We zaten het afgelopen weekend in een huisje in Drenthe. Wat een mooi land. Op de valreep genoten we van de laatste nazomerdag. Zondag begon de herfst. Natuurlijk gingen we naar de kerk. Ver hoefden we niet te gaan. Ons huisje was slechts door een maïsveld gescheiden van een prachtige oude kerk. De geschiedenis van het godshuis gaat terug tot de elfde eeuw. Wat heeft zich daar al die eeuwen afgespeeld? Brokken historie zijn het, die oude kerkgebouwen. Als je er een beetje aanleg voor hebt voel je de eeuwen. De kerk was van binnen een stuk kleiner dan hij van buiten leek. Dat kwam vast door die dikke muren. Van de preek was ik niet ondersteboven. We moesten vooral onszelf worden. Als we onszelf accepteerden met onze sterke en zwakke kanten, dan konden we met een rechte rug voor God staan. Gelukkig valt er in een kerkdienst naast de preek altijd nog heel wat te beleven. Er wordt gezongen, gebeden en je krijgt de zegen. En toen ging de kerk uit. Ik zal niet zeggen dat de medekerkgangers onvriendelijk waren. Ik kreeg hier en daar zelfs een knikje, maar daar bleef het bij. Waarom zegt niemand iets? Ik was duidelijk een vreemdeling daar. In dat groepje van een man of vijftig was ik ook niet over het hoofd te zien. Stel dat het mijn eerste kerkgang geweest was. Ik zou geen warme indruk gekregen hebben van het huisgezin van God.

Het weekend was wat moeizaam begonnen. Eigenlijk zouden we vrijdagavond al weg, maar er werd plotseling een bos sleutels bij ons bezorgd. Een jong echtpaar met twee kinderen kwam een weekje op Urk uitrusten. Een zendingsgezin, werkzaam in de moslimgemeenschap. De huiseigenaar moest weg en had bedacht dat wij het wel verder konden regelen. Wij waren tenslotte bevriend met hun ouders. We wachten tot ze kwamen, brachten ze op hun adres, gaven wat aanwijzingen en maakten een afspraak. De volgende morgen vertrokken we. Maandag zagen we elkaar weer. Ze kwamen voor de maaltijd. Daar hadden ze naar uitgezien. Gemeenschapsbeoefening met christenen uit andere landen, door genoten ze altijd van. Ja, ze waren zondag ook naar de kerk geweest. Natuurlijk gingen ze naar de kerk. Lang hadden ze niet hoeven zoeken. Kerken genoeg op Urk. ‘Had iemand ze aangesproken?’, vroegen we. Nou ja, ze waren wel op weg geholpen met een zangboek, maar daar was het bij gebleven. Een gemiste kans. Deze jonge mensen hadden echt iets te vertellen.

 

Een vriend van ons was met zijn vrouw een tijdje geleden in Afrika, om precies te zijn, in Swaziland. Natuurlijk gingen ze naar de kerk. Ze vonden het heerlijk om in een ander land geloofsgemeenschap te ervaren. Het kerkgebouw was een soort rieten overkapping. Ze herkenden de melodieën van verschillende liederen. Natuurlijk vielen ze op omdat ze wat lichter uitgevallen waren dan de plaatselijke bevolking. Aan het eind van de dienst zei de dominee: ‘Straks gaan we de toeristen die vandaag onze kerk bezochten uitzwaaien’. Ze gingen naar buiten. De gemeente ging om hen heen staan. Zingend baden ze hen een veilige reis toe. Als ik zo’n verhaal hoor voel ik jaloezie. Waarom hebben wij van die kouwe kikker kerken?, denk ik dan. Waarom praktiseren we niet wat we wel leren? Dat we naar elkaar om moeten zien.

 

 

Urk                                                   
K. de Jong


Commentaar

  • Convent 2024-02-22 17:59:53

    Het kan je haast niet ontgaan zijn. Het convent dat op DV 20 april 2024 door deputaten...

  • Volle verzekering 2024-02-10 09:35:41

    Een gaatje in de agenda maakt dat wij op vakantie gaan. De camper wordt volgepakt met die dingen...

  • Helpen 2024-01-27 09:14:13

    Het is bijna Hulpverleningszondag en daarom wordt in dit nummer van het Kerkblad ingegaan op...

  • Goed voornemen 2024-01-13 09:36:53

    De stelling die Sake Stoppels, emeritus lector theologie, van de CHE, poneert in zijn bijdrage in...