ImageGingen in de stichting van de staat Isra?l in 1948 beloften van God in vervulling? Geeft de Bijbel de grenzen aan die het Isra?l van nu zou moeten hebben? Is Isra?l nog steeds Gods volk, zoals in de tijd van het OT? Zo ja, hoe is dan de relatie tussen Isra?l en de gemeente van Christus?

Op de bovenstaande vragen geven christenen heel verschillende antwoorden. Daarbij valt te constateren dat een toenemend aantal reformatorische christenen helemaal of gedeeltelijk overgaat op de evangelische antwoorden. Zo niet Jochem Douma, emeritus theologisch hoogleraar ethiek aan de universiteit van de GKv.
Hij schreef Christenen voor Israel?, een boek waarmee hij ? volgens de ondertitel - Verantwoording van een politieke keus wil geven. Dit boek verscheen bij De Vuur-baak in Barneveld onder ISBN 978 90 5560 403 6 voor de prijs van ? 12,90.

Uitgangspunt
Douma spitst zijn visie in dit boek toe op de staat Isra?l. Voor de stichting van die staat in 1948 heeft hij diep respect. Verder is hij van mening dat de beslissing van de Verenigde Naties in 1948 om Palestina in een Joodse en een Palestijnse staat op te delen gerespecteerd moet worden. Door dat besluit heeft Isra?l recht op een eigen staat, al is het te betreuren dat die staat alleen maar kon worden gerealiseerd in een gebied dat voor een groot deel al bezit van anderen was. De Joden stemden toen met het verdelingsplan in, verlangend in vrede met de Arabische bevolking te leven. In werkelijkheid ontstond er een bittere strijd die tot op de dag van vandaag voortduurt.
Christelijk zionisme
Herzl, voortrekker van de zionistische beweging, wilde een thuisland voor de Joden. Dat hoefde niet Palestina te zijn, al werd het dat wel.
Christenzionisten zijn echter van mening dat het thuisland voor de Joden Palestina moet zijn. Want God heeft dit land immers voor altijd aan Isra?l toegewezen? Daar-om mag het ook niet worden verdeeld. En er mag geen land worden geruild voor vrede. Het land Isra?l is voor het volk Isra?l. Christenen moeten voor Isra?l zijn, om-dat zij in de God van Isra?l geloven. Sommige christenzionisten zijn van mening dat de staat Isra?l de omvang moet hebben die in Genesis 15:18 wordt genoemd. Ande-ren vinden dat christenen onvoorwaardelijk achter de politieke daden van Isra?l moeten staan, omdat God achter Isra?l staat. Verder vinden de meesten dat Arabie-ren alleen maar tweederangs burgers van Isra?l kunnen zijn.
Wie vraagt of de positie van Isra?l door het werk van Christus niet veranderd is, wordt verweten dat hij een vervangingstheoloog is. De vervangingstheologie heeft als dogma dat de kerk in de plaats van Isra?l is gekomen. Isra?l heeft de Messias voortgebracht en daarmee is haar taak vervuld. Toen werd de kerk het nieuwe volk van God. Dit dogma is voor christenzionisten ??n van de ergste ketterijen. Douma hangt dit dogma niet aan. Maar het is de vraag of de christenzionisten hem geloven. Want Douma zegt met nadruk dat hij het woord vervanging niet laat schieten. Naar zijn overtuiging is met het werk van Jezus Christus het oude verbond vervangen door een nieuw verbond.

Een nieuw verbond
Het verbond dat God met (Abraham, de vader van) Isra?l sloot is toch een eeuwig verbond? Tot dat verbond behoort toch ook het recht te wonen in het beloofde land?
Op deze vragen gaat Douma in als hij schrijft dat eeuwig in de Bijbel dikwijls een aanduiding is voor een lange tijd en dan niet betekent: tot in alle eeuwigheid. Bovendien maakt hij duidelijk dat God aan zijn beloften voorwaarden verbindt. De Isra?lieten zullen in het land dat God hen zou geven mogen leven, als ze zich houden aan Gods geboden (Deut. 4:40). De Babylonische ballingschap was de straf op hun ongehoorzaamheid. Na de terugkeer volgde in 70 na Christus een tweede grote verstrooiing onder de volken. Volgens veel christenen kwam aan deze ballingschap een einde in 1948.
Douma brengt terecht daartegen in dat ballingschap en terugkeer geestelijke aange-legenheden zijn. In 1948 was er van berouw en terugkeer tot God geen sprake. In Gods verbond is er geen sprake van automatisme. Daarom vermeldt de heilsge-schiedenis in het OT dat God meer dan eens het eeuwig verbond opnieuw sluit. Dat heeft Hij ten slotte gedaan in Christus. Toen werd, als vervulling van de oudtesta-mentische profetie?n, het oude verbond nieuw. Dat betekende een einde aan de tempeldienst. En ook de verkondiging van het evangelie aan alle volken. God bleef daarbij trouw aan Isra?l. Er bleef een gelovige rest van Isra?l over, maar verder werd Gods volk uitgebreid tot alle gelovigen.
De kerk is dus niet in de plaats van Isra?l gekomen, maar blijft binnen de bedding van het verbond met Isra?l. Aan het begin van het verbond staat Abraham, de vader van alle gelovigen. Men kan daarom van ??n verbond spreken. In elk geval is er bij alle verschil een wezenlijke eenheid tussen het oude verbond en het nieuwe ver-bond. Het aloude verbond met Abraham is met Christus een nieuwe fase ingegaan. In die nieuwe fase behoren de ongelovige Isra?lieten niet tot het volk van God. Zij beantwoorden niet aan het nieuwtestamentische beeld dat Christus en de apostelen van het echte Isra?l geven. De ware Isra?liet is de mens die besneden van hart is (Rom. 2:28-29). Omdat God verdergaat met de Isra?lieten die in Christus geloven, kan er gesproken worden van de voortzetting van het verbond. Maar er is vooral sprake van een verbreding van het verbond tot een gemeenschap van Joden en niet-joden die zonder onderscheid verbonden zijn aan Jezus Christus. Deze gemeenschap is het ene volk van God, waarin ook de christenen uit de andere volkeren het burgerschap van Isra?l ontvangen hebben.
Douma noemt hierom zijn eigen standpunt het verbredingsmodel, onder andere ter vervanging van het vervangingsmodel. Het woord verbreding is inderdaad zuiverder dan vervanging. Daarom begrijp ik niet waarom Douma het woord vervanging niet los wil laten. Het spreken over de vervanging van het oude verbond door het nieuwe verbond suggereert sterk dat het gaat om vervangingstheologie. Terecht spreekt Douma over de eenheid van het oude verbond en het nieuwe verbond. Het nieuwe verbond vervangt het oude niet, maar zet het voort en verbreedt het.

Gevolgen
Vanuit deze - volgens mij juiste ? visie op de Schriften toont Douma aan dat veel evangelische theologen een verkeerde scheiding maken tussen het OT en het NT. Dat heeft grote consequenties voor de visie op Isra?l en de kerk, op de komst van Gods Koninkrijk en op het standpunt dat christenen innemen ten aanzien van de huidige staat Isra?l. Vooral om zijn politieke keus ten aanzien van Isra?l te verantwoorden, heeft Douma zijn boek geschreven. Het is een duidelijk en boeiend boek dat veel meer geeft. Want het gaat diep in op de bijbelse achtergrond van zijn politieke keus.

Broeksterwoude                                    
D. Visser


Commentaar

  • Meer of minder bijbellezen?! 2022-09-23 17:57:22

    Het Nederlands Bijbelgenootschap publiceerde deze week een onderzoek naar het bijbelgebruik in...

  • Bidden in het openbaar 2022-09-09 17:51:49

    Ik weet niet hoe u dat ervaart, maar het voelt vaak wat ongemakkelijk: in een restaurant zitten en...

  • Campings en kinderkampen 2022-08-27 13:23:12

    Geen zomer zonder een paar dagen op De Sikkenberg. Onze dochter heeft op die camping in Onstwedde...

  • Make peace not war 2022-08-18 18:26:45

    De naoorlogse generatie, waartoe ik behoor, heeft een rustige, vreedzame tijd beleefd. Mijn ouders hadden...