaat en niet van nu.

Aan de muur hangt een fotoreeks van het Kampertreintje. We zien de trein in het voorjaar, de zomer, de herfst en in de winter. Het Kampertreintje is voor Kasper hobby nummer twee. In Kampen, of waar dan ook, is waarschijnlijk niemand te vinden die meer weet van de Kampertrein van vroeger en nu. Over de spoorlijn Zwolle - Kampen heeft Kasper Haar een glossy samengesteld en zelf uitgegeven: 'Kamperlijntje Toen & Nu'. Vrucht van vijfentwintig jaar onderzoek. Alle, werkelijk alle facetten worden nauwkeurig beschreven. De treinen, de rails, maar ook alle tot nu toe durende problemen met de conditie van de ondergrond van de treinrails. Die technische zaken sluiten aan bij Kasper Haars beroep. Hij is technisch opzichter bij de grootste verhuurder van woningen in Nederland. Maar nu hebben we het nog steeds niet gehad over hobby nummer één, waarvoor ik eigenlijk gekomen ben. De indrukwekkende collectie kinderboeken. Daarvoor moeten we een verdieping hoger zijn. Ook bij deze hobby worden veel zijpaden bewandeld. Ik zie een ruime verzameling oorlogsliteratuur en ook de geschiedenis van de Titanic heeft Kasper te pakken gekregen. Verzamelaars houden niet van half werk.

 

Kouwe koffie

Maar voorlopig ben ik nog niet boven. Ik word gestald op een van de banken in de huiskamer en luister. Dat doe ik met veel plezier. Er komen namelijk geen opsommingen van feiten, of rijen weetjes langs, maar mooie samenhangende verhalen. Kort na aankomst had ik koffie aangeboden gekregen, maar een klein uurtje later constateer ik dat het koud geworden is en met het inderhaast ingeschonken tweede bakje loopt het niet veel beter af. Misschien is het nu het juiste moment om even op te biechten dat ik van hetzelfde soort ben. Een verzamelaar. Wel weer op mijn eigen manier, maar toch. Ik heb ook een uitgebreide bibliotheek. Niet in de eerste plaats als verzameling, het is een gebruiksbibliotheek. Maar als ik een onderwerp te pakken heb ben ik er niet tegen om er alles van te hebben. Nu is 'alles' een heel groot woord omdat je dat nooit bereikt, maar dat gegeven houdt juist de verzamelaar in leven. Al snel blijken we ook nog een gezamenlijke vriend te hebben, een Urker verzamelaar van 'Van de Hulstjes'. Kasper laat me met enig genoegen weten dat hij in het bezit is van een publicatie, die onze Urker vriend niet heeft. Ook competitie houdt ons gaande.

 

Hobby nummer één

Als we boven belanden zie ik boekenwanden en wanden die bekleed zijn met schoolplaten van Van de Hulst jr. Aan de linkerwand hangt een originele tekening van deze beroemde 'zoon van'. Ik herken 'Het wegje in het koren'. In het midden van de kamer staat een bed. Kasper leidt me door de boekenverzameling heen. Natuurlijk heeft hij niet alleen Van de Hulstjes. Verzamelaars krijgen altijd te maken met zijtakken en hij is natuurlijk ook vooral verzamelaar van kinderboeken. Dus we zien Anne de Vries, K. Norel, Piet Prins, Van Abcoude en vele anderen. Beneden heeft Kasper al tegen me gezegd: 'Weet je waar ik ook erg gek op ben? Op J.J. Frinsel'. Na die mededeling konden we weer even vooruit. Frinsel had ik 's morgens nog bezocht. Ik ken hem al een jaar of vijfenveertig. Vijfentwintig jaar daarvan heb ik onder zijn leiding gewerkt. Zijn kerstverhalen heb ik zien geboren worden en voor de eerste keer horen vertellen. Er zijn verhalen bij die nog steeds heel goed te gebruiken zijn. Dat geldt ook voor Frinsels kinderboeken. Kasper waardeert ze vanwege de humor en vooral vanwege de boodschap die er in wordt uitgedragen. 'Het zijn verhalen met heel veel diepgang'. 'Als ik even rustig wat wil lezen, dan neem ik een Frinsel'. We lopen de collectie verder door en stiekem constateer ik dat ik toch iets meer van Frinsel heb.  We komen weer bij het hart van de verzameling: W.G. van de Hulst. Van de Hulst is bijzonder, hij schreef vanuit het kind. Er zijn miljoenen exemplaren van zijn kinderboeken gedrukt. Toch neemt de belangstelling voor zijn boeken af. Dat is ook te zien in de prijzen die betaald moeten worden. Niet dat dat voor verzamelaars veel uitmaakt. Echte verzamelaars hebben wel een paar centen over voor een eerste druk of een zeldzaam exemplaar. En altijd zijn er nog weer kleine toevoegingen. Wat te denken van een eerste druk met onbeschadigde stofomslag? Dat is echt de top. Maar Van de Hulst is dus een beetje op zijn retour. 'De kinderen van nu herkennen zich niet meer in zijn leefwereld'. Een paar titels lijken nog stand te houden: 'Willem Wijcherts’ bijvoorbeeld en 'Jaap Holm en zijn vrienden' en 'Peerke en zijn kameraden', dat prachtige boek over de Eerste Wereldoorlog.

 

Uitzicht

Kasper viert dit jaar min of meer zijn veertigjarig jubileum als boekenverzamelaar. In 1980 verliet hij de ouderlijke woning om zelfstandig te gaan wonen. Hij is alleenstaand gebleven en dat voorkomt natuurlijk voor een verzamelaar een heleboel problemen. Zijn bed staat in het midden van de slaapkamer. 'Als ik op mijn bed lig zie ik zo de hele boekenwand' zegt hij. 'En wat denk je dan?' vraag ik nieuwsgierig. Het antwoord is tamelijk ontnuchterend. 'Wat ik denk...? Wat moet ik met al die boeken'. Het is een soort universeel gevoel dat verzamelaars kan overvallen. Wat moet ik er allemaal mee?, en ook die verborgen angst van wat gaat er later met mijn mooie, bijna complete, verzameling gebeuren? Maar dat is allemaal toch een beetje van later zorg. Voorlopig moeten we de zaak nog compleet zien te krijgen. We praten nog even over zang en muziek. Kasper is enthousiast lid van het Kamper mannenkoor DEV en van het gemengd koor Immanuel uit Harskamp. En hij maakt zelf ook liederen. Niet vroeg verlaat ik de woning. Als ik me weer schrijlings door het voorportaal beweeg, wijst Kasper op de dozen. 'Dossiers van spoorlijnen hier uit de omgeving. Of ik het wilde hebben, anders werd het weggegooid'. Zoiets moet je natuurlijk niet tegen een verzamelaar zeggen.

 

Krijn de Jong, Urk


Commentaar

  • Het ‘nieuwe normaal’ 2020-05-15 17:48:17

    We zitten middenin de ‘intelligente lockdown’ wegens de dreiging van besmetting met het...

  • Rust (3) 2020-05-08 17:07:34

    Dit is de derde keer dat ik een Commentaar over rust schrijf. Maar aangezien de vorige al een jaar of...

  • Het virus-effect 2020-05-01 09:46:48

      Sinds ‘Corona’ is er veel veranderd. We blijven thuis, werken thuis of we werken juist heel hard...

  • Veranderen 2020-04-24 16:54:41

    Het leven is anders geworden. Dat vraagt ook om andere gewoontes. Wát moeten we nú doen? Er is...