In de oudheid leefde de gedachte dat het mogelijk was om onder de invloedssfeer van een god uit te komen door op reis te gaan naar een ander land. We zien dat bijvoorbeeld bij Jona. Maar ook tijdens de ballingschap zien we dat de volken die naar een ander land verbannen werden de goden van dat land gingen aanhangen en vereren. Goden zijn plaats gebonden, dacht men toen. Die kun je maar beter te vriend houden.
Tijdens een storm op zee kwam Jona erachter dat bovenstaande redenatie niet klopte. Niet voor zijn God. De Schepper van de wereld heerst over de hele wereld. Dit was een dure en beangstigende les voor Jona. En voor ons? Is het ook een les voor ons? Beseffen wij dat God overal is? Dat al ons gaan en staan en handelen bij Hem bekend zijn? Weggaan leek Jona een goede oplossing, een god die even niet meekeek. Dachten Adam en Eva ook al niet dat ze zich voor God konden verbergen? Ons handelen en ons omgaan met elkaar wijkt daar soms niet zoveel vanaf. Het kan daarom best beangstigend zijn wanneer je daarover dieper nadenkt. Ook wij slaan soms op de vlucht, denken dat we buiten Zijn invloedssfeer uit kunnen komen. Doen, bewust en onbewust, dingen die tegen Zijn wil zijn. Die angst is soms zelfs een reden om de kerk de rug toe te keren. Daarbij, stel nou dat het zo was, dan zouden wij helemaal alleen zijn.
Koning David was op de vlucht voor Saul. Hij was in groot gevaar, zag het niet meer zitten en riep: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet! (Ps. 22). Stel nou, dat dit echt zo was, dan zou hij helemaal alleen zijn. Wat heeft geloven dan voor zin? Dat besefte David.
Eens was het drie uur donker op Golgotha. Toen klonken de woorden uit Psalm 22 opnieuw. Jezus, Gods eigen Zoon riep ze uit: Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij? Hij was echt helemaal alleen. Veroordeeld, gekruisigd, in schande verheven boven de aarde, de zon verduisterd, als een zichtbaar teken door God de Vader verlaten te zijn. Waar wij vaak ongehoorzaam zijn, was Jezus gehoorzaam tot in de dood. Waar wij vaak onze eigen weg willen gaan, ging Hij Gods weg.
Zijn kruisdood betekent voor ons vergeving van ons verkeerde handelen en de belofte van eeuwig leven. Door Hem hoeven we niet meer te vluchten en mogen we ons behouden weten. Er is altijd een weg terug. Er is altijd een Vader die op ons wacht. Jezus zei het zelf: ‘Het is volbracht.’ Zo kunnen en mogen we iedere dag Pasen ‘vieren’. Na Zijn opstanding beloofde Jezus: Ik zend Mijn Geest naar jullie, en vanaf die eerste Pinksterdag is dat een realiteit voor iedereen die gelooft.
Nu zijn we op weg naar Zijn wederkomst, die komt elke dag dichterbij en intussen weten we: Wij zijn nooit alleen, waar we ook zijn: God zij dank! Jona ondervond het, David beleed het in vele liederen. En wij?
Art van der Molen, Ten Boer



