Ik sprak met Mieke Jonkers, getrouwd met Willem, moeder van drie inmiddels volwassen kinderen, uitvoerend verpleegkundige op de long- en interne afdeling van het Refajaziekenhuis te Stadskanaal. We ontmoetten elkaar bij Mieke thuis in Winschoten.

Dag van de verpleging. Zegt je dat wat? Jazeker. Op die dag, 12 mei, werd in 1820 Florence Nightingale geboren. Zij heeft in de Krimoorlog door het verplegen van de gewonde soldaten uiteindelijk voor erkenning gezorgd van het verplegen als een volwaardig beroep voor beschaafde vrouwen. En wist je dat we ook in Nederland een Florence Nightingale hebben gehad? Dat was zuster Frederike Meyboom, de oprichtster van de beroepsvereniging voor verpleegkundigen. Sinds 1964 wordt de dag van de verpleging ook in ons land gehouden.  

Je werkt in het Refajaziekenhuis. Merk je daar ook iets van de dag van de verpleging? Niet veel, maar op die dag krijgen we meestal wat lekkers bij de koffie en vaak een kleine attentie. Best leuk eigenlijk. Het voelt voor mij als waardering.  

Hoe ben je eigenlijk in de verpleging terecht gekomen? Mijn ouders waren beide verpleegkundigen en toen ik nog maar vier jaar jong was, wist ik al dat ik verpleegster wilde worden. Ik heb mijn opleiding in het St. Lucas gehad. Zo ben ik in Winschoten gekomen. Van mijn opleiding heb ik onder andere het advies van een ervaren verpleegster altijd goed onthouden: als je moeilijke mensen moet verplegen, slaak dan eerst een diepe zucht en ga vervolgens naar binnen. Dat heeft voor mij vaak goed gewerkt. Na mijn opleiding werkte ik op chirurgie tot ons tweede kindje werd geboren. Toen ben ik bewust gestopt met werken. Later weer ingetreden. Dat begon als vrijwilligerswerk in het Hospice, en in de thuiszorg. Toen begon het weer te kriebelen. Ik miste het ziekenhuisbed, het contact met collega’s en artsen, het brede medische spectrum rond mensen die zorg nodig hebben. En via uitzendwerk op locatie Lucas, UMCG en Martini kwam ik bij het Refaja terecht en ben daar blijven plakken. Dat is nu al weer tien jaar geleden.

Wat motiveert je om mensen te verplegen? Ik zorg graag voor anderen. Dat zit in mijn genen, denk ik. Ook vind ik het belangrijk dat patiënten goede zorg en aandacht krijgen. Opgenomen patiënten zijn kwetsbaar en verdienen positieve aandacht. En die wil ik ze graag geven. Een mensenmens, ja. Iemand met hart voor kwetsbare, onzekere en bange mensen. Dat heeft denk ik ook met mijn geloof te maken. Jezus had hart voor kwetsbare mensen.

Er wordt veel geklaagd over de gezondheidszorg in ons land. Met name over de jarenlange bezuinigingen en over dat er te weinig handen aan het bed zijn en over de slechtere bereikbaarheid van goede zorg. Hoe sta jij daarin? Het is waar, dat we steeds meer in minder tijd moeten doen. Ook is er veel meer administratie bijgekomen, bijvoorbeeld het afvinken van controles. Het gevoel leeft, dat als je dat niet doet, je erop wordt afgerekend. Dit vergroot de werkdruk. En die hoge werkdruk motiveert jongeren weer niet, terwijl we die juist dringend nodig hebben. Vrijwel elk ziekenhuis in de regio heeft handen te weinig. De papierwinkel neemt tijd voor de patiënt aan bed weg. Dat vind ik jammer. Ook maak ik me zorgen over de bereikbaarheid van de zorg: zal goede en verantwoorde zorg op redelijke afstand in onze regio wel blijven bestaan. Oost-Groningen is een relatief arme regio, niet iedereen heeft een auto of een goede buur die je kan brengen. Veel ouderen zullen meer moeten reizen om hun geliefde te bezoeken.                    

Over het Refaja is veel gesproken en geschreven. Met name over de toekomst van dit relatief kleine regioziekenhuis. Wat denk jij dat er gaat gebeuren? Persoonlijk heb ik het hier heel goed naar de zin. In het Refaja heerst een open sfeer, je kan gemakkelijk feedback van collega’s vragen, het is klantvriendelijk. Wel moet ik hier van alle plekken waar ik gewerkt heb het hardste werken. Er wordt veel van je verwacht. Maar dat vind ik prima. En over de toekomst: het Refaja gaat een ziekenhuis met planbare zorg worden. Dat wil zeggen, dat er vrijwel alleen operaties worden gedaan die kort duren en goed te plannen zijn. Denk aan bloedtransfusies en chemotherapie. En ook aan poliklinische behandelingen. Vooral de poli’s oogheelkunde en orthopedie staan erg goed aangeschreven. Ik wil graag de uitdaging aangaan om in de  nieuwe setting van het ziekenhuis mijn plekje te vinden. Ik hou wel van een uitdaging.  

Je bent belijdend lid van de kerk van Winschoten. Ik vraag me af, hoe je in je werk als verpleegster omgaat met je geloof. Is daar ruimte voor en hoe werkt dat dan? Ik denk niet dat de Heer wil, dat ik steeds mijn overtuiging erbij haal. In eerste instantie wordt van mij goede professionele zorg verwacht. En om dat zo goed mogelijk te kunnen doen weet ik me afhankelijk van de Heer. Daarom bid ik ook aan het begin van elke werkdag: Heer, help me om goed voor de patiënten en mijn collega’s te zorgen. En bij oudere patiënten, waarvan de partner is overleden, met de diagnose kanker en die geen medische polonaise meer willen, vraag ik wel eens: als je dat niet meer wilt, waar vind je dan je rust? Een open vraag. Eentje die zomaar aanleiding kan zijn tot een geloofsgesprek. En als zo’n patiënt dan na afloop van het gesprek zegt: Zuster, wat fijn dat we er even over hebben kunnen praten, kijk, daar word ik dan blij van. En bij mensen die psychisch veel te verwerken krijgen, vraag ik wel eens: heeft u wel iemand om mee te praten? Een predikant bijvoorbeeld of een pastoor? Het komt voor dat ik zo iemand bel en vraag of hij/zij wil komen praten.   

Tenslotte: Mieke bedankt. Fijn, dat je zo openhartig over je werk  als verpleegkundige wilde praten. Ik bid, dat je als verpleegkundige een zegen mag zijn voor patiënten, collega’s en artsen.     

Gurbe Huisman, Winschoten.           


Commentaar