De discussie over ‘de vrouw in het ambt’ wil in de Christelijke Gereformeerde Kerken maar niet verstommen. De tegenstanders beroepen zich onder andere op 1 Korinthe 14,34, waar staat dat vrouwen moeten zwijgen in de gemeenten. De voorstanders zeggen echter dat die tekst moet worden gelezen in de context van heel Paulus’ onderwijs aan de gemeente vanwege de wanordelijke samenkomsten.

Ds. H. Brons, predikant van de Gereformeerde Gemeente in Vlaardingen, schreef vanuit de context, 1 Korinthe 11,3-12, een toegankelijk boekje over de hoofdbedekking van de vrouw tijdens de eredienst. Brons heeft zich grondig in deze kwestie verdiept en komt de volgende conclusies: - een vrouw die een hoofdbedekking draagt, eert God en zichzelf, en erkent de positie van haar man; - met haar hoed belijdt zij dat ze het gezag van koning Jezus erkent; - ze geeft met het dragen van een hoofdbedekking eenzelfde signaal als met de doop. 

Met die laatste conclusie maakt de auteur ten onrechte de hoofdbedekking tijdens de eredienst welhaast tot een sacrament. Bovendien is de doop een blijvend teken, terwijl de hoed blijkbaar alleen tijdens de eredienst een signaalfunctie heeft.

Opbouw gemeente

Mijn bezwaar tegen de aanpak van Brons is zijn focus op de hoed, terwijl Paulus aandacht vraagt voor het wanordelijke verloop van de erediensten in de gemeente. In 1 Korinthe 14,26-39 maant de apostel zijn lezers dat in de erediensten alles tot opbouw moet gebeuren, want God is geen God van wanorde, maar van vrede. Wie overigens dit gedeelte met een gereformeerde bril leest, kan zich alleen maar verbazen. Spreken in tongen en profeteren passen bij de diensten in pinkstergemeenten, maar ontbreken in gereformeerde erediensten. Van Paulus mocht echter iedereen dat doen, zowel mannen als vrouwen, als het maar wel ordelijk en opbouwend gebeurt. Als gemeenteleden in de dienst in tongentaal spreken, moeten hoogstens twee of drie personen dat doen. Maar als er geen uitlegger is, moeten zij zwijgen. Ook mogen maximaal twee of drie personen profeteren. Als een aanwezige echter op dat moment een openbaring krijgt, moet hij voorrang krijgen in het profeteren. En de anderen moeten zwijgen.

Bidden en profeteren

In 1 Korinthe 11, 4-5 gaat het over mannen en vrouwen die in de samenkomst bidden en profeteren. Paulus wijst erop dat vrouwen die dat doen dan wel hun hoofd moeten bedekken. Volgens Brons wordt met dat ‘bidden en profeteren’ het geheel van de kerkdienst bedoeld. Verder heet het bij hem dat profetie uitleg en toepassing van de Bijbel is, een taak die is voorbehouden aan een mannelijke voorganger. In 1 Korinthe 14, 34 staat namelijk dat vrouwen moeten zwijgen in de gemeente. Brons zegt dat dit een inzetting van God is, die in 1 Korinthe 11 wordt verondersteld. Dat maakt duidelijk dat vrouwen in de eredienst bidden en profeteren als toehoorders, aldus Brons.

In deze, in de geformeerde gezindte gebruikelijke, gedachtegang maakt men zich wel heel gemakkelijk af van Paulus’ onderwijs, over zowel mannen als vrouwen die bidden en profeteren. Het profeteren is hier een door de Geest ingegeven gebeu-ren, soms zelfs ingegeven tijdens de dienst. Dat was dan een profetie met voorrang. 

Volgens veel gereformeerde uitleggers was deze vorm van profetie alleen bedoeld voor de begintijd van de christelijke gemeente, evenals tongentaal. Die conclusie valt echter niet aan de Schriftgegevens te ontlenen.  

Mannen en vrouwen mogen dus profeteren in de kerkdienst, maar onder ons gebeurt dat niet. Begrijp me goed, ik zeg niet dat het zou moeten. Erediensten mogen blijkbaar op verschillende manieren worden gehouden, waarbij het altijd moet gaan om de eer van God en de opbouw van de gemeente. Geen wanorde, maar vrede!

Bezinning op het ambt

In 1 Korinthe 14 wijst Paulus erop dat niet alleen sprekers in tongen (28), en profeten (30) soms moeten zwijgen, maar ook vrouwen (34). Waaschijnlijk gaat het in het laatste geval om een leermoment met discussie. Getrouwde vrouwen moeten zich niet mengen in die gesprekken, maar thuis aan hun man uitleg vragen. In elk geval geeft Paulus de vrouwen hier geen absoluut zwijggebod, zoals blijkt uit 1 Korinthe 11,5 en 24,26.

Als vrouwen in de eredienst mogen profeteren, mogen zij dan ook preken? Die vraag is in 1 Korinthe niet aan de orde, en wordt in deze brief dus ook niet beantwoord. Trouwens, onze ambten zijn niet regelrecht te ontlenen aan het Nieuwe Testament. Ze zijn wel bijbels gefundeerd en hebben na de breuk met de Rooms-Katholieke Kerk zeker tot opbouw van de gemeenten gefunctioneerd. Maar of dat altijd nog zo is? En of het per se alleen mannen moeten zijn? Die vragen maken een fundamentele bezinning op het ambt noodzakelijk, te beginnen met Efeze 4.

D. Visser, Amersfoort


Commentaar

  • En hoe zit dat met het lijden? 2021-06-18 17:02:53

    Ik moet er nogal eens aan denken. Het speelt alweer aardig wat jaren terug, in de jaren dat Europa nog...

  • Vliegen 2021-06-04 17:37:06

    Heerlijk! Aan alles is te merken dat de zomer er aan komt. Alhoewel, de temperatuur is dit...

  • Wat is waar? 2021-05-21 17:29:58

    De laatste tijd is er nogal wat te doen over wat wáár is en wat niet. We worden geconfronteerd met wat...

  • Afstand 2021-05-06 13:49:57

    Een crisis werkt als een spotlight. Het laat zien wat er vooraf al was en vergroot dat uit. En hoe...