Op 12 juni 1999 deed u intrede in de gemeente Eben-Haëzer op Urk. Had u zich gerealiseerd dat uw jubileum eraan kwam?

Eerlijk gezegd niet. Het is dat mijn kerkenraad er mee kwam. Ik ga er ook geen aandacht aan besteden door bijvoorbeeld langs de gemeenten te gaan waar ik gestaan heb in de afgelopen 25 jaar.

 

U had er niet echt bij stilgestaan. Maar nu u erover nadenkt, wat roept het bij u op?

Omdat ik er nog niet heel erg over gemediteerd heb, geef ik nu een soort spontane reactie. Maar ik vind het een wonder dat God me nog niet van de preekstoel geschopt heeft. Ik zeg dat een beetje bot misschien, maar het verwondert me dat ik iedere week weer mag preken. Je ervaart zelf zo sterk je tekorten en dat je dan toch weer de kansel op mag.

 

Hoe was het om op Urk te beginnen als predikant 25 jaar geleden?

Ik was al wat ouder toen ik begon als predikant. Ik was 42 jaar. Daarvoor had ik als leraar gewerkt en als jurist. Ik had dus gelukkig de nodige bagage meegekregen om werkzaam te zijn in zo’n grote gemeente. Ik kijk terug op een hele mooie tijd op Urk. Het was een geestelijke tijd. Ik kan wel zeggen dat we daar een soort opwekking hebben meegemaakt. Er kwamen jongeren en ouderen tot bekering. Het was bijzonder om te merken dat het Woord zijn kracht deed en dat mensen geestelijk ontwaakten.

 

U was dus al wat ouder voordat u predikant werd. Hoe is dat gegaan in uw leven?

Ik ben geboren en opgegroeid in Werkendam. Ik wilde eerst vliegtuigbouw gaan studeren. Maar dat werd een drama. Ik was geïnteresseerd geraakt in de vliegtuigbouw door een vriend van mij, maar het was vooral wis- en natuurkunde wat ik daar kreeg. Dat waren niet mijn sterkste vakken. Daarom moest ik stoppen en toen ben ik overgestapt naar de PABO in Utrecht. Vervolgens ben ik gelijk in het voortgezet onderwijs gaan werken aan de Driestar in Gouda. Er was toen al een verlangen om predikant te worden. Daarom ben ik toen ook Grieks en Latijn gaan studeren in Utrecht. Toen had ik echter nog veel geloofsworsteling. Dat weerhield mij om me op te geven bij het curatorium. Tijdens het leraarschap ben ik rechten gaan studeren en heb ik ook als jurist gewerkt. Toen de Heere mij geloofszekerheid schonk kwam de roeping tot het ambt terug. Ik was toen zo’n zesendertig jaar.

 

Na Urk hebt u ook nog gediend in Middelharnis en Vianen/Nieuwkoop. Kunt u daar iets over zeggen?

Van Urk gingen we naar Middelharnis. Een heel verschil. Iemand die op Urk woont is niet te vergelijken met iemand die op Flakkee woont. Dan ontdek je hoe verschillend die gemeentes zijn, ook wat betreft ligging.

De gemeente van Vianen en Nieuwkoop was ook weer anders. Dat was een combigemeente. In Nieuwkoop was ik voor 75% predikant en in Vianen voor 25%. Op papier mooi 100%, maar in de praktijk ga je daar overheen. Je wordt in beide gemeentes verwacht op de vergaderingen en in het pastoraat. Dat komt ook door de aard van het werk. Je bent predikant en dat ben je alle dagen. Daarom was ik ook altijd beschikbaar voor beide gemeentes. Ik deed alles wat op mijn weg kwam.

 

Waar bent u dankbaar voor als u terugkijkt op die 25 jaar?

Allereerst dat ik de gezondheid gekregen heb. Als ik terugkijk op de afgelopen periode dan heb ik nauwelijks een zondag hoeven te verzuimen. Zelfs toen ik na een operatie even niet kon preken, stond ik na een paar weken weer op de kansel. Verder ben ik dankbaar dat de Heere kennelijk door Zijn lieve Geest onder de prediking aanwezig is. Het is een wonder dat God mensen bekeert onder de prediking. Het wonder dat je een middel in Gods hand mag zijn waardoor mensen worden gered voor het eeuwige leven. Dat de Heere je daarvoor gebruikt. Dat noem ik nu echt een verwaardiging.

 

Wat zijn de verschillen in het predikant-zijn tussen vroeger en nu?

Ik zie niet echt fundamentele verschillen. Je ziet natuurlijk hier en daar wel de algemene maatschappelijke tendensen. Zo zijn jongeren spraakzamer, maar dat waardeer ik op zichzelf positief. Ook zie je dat het gezag van het ambt aan slijtage onderhevig is. Toch merk ik daar in de gemeentes waarin ik voorga niet veel van.

 

Bent u zelf veranderd in die vijfentwintig jaar?

Ja, in de zin dat ik heb geleerd om dingen los te laten. Als beginnend predikant denk je dat je alles moet doen en dat alles van jou afhangt. Je leert de dingen over te geven in Gods hand. Het is Zijn kerk en niet jouw kerk.

Je leert dingen daarom ook wat meer relativeren. In het begin schrik je overal van en spring je overal op in en wil je alles in de hand houden. Maar je mag het langzamerhand aan de Heere overgeven. Je bent een voorbijganger.

 

Wat vindt u het mooiste aan het predikantswerk?

Preken. Je bent ook een dienaar van het Woord.

 

Uw intredepreek hier in Damwoude had als thema: Een heerlijke belofte voor de gemeente van Damwoude vanuit Johannes 10:16. Kunt u iets vertellen van wat die belofte inhoudt?

Dat de Heere zondaren zalig maakt. Dat heeft Hij in Damwoude gedaan en dat blijft Hij doen. Als ik terugdenk aan de acht jonge mensen die belijdenis gedaan hebben bijvoorbeeld. Dan zie je een radicale verandering in de levens. De Here Jezus zegt in Johannes 10:16 dat Hij schapen toe zal brengen die niet van deze stal zijn. In zo’n belijdenisdienst zie je dat gebeuren omdat daar ook jongeren bijzitten die niet vanuit de kerk komen. Dat is mooi om te zien. Dat God zo Zijn beloften vervult.

 

U bent ook vrij actief buiten de gemeente. Welke dingen doet u nog naast het werk in de gemeente?

Dat klopt ja. Heel wat andere dingen. Al mijn neventaken hebben te maken met het interkerkelijke. Of het nu gaat om de zending of het onderwijs of in de politiek. Zelf vind ik een van de mooie dingen de Bijbel met uitleg verzorgen. Ik zit daar ook in het bestuur. Echt een aanrader om die editie aan te schaffen en te gebruiken met jongeren.  

 

Een snelle rekensom leert dat als u 42 was toen u begon u daarmee richting de leeftijd gaat waarop u emeritaat kunt aanvragen. Weet u al wanneer u dat hoopt te doen?

Ik heb daar wel wat mee geworsteld en ook raad gevraagd aan andere predikanten. Enerzijds heb ik nog de gezondheid en de kracht om het werk te doen. Dus waarom zou ik stoppen. Aan de andere kant is het ook fijn om wat meer tijd met mijn kinderen en kleinkinderen door te brengen. Bij elke verhuizing bleven er namelijk kinderen achter. We hebben zeven kinderen ontvangen en die wonen verspreid over zes plaatsen. Dan woon je dus niet temidden van je kinderen en kleinkinderen.

Daarom heb ik het biddend aan mijn kerkenraad voorgelegd en ze hebben mij verzocht om nog aan te blijven als predikant tot ruim na de synode. Dit vanwege de spanningen die er zijn. Daarom hoop ik nog tot eind 2025 in actieve dienst te blijven.

 

En daarna?

Dan hopen we weer terug te keren naar Urk. Onze oudste dochter woont daar ook. Daar hebben we banden gekregen die voor ons zeer waardevol zijn.


Daarmee zijn we weer teruggekomen op de plaats waar we in dit interview ook begonnen. Namens de redactie feliciteren we u als predikant met dit jubileum.

 

Ds. Albert-Jan Dorst, Surhuisterveen

 

 

 


Commentaar

  • Verslavingen 2024-07-12 17:57:04

    Ruim een op de vijftien jongeren gokt weleens online, zo blijkt uit een onderzoek van het...

  • All Nations 2024-06-28 17:42:30

    Vorige week was ik met een groep studenten van de Theologische Universiteit Apeldoorn bij All...

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...