Als ik de voordeur open, roep ik tegen de kamerdeur:

‘Lieverd ik heb een gast meegenomen.

Kan ze mee eten?’

Mijn vrouw is van nature erg gemakkelijk.

Ook is ze in de loop der jaren wel iets van me gewend.

Zo zitten we even later gedrieën aan tafel.

'Vind je het goed', vraag ik aan de gast, ‘dat we voor ons eten bidden?

We zijn dat zo gewend, weet je...'

Ze knikt.

'Natuurlijk, ga rustig uw gang.'

Dat doen we.

Normaal bidden we altijd hardop.

Deze keer in stilte!

Terwijl de schaal met het eten rondgaat, vertelt de gast:

'Ik deed het vroeger ook, bidden.

Maar nu niet meer!

Van huis uit heb ik het wel geleerd.

Mijn moeder zegt wel eens: ‘God komt je vanzelf eens tegen.

Nou, dat zien we dan wel.’

 

Verbeeld ik het me dat ze de schaal net iets te hard neerzet op de tafel?

Voorzichtig schraap ik mijn keel.

Moet ik antwoor¬den?

Ik ken haar maar amper.

Ze was voor een dag bij me in de zaak.

Moet ik überhaupt iets zeggen?

Na het eten lees ik een kort stukje uit de Bijbel.

Daarna danken we.

In eenvoudige woorden probeer ik onze afhankelijkheid van God onze Vader over te brengen.

Nu wel hardop!

 

Enkele uren later lopen we samen naar de parkeergarage.

Onderweg klinkt er een lied door de luid¬sprekers in de winkelstraat.

Ik versta de Engelse tekst niet, zij wel!

'Hier word ik nog altijd door geraakt’, zegt ze.

‘Dit lied draaiden ze bij de begrafe¬nis van de moeder van mijn beste vriendin.

Ze is jong gestorven!

Weet je... toen heb ik met God gebroken.

Ik kon dit niet rijmen met het beeld van een liefdevolle God!'

Op weg naar de betaalautomaat wisselen we nog enkele woorden.

Ik heb iets gezegd in de trant van:

‘Wij kunnen alleen maar naar de onderkant van Gods borduurwerk kijken.

Alleen God ziet de bovenkant.’

Ik dacht daarbij aan Job.

Die had wat meegemaakt zeg!

Zijn kinderen en zijn bezit verloren.

Gevochten had hij met God.

In woord en gedachten.

Totdat hij bekende: Slechts van verre had ik van U vernomen.

Ik praatte over zaken die mijn verstand te boven gingen, die ik niet begreep.

Ik meende het allemaal op een rij te hebben... maar ik moet bekennen dat ik daarin gefaald heb.

Ja, Job kwam God tegen...

 

De plek, tussen andere mensen in de rij voor de betaal¬automaat, is niet bij uitstek de plaats voor een gedachtewisseling over leven en sterven.

Even later kijk ik de auto na als die de parkeergarage uitrijdt.

 

Later, veel later, toen ik zelf bij het graf van een van mijn dierbaren stond, schoten haar woorden me weer te binnen.

Toen begreep ik iets van de diepte van haar verdriet en boosheid.

 

Douwe Janssen


Commentaar

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...