Er is de laatste tijd veel aandacht voor ‘roepingen’. Een van de aanjagers daarvan is het predikantstekort in veel kerken. Ik hoop van harte dat deze groeiende aandacht zal leiden tot sterke groei van de predikantsopleidingen.

Tegelijk vraag ik me af: als we een gebrek aan predikanten zo ernstig vinden en daar een roepingenzondag voor in het leven roepen, dan gaan we toch met dezelfde ijver aandacht vragen voor andere roepingen? Zendingswerker, evangelist, Bijbelvertaler, godsdienstdocent, welzijnswerker, piloot enz. Het tekort aan dit soort werkers is immers al veel langer schrijnend groot.

 

Roeping?

Met het begrip ‘roeping’ is overigens iets wonderlijks aan de hand. In het dagelijks taalgebruik is de bedoeling van roepen dat de ‘geroepene’ naar de ‘roepende’ toekomt: ‘Jan!’ ‘Ja?’ Jan draait zich om en komt naar me toe. In het kerkelijk taalgebruik heeft het echter de volgende lading gekregen: ‘Jan, ik wil dat jij naar het dorp gaat om boodschappen te doen.’

Roeping tot werk in dienst van het Evangelie betekent meestal: eropuit gestuurd worden om een opdracht uit te voeren. Natuurlijk past dat bij geroepen worden. Maar hoe zegenrijk moet het zijn als we ‘roeping’ vooral opvatten in zijn meest natuurlijke betekenis.

 

Jezus roept mij, dat wil zeggen: Hij roept mij naar Zich toe. Hij noemt mijn naam, met de bedoeling dat ik me naar Hem toewend en mijn oor te luister leg bij Zijn mond en hart. Dát is gehoor geven aan Zijn roeping. En dát is de weg om antwoord te vinden op de vraag: wat wil God dat ik voor Hem doe? Welke roeping ligt er voor mij in Gods kerk en koninkrijk?

Roeping begint dus niet met het ontdekken van de bestemming waar de Meester ons naartoe zendt, maar bij het gehoorgeven aan Zijn bevel: ‘Kom tot Mij en blijf in Mij!’

 

Gesprekken

Ik heb het voorrecht een aantal keer per jaar met een zeer diverse groep volgelingen van de Heere Jezus diepgaand te kunnen spreken over de vraag: hoe kunnen we het roepingsbesef onder jongeren versterken? Niet speciaal voor werk binnen gemeenten, juist ook voor al die functies die ik hierboven opsomde. Uit de verhalen die we elkaar vertellen vanuit ons werk in Gods koninkrijk haal ik graag de volgende zaken naar voren.

 

Kinderlijk

Veel ‘geroepenen’ hebben op jonge leeftijd Jezus lief gekregen. Ze zijn op jonge leeftijd onder de indruk geraakt van wat oudere werkers voor Hem over hebben gehad. En ze hebben een leven van gebed kinderlijk dicht bij hun Meester.

Blijkbaar kunnen we alleen dán meer roepingen verwachten als we als volwassen gelovigen kinderlijk dicht bij Jezus leven en veel jongeren tot Hem leiden. Mag ik onze voorgangers vragen de gemeenten juist daarin toe te rusten? Dan komen de roepingen ‘vanzelf’.

 

Ervaringen bieden

Roeping is meer is dan het ontvangen van woorden. Het is een ervaring die het hele mens-zijn raakt en het karakter heeft van een indrukwekkende gebeurtenis of ontmoeting of een reeks van zulke ervaringen. Daar ligt een aangrijpingspunt om bij meer jongeren roepingsbesef te laten ontstaan en groeien. Bied ze ervaringen die hen aan het denken zetten: excursies, belevingsreizen en werkvakanties in het kader van missionair (en) welzijnswerk.

 

Persoonlijk roepen

Veel ‘geroepenen’ zijn ooit persoonlijk door iemand aangesproken. Met woorden als: ‘Is die vacature niet iets voor jou?’ Of: ‘Toen de dominee bad om meer werkers in de oogst, moest ik aan jou denken.’ Of: ‘Ik merk dat jij heel talig bent. Wil je eens overwegen om Bijbelvertaalwerk te gaan doen?’ Blijkbaar klinkt Gods roep vaak via andere mensen die de moed hebben om Zijn roep letterlijk en persoonlijk door te geven.

 

Het past totaal niet in onze cultuur om iemand ongevraagd de richting te wijzen. Als we ergens bang voor zijn dan is het wel het risico dat de ander van ons denkt dat we hem iets proberen op te leggen. Recht op individuele vrijheid noemen we dat.

Laten we deze angst overwinnen en ons ook niet beperken tot een algemeen appel op een gemeente of een klas. De gelovige jongere of oudere op wie God onze gedachten richt, mogen we vrijmoedig wijzen op de nood van medemensen, op de liefde van God en op Christus’ bevel om uit te gaan.

Misschien doen we er goed aan nog een stap verder gaan: bidden om de bekering van die ongelovige jongere bij wie we kwaliteiten zien die onze Heere goed kan gebruiken om verlorenen te behouden.

 

Ook indirect roepen

Alleen als je iemand kent, zul je hem of haar op zo’n directe manier kunnen aanspreken. Als we meer jongeren op het werken in Gods oogst willen wijzen, moeten we dus zijn bij degenen die hen persoonlijk kennen: ouders, leraren en jeugdwerkers. Via hen, indirect dus, kan Gods roep bij heel veel jongeren terechtkomen. Dat leidt er niet meteen toe dat vacatures die nu openstaan vervuld worden. Het is wel een inspanning voor de lange termijn. Tot aan Zijn wederkomst heeft Christus namelijk arbeiders van allerlei soort nodig.

Hij mag het beste van onze jonge generaties toch wel gebruiken om verlorenen búíten onze familieverbanden en gemeenten te redden en te helpen?

 

Laurens Snoek is godsdienstleraar, opleider van godsdienstdocenten aan de CHE en docent kerkelijk onderwijs aan de TUA

 


Commentaar

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...

  • Pinksteren 2024-05-17 18:03:28

    In dit nummer van het Kerkblad wordt speciaal ingegaan op Pinksteren. De uitstorting van de...

  • Wereldverbeteraars 2024-05-03 13:31:31

    Wereldverbeteraars Met zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ (2019), heeft Rutger Bregman zijn...