In het vorige artikel is aangegeven dat de grondstructuur van het nieuwe verbond ten opzichte van het oude verbond onveranderd is gebleven, en de inhoud eveneens ('Ik zal uw God zijn'). Niettemin is sinds de komst en het werk van de Messias datgene in het volle licht getreden waarnaar in vroeger eeuwen reikhalzend werd uitgezien.

 

Het verbond waarin God zo genadig de mens in zijn verlorenheid opzoekt om hem zalig te maken, vraagt om een antwoord. De liefde kan niet alleen maar van één kant blijven komen. Het erge van de zonde is, dat wij de liefde van God wél beantwoorden met ongeloof, minachting, gebrek aan belangstelling, ten diepste zelfs: haat. Paulus geeft een dieptepeiling van de mens in Romeinen 3: er is niemand die God zoekt; de Heidelbergse Catechismus spreekt dat na in zondag 2 en 3. De mens is zo bedorven door de zonde dat hij onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Toch wil Gods ‘ja’ in de doop beantwoord worden met het ‘amen’ van het geloof. Hoe komt het dan zover?

 

Geloof

Als we ons in deze vraag verdiepen is het goed om eerst duidelijk te definiëren wat we met ‘geloof’ bedoelen. Beter gezegd: wat wordt in de Bijbel onder geloof verstaan? In elk geval niet een soort algemene opvatting die je persoonlijke niet echt raakt. Op die manier zijn er velen die ‘het wel geloven’.  Het bijbelse ware zaligmakende geloof heeft twee kernen: kennis en vertrouwen. En het gaat niet over iets maar over Iemand. Iemand leren vertrouwen die je eerst hebt leren kennen.

Hoe leer je sowieso iemand kennen die je eerder niet kende? Dat begint met een ontmoeting, of een eerste contact dat door de ander wordt gelegd in een berichtje dat hij stuurt. Zie zo de Bijbel. Die kun je goed vergelijken met een brief aan ons persoonlijk geadresseerd. Door het lezen van deze brief leer je de Auteur kennen, ook al heb je Hem nooit gezien. Wie de brief niet leest of niet wil lezen, kan dus ook niet komen tot die ware geloofskennis en tot het hartelijke vertrouwen. Toch is er meer nodig dan alleen het lezen van de Bijbel. Wanneer er gaandeweg iets in ons gaat leven waardoor we overtuigd raken van de betrouwbaarheid van de Afzender en geraakt worden door de liefdevolle inhoud van Zijn brief, dan is dat het werk van de Heilige Geest. Dat valt verder eigenlijk niet goed uit te leggen. Dat heeft iets van een geheim.

 

Overtuigend werk

Leg eens uit hoe een jongen verliefd wordt op een meisje? Het gebeurt, maar waarom ontstaat er een klik tussen juist deze jongen en juist dat meisje? Je wordt verliefd of niet. Er slaat een vonk over. Op een heilige manier is dat ook aan de orde wanneer het de Heilige Geest behaagt om Gods Woord zo aan ons hart te verklaren, ons zo na aan het hart te leggen, dat je niet langer niet kunt geloven. Je kunt de Afzender niet langer voor verdacht houden. De waarheid van de inhoud van Zijn brief dringt zich aan je hart en geweten op en je geeft je eraan gewonnen. Naast je zit iemand anders diezelfde Bijbel te lezen. Het klapt het boek dicht en beschouwt het als spam. Hier komt een verschil openbaar dat niet verklaard kan worden uit de kwaliteiten van de mens. We zijn immers allemaal dezelfde mens? Het is de Heilige Geest Die ons overtuigt van de waarheid van Gods Woord.

Aan dat overtuigende werk van de Heilige Geest zitten meer kanten. Hij overtuigt ons van de waarheid dat ik niet deug. Overtuiging van zonden bewerkt diepe ootmoed en een besef van onze onwaardigheid. Hij overtuigt ons van de gewilligheid en de geschiktheid van Christus. Hij is juist gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. Daar ontvouwt zich de diepte en de rijkdom van het evangelie van vrije genade.

Nu word ik zelf ook gewillig om deze God hartelijk lief te hebben, te dienen en te gehoorzamen, met heel mijn leven, met woorden en daden. Zo dringt de Geest ons er toe om deze God te belijden.

Belijdenis

De belijdenis van het geloof is het antwoord op Gods genadige belofte. Op deze manier wordt het verbond dus ook van onze kant aangegaan of (zoals dat ook wel wordt genoemd) ingewilligd. De band, het verbond, de relatie met God wordt nu ook aan onze kant ondervonden en beleefd, zowel in de geestelijke ondervindingen van het hart als in de praktijk van het leven.

Wanneer jongeren mogen komen tot het afleggen van openbare geloofsbelijdenis in de kerk, dan dient de kerkenraad die hen hiervoor toelaat zich er dan ook van te overtuigen dat zij dit geloof deelachtig zijn geworden. Nee, ze zijn natuurlijk ook geen hartenkenners, maar het is niet juist om tevreden te zijn met een verstandelijk instemmen met de bijbelse leer. Onze kerken hebben hierover al in 1836 een uitspraak gedaan: 'Niemand mag erkend worden voor een lidmaat van de kerk van Christus dan op belijdenis des geloofs, en geenszins ten gevolge van het van buiten leren van enige waarheden.'

Ik gebruik hierbij nogal eens het voorbeeld van een plantje. Een plantje dat leeft, kan klein zijn, maar het groeit. Het is echt. Het heeft voeding nodig. Elke eikenboom is begonnen als een klein sprietje. Het hoort ook bij een levende plant dat de blaadjes er wel eens slap bijhangen. Dat zul je bij een kunstbloem niet tegenkomen. Bij de toelating om belijdenis te mogen afleggen gaat het niet allereerst om de grootte van het geloof (eikenboom) maar om de echtheid van het geloof (leeft het?).

Wat betekent het leven in het verbond met de Heere nu in de praktijk? Daarover willen we in een volgend artikel nadenken.

 

 

H. Korving, Urk

 

Ds. H. Korving is predikant van Urk-Maranatha.


Commentaar

  • Weg ermee! 2021-02-12 16:29:31

    De wereld is vol van goede en slechte zaken. Het is aan ons dat te kunnen onderscheiden. Makkelijk zat,...

  • Televisiedominee 2021-01-29 16:26:12

    Toen ik in 1999 op Eerste Paasdag samen met vier anderen belijdenis deed, werd die dienst...

  • Hoop 2021-01-15 16:11:15

    Half januari. Het is winter. De herfst ligt achter ons, het deprimerende seizoen waarin alles dood...

  • Reden voor ootmoed 2020-12-24 15:22:33

    We hebben dit jaar twee moeilijke kerstcadeautjes gekregen, in de vorm van twee boeken. Het eerste boek...