Vroeger was alles ver weg. Maar nu is alles zo dichtbij gekomen. Zojuist heb ik bij vrienden Kashif opgehaald. Kashif is een Pakistaanse christen. We weten allemaal dat die het moeilijk hebben. Soms laait de haat in Pakistan angstwekkend hoog op. Soms is het rustig, maar altijd loert er gevaar.

 

De christenen daar moeten verschrikkelijk op hun woorden letten. Een verkeerd woord kan je leven kosten. En ouders zijn altijd blij als hun kinderen weer uit school thuis zijn. Kinderontvoering komt regelmatig voor. Kashif had iets gezegd dat verkeerd werd opgevat. Hij kreeg heel serieuze dreigbrieven. Hij vluchtte naar het ‘christelijk’ Europa, in de hoop dat hij daar begrip zou vinden. Dat viel tegen. Drie jaar is hij nu al van zijn vrouw en kind gescheiden. Het doet me pijn dat we in juridisch opzicht zo weinig voor hem kunnen doen. Kashif is een van de vele christen die lijden onder geloofsvervolging.

 

Regeringscommissies

Langzaam begint het tot de westerse regeringen door te dringen dat christenvervolging een serieus en groeiend probleem is. Enkele weken geleden kondigde onze minister van buitenlandse zaken, Stef Blok, aan dat Nederland een speciale gezant krijgt voor godsdienstvrijheid.

In Engeland verscheen niet lang geleden vanuit regeringskringen een alarmerend rapport. Volgens dit Britse rapport is de christenvervolging in sommige regio’s zo ernstig dat het op genocide begint te lijken. Minister Hunt tekende hierbij aan dat ‘politieke correctheid heeft bijgedragen aan het relativeren van christenvervolging’. Politieke correctheid houdt in dat kritiek op bijvoorbeeld islamitische regeringen angstvallig wordt vermeden om economische schade te voorkomen.

In het Europese parlement worden de stemmen tegen christenvervolging gaandeweg ook meer hoorbaar. Hongarije heeft al enkele jaren een onderstaatssecretaris die speciaal belast is met het signaleren en bestrijden van christenvervolging. Het bewustzijn groeit dat er iets gedaan moet worden. Maar we weten dat regeringen op allerlei manieren worden belemmerd in wat ze eigenlijk zouden moeten doen. Gewone christenen kunnen zich veel vrijer uiten. Doen we dat ook?

 

We kunnen veel doen

Onze vrijheid is hier nog bijna onbeperkt. We kunnen heel veel doen. Bidden bijvoorbeeld. Alles begint met gebed. Gebed kan onze ogen en onze harten openen. En oprechte gebeden krijgen altijd een vervolg. Je gaat je afvragen, wat kan ik doen? Veel.

In de gemeente van Dedemsvaart is Jannita Polman al jarenlang op een creatieve manier actief. Een keer in de maand komt een (interkerkelijke) groep samen om brieven en kaarten aan gevangenen te schrijven. Via de verschillende organisaties die in ons land voor vervolgde christenen actief zijn, verzamelen ze de adressen. In hun laatste bijeenkomst richtten ze zich speciaal op de Eritrese christenen. Een liefdevol initiatief.

Tijdens een mini-symposium onlangs op Urk sprak onder andere bijbelvertaler Hessel Visser. Hij werkt met zijn vrouw Coby al jarenlang in Afrika. Hij vertelde over een predikant die naast de preekstoel een wereldkaart had opgehangen. Elke week bad hij voor vier landen. Wat een mooi idee. Zo maak je het zichtbaar en hanteerbaar. Je raakt bekend met de kaart van de vervolgde christenen. Zelf een wereldkaart aanschaffen is ook een goed idee. Bij de organisatie Operatie Mobilisatie zijn ze voor een klein bedrag te koop. Bij onze bidstonden op Urk hebben we altijd een paar van die wereldkaarten op de tafel liggen. Je kunt de verschillende landen dan zien en aanraken. Een mooie aanvulling daarop zijn de kleine wereldkaarten die Open Doors ter beschikking stelt. Op die kaartjes is aangegeven waar de vervolgingen plaatsvinden.

Wat we als gemeenten ook kunnen doen is iemand, in of buiten de kerkenraad, aanwijzen die uit de krant en andere media nieuws verzamelt over vervolgde christenen. Hij of zij kan dan voor de zondag gebedspunten aan de predikant en de gemeente aanreiken.

 

Nacht van Gebed

Gebed blijft een belangrijke activiteit. Elk jaar organiseert de stichting ‘Open Doors’ een Nacht van Gebed. Dit jaar is dat de nacht van 21 op 22 juni. Wereldwijd komen in die nacht mensen samen om te bidden voor de vervolgde christenen. In Nederland op meer dan driehonderd plaatsen. Heerlijk dat samen bidden. Even geen landsgrenzen en geen kerkmuren. Een hele nacht bidden, is dat echt nodig? Ja. Zo’n klein offer brengt ons meer in contact met de werkelijkheid van de mensen die lijden. Een nacht is lang, ook in de gevangenis. Een nacht met hen waken.

Je kunt er ook op uit gaan. Verschillende zendingsorganisaties organiseren visie- of inspiratiereizen. Je krijgt de mogelijkheid om een land en een project te bezoeken. Je kunt dan mensen ontmoeten, met hen spreken en hun situatie waarnemen. Het kan zo maar gebeuren dat je hart wordt geraakt en er een langdurige band ontstaat. Onlangs maakte ik via de zendingsorganisatie Back to Jerusalem zo’n inspiratiereis mee. In Noord-Irak bezochten we verschillen de projecten. Alle deelnemers waren diep onder de indruk.

Er zijn veel mogelijkheden om mee te leven met het vervolgde deel van de kerk. Zo’n speciale zondag is natuurlijk niet ingesteld om het daarbij te laten. Net als de zendingszondag is het bedoeld om ons bewust te maken van onze voortdurende opdracht. We kunnen niet elke week onze eredienst in vrijheid vieren zonder ook te bidden voor het lijdende deel van het lichaam. Het is ook heilzaam voor onszelf. Naast bidden en helpen kunnen we ook veel van onze vervolgde broeders en zusters leren. Daarvoor moeten we wel dichtbij hen komen.

 

Krijn de Jong, Urk


Commentaar